Geen nieuwe feiten over de val van Srebrenica

Na alles wat er al over de val van moslimenclave Srebrenica is geschreven, was het bijzonder moeilijk voor de parlementaire enquêtecommissie om nog nieuwe feiten te presenteren.

En er wás al zo veel onderzoek gedaan. De Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU), voormalig commissaris van de koningin Van Kemenade, de Verenigde Naties, het Franse parlement, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentie (NIOD): zij allen onderzochten de val van de moslimenclave Srebrenica en daaropvolgende massamoord die zo'n 7.000 mannen en jongens het leven kostte.

Toch was het dossier `Srebrenica' nog niet compleet, zo vond de Tweede Kamer. Vanmiddag om twaalf uur prestenteerde voorzitter Bert Bakker (D66) het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie `Srebrenica'. De `bevindingen' uit Missie zonder vrede zijn een voorzet voor een Kamerdebat waarin eindelijk een definitief `politiek oordeel' zal worden geveld over de Nederlandse betrokkenheid bij het Srebrenica-drama – zeveneneenhalf jaar na de val.

Dat het rapport schokkende nieuwe feiten zou bevatten, viel vooraf niet te verwachten. Nieuwe bronnen zijn nauwelijks geraadpleegd. ,,De commissie heeft zich gebaseerd op het in het NIOD-rapport en het rapport van de TCBU weergegeven materiaal en slechts in beperkte mate aanvullend onderzoek gedaan.'' De enquêtecommissie heeft geprobeerd de `witte plekken' in het dossier verder in te vullen. Of dat gelukt is, is de vraag. Toen tijdens de verhoren ineens wél een nieuw document over het beruchte fotorolletje van Dutchbat-luitenant Ron Rutten boven water kwam, gelaste de commissie een extra verhoordag in, maar de met spanning tegemoet geziene ondervraging van personeel van de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) leverde geen nieuwe inzichten op. De ,,voornaamste meerwaarde'' van het parlementaire enquête ten opzichte van eerder onderzoek, zo stelt de commissie in haar rapport, schuilt daarom vooral in de openbare verhoren. Niet eerder legden politici en militairen voor het oog van de camera zo uitgebreid `publieke verantwoording' af voor hun betrokkenheid bij de grootste massamoord sinds de Tweede Wereldoorlog. De parlementaire enquête droeg zo bij aan de verwerking van wat de afgelopen jaren door sommigen wel eens is omschreven als een `nationaal trauma'. Vooral de uitgebreide gelegenheid die commissievoorzitter Bakker bood voor het afleggen van een persoonlijke verklaring van getuigen, gaf de enquête af en toe het karakter van een nationale katharsis.

Wat betreft de `bevindingen', de oordelen van de commissie: die zijn soms hard. ,,Onprofessioneel'' en ,,verwijtbaar'' zijn de kwalificaties aan het adres van oud-bevelhebber der landstrijdkrachten Hans Couzy, die naliet minister Voorhoeve goed te informeren. De commissie onderscheidt in deze gebrekkige informatievoorziening, een ,,patroon'' dat ,,ernstig bekritiseerd moet worden en nooit meer mag voorkomen.'' Aan de andere kant distantieert de commissie zich min of meer van de conclusie van het NIOD dat er sprake was van `onwil' was bij de `landmachttop'. De term `onwil' heeft gezorgd voor verwarring, verwarring die bevelhebber Ad van Baal zijn baan kostte. ,,Begrijpelijk, maar niet terecht'', noemt de commissie zijn gedwongen terugtreden.

Voor Dutchbat betekent het rapport van de commissie een verdere rehabilitatie die al eerder in gang was gezet in het NIOD-rapport. De commissie vindt dat de Dutchbatters ,,grote inzet en compassie'' hebben getoond bij de begeleiding en bescherming van vluchtelingen. De verantwoordelijkheid voor het scheiden van (vermoorde) mannen en de vrouwen bij de afvoer van deze vluchtelingen lag bij de Bosnische Serviërs, over de beslissing van Dutchbat-luitenant Van Duijn om hieraan mee te werken heeft de commissie geen oordeel.

Opmerkelijk is het duidelijke oordeel van de commissie over Bernard Janvier, de Franse generaal die aarzelde met het verlenen van luchtsteun. Daar waar het NIOD omstandig uitlegt hoe het luchtwapen in juli 1995 in feite machteloos was geworden, is de commissie duidelijk: Janvier is ,,verantwoordelijk voor de late toekenning van luchtsteun''. Het is daarom extra jammer dat de commissie er niet in geslaagd is Janvier op de getuigenlijst te krijgen.

En de politieke hoofdrolspelers? Die komen er over het algemeen redelijk goed vanaf. Toch noemt de commissie het terecht dat het kabinet Kok II vorig jaar, na het verschijnen van het NIOD-rapport, is afgetreden. ,,Door het aftreden van het kabinet heeft Nederland terecht een eigen politieke verantwoordelijkheid genomen voor het falen van de nationale en internationale politiek in Srebrenica'', zo stelt de commissie.

    • Steven Derix
    • Floris van Straaten