Maria-vespers zijn gewoon repertoire

Een wereld van verschil moet er zijn geweest tussen de uitvoering van Monteverdi's Maria-vespers (1610) zaterdag in de Matinee in het Concertgebouw onder Philippe Herreweghe en de Nederlandse première op 14 juli 1951 in de Bachzaal. Toen traden het Nederlands Kamerkoor en het Omroep Kamerorkest aan onder Felix de Nobel.

Zaterdag klonk de muziek als een klok. Ieder wist zijn plaats. De ensembles klonken spatgelijk waarbij Monteverdi's kleuren purper en hemelsblauw eerder een staalblauwe glans kregen. In 1951 was de muziek nog zo onwennig dat De Nobel in het Magnificat moest aftikken: ,,Heren, beter Uwe inzetten van de dirigent afnemen!'' Een doorbraak in de authentieke uitvoeringspraktijk bracht Nikolaus Harnoncourt in de Monteverdi-weken van 1974.

Inmiddels is menige liefhebber vertrouwd met Monteverdi's twaalfdelige chef d'oeuvre. Dat werd bewezen op 16 december 1992, toen een luisteraar zich niet langer kon bedwingen en in het Ave Maris Stella galmend begon mee te zingen. René Jacobs tikte af om pas te vervolgen nadat de zanger met zachte hand door een suppoost was afgevoerd.

Ditmaal viel er geen wanklank te beluisteren maar er werd wel gewandeld op het podium. In het Nisi Dominus liep tenor Jan Kobow op het koor af teneinde de mannenstemmen te versterken. Evenzo had in het chromatisch meest gedurfde Lauda Jeruzalem de trombonist temidden van het koor plaatsgenomen.

Alleen al uit dergelijke uitgekiende `wandelende' opstellingen sprak ervaring. Wringend echter werkte het te vibratorijke aandeel van de mannelijke solisten ten opzichte van de meer ingetogen sopranen Katharine Fuge en Dorothee Blotzky-Mields die afzonderlijk overtuigden in het klein gehouden Duo Seraphim. Pas werkelijk authentiek strak zongen de twee sopranen uit het koor in de Sonata sopra Sancta Maria. Ook de blokfluitisten van het Collegium Gent intoneerden messcherp. Dat er soms opera-achtig werd uitgehaald hoeft niet te verbazen. Monteverdi's moderne monodieën met gorgelende gorgia-ornamentiek, instrumentale ritornelli en echo-effecten (waarin de zaalzanger van 1992 zich eveneens roerde) verwijzen naar een operapraktijk. Ludovico Grossi da Viadana lukte het beter om het oude gregoriaans en gorgia te versmelten. Monteverdi liep ver voorop en weigerde om te kijken.

Concert: Collegium Vocale Gent en Concerto Palatino. Gehoord: 25/1 Concertgebouw Amsterdam, Radio 4: 28/1 20.30 uur.

    • Ernst Vermeulen