Mislukte foto's en andere kwesties

Wat schrijft de commissie-Bakker over de belangrijkste vragen rond de val van Srebrenica?

Onwil of onkunde

De manier waarop de landmacht de minister op de hoogte hield in de nasleep van de val van Srebrenica moet ,,ernstig bekritiseerd worden'', stelt de enquêtecommissie. Dat was al naar voren gekomen uit de rapporten van zowel Van Kemenade als van het NIOD, maar de vraag is of het ,,patroon van informatievoorziening'' het resultaat was van `onkunde' (Van Kemenade) of `onwil' (NIOD) bij de landmacht. In het geval van oud-bevelhebber van de landmacht Couzy is het duidelijk. Couzy, zo stelt de commissie, heeft ,,te weinig moeite'' gedaan om de minister te informeren. Zijn loyaliteit lag vooral bij de landmacht. Dit vindt de commissie ,,onprofessioneel en verwijtbaar''. Dit wil niet zeggen dat de commissie de conclusie van het NIOD deelt dat er sprake is geweest van `onwil' bij de hele landmachttop. Dat begrip is de commissie te vaag. Zij vindt het niet terecht dat Couzy's opvolger, bevelhebber Van Baal, mede hierom moest terugtreden. ,,Op basis van de bevindingen van het NIOD ziet de commissie geen reden waarom Van Baal zijn functie van BLS ter beschikking heeft moeten stellen.''

Wel of geen luchtsteun

Volgens de commissie-Bakker is ,,op 9 en 10 juli in ieder geval aan alle voorwaarden voor het toekennen van luchtsteun voldaan''. De leiding van Dutchbat heeft herhaaldelijk, maar vergeefs gevraagd om luchtsteun toen de Bosnische Serviërs de enclave aanvielen. De commissie houdt generaal Janvier, de commandant van de VN-vredesmacht, ,,verantwoordelijk'' voor de ,,te late'' inzet van luchtsteun, die pas kwam toen de Serviërs de enclave al hadden ingenomen.

Het NIOD concludeerde eerder in zijn rapport dat het luchtwapen in Bosnië door omstandigheden ineffectief was geworden. Het NIOD heeft daarom wel begrip voor de terughoudendheid van UNPROFOR om luchtaanvallen te laten uitvoeren, gezien de grote consequenties die dit kon hebben voor eigen troepen en de moslimbevolking.

Het fotorolletje

De commissie-Bakker heeft, ondanks een extra verhoordag hierover, net als het NIOD geen aanwijzingen kunnen vinden dat het fotorolletje van Dutchbat-luitenant Rutten ,,met opzet'' zou zijn vernietigd. Het rolletje, met daarop foto's van Dutchbat-soldaten naast vermoorde moslims, is ,,met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid'' mislukt door een menselijke fout. Wel bekritiseert de commissie de beperkte onderzoeksopdracht van de marechaussee, die in 1995 het mislukken van het rolletje onderzocht. Ook wat er met het filmpje is gebeurd vanaf het moment dat Rutten het overhandigde aan de Militare Inlichtingen Dienst, had onderzocht moeten worden. Het ontbreken van dit onderzoek heeft tot ,,twijfels'' geleid, stelt de commissie.

Houding van Dutchbat

Net als het NIOD velt de commissie-Bakker een mild oordeel over het optreden van Dutchbat. De Dutchbatters hebben ,,grote inzet en compassie'' getoond bij de ,,bescherming en begeleiding van de vluchtelingen''. Voor het omstreden scheiden van mannen en vrouwen bij de afvoer van de vluchtelingen vanaf de Nederlandse compound in Potocari draagt Dutchbat geen schuld, vindt de commissie: ,,Deze verantwoordelijkheid moet volledig op het conto van de Bosnische Serviërs worden geschreven.'' De vraag of Dutchbat-luitenant Van Duijn juist heeft gehandeld door aan de scheiding mee te werken (om de vluchtelingen zo goed mogelijk te begeleiden), kan de commissie niet beantwoorden: ,,een duivels dilemma''. Zij vindt wel dat de leiding van Dutchbat meer vluchtelingen op de compound had moeten toelaten en dat overste Karremans aanwijzingen voor oorlogsmisdaden duidelijker hadden moeten doorgeven.

Lotsverbondenheid

Het NIOD concludeerde dat beslissingen in Den Haag de gebeurtenissen in Srebrenica niet of nauwelijks hebben beïnvloed. Bakker onderschrijft dat, maar zegt dat het kabinet naar omstandigheden alles heeft gedaan wat het kon doen, iets waar het NIOD zich niet over uitlaat. Anders dan het NIOD heeft Bakker veel werk gemaakt van de `lotsverbondenheid' tussen Dutchbat en de vluchtelingen, een begrip dat in de notulen van de ministerraad werd gebruikt. De commissie concludeert dat dit begrip niet is uitgewerkt in een instructie aan Dutchbat. Bakker vindt dat het kabinet heeft ,,onderschat'' waartoe de ,,Bosnische Serviërs in staat waren''.