Fransen slagen waar anderen mislukten

Onvervalste Franse machtspolitiek heeft de crisis in Ivoorkust bezworen. Het land krijgt een regering van `nationale eenheid'.

Wat de Ivoriaanse politici niet is gelukt, waar de Afrikaanse buurlanden niet in zijn geslaagd, dat hebben de Fransen voor elkaar gekregen. In elk geval op papier. De crisis in Ivoorkust die heel West-Afrika dreigde te destabiliseren, is bezworen. Alle partijen die er toe doen, werken samen in een regering van nationale eenheid. De marginalisering van noorderlingen en buitenlanders die de crisis heeft veroorzaakt, wordt ongedaan gemaakt.

Met een staaltje onvervalste machtspolitiek hebben de Fransen hun vroegere `favoriete' kolonie weggesleept uit het voorportaal van de burgeroorlog en de anarchie. Niet voor niets heetten de vredesbesprekingen in het nieuwe rugbystadium van Marcoussis, 30 kilometer ten zuiden van de Franse hoofdstad, `de onderhandelingen van de laatste kans'. Sinds de dood van president Félix Houphouët-Boigny in 1993 is het imago van Ivoorkust als `regionale oase van stabiliteit' steeds sneller afgebladderd. Waar de charismatische `vader des vaderlands' met een soeverein verdeel-en-heersbeleid de eenheid moeiteloos bewaard had, zaaiden zijn opvolgers verdeeldheid door delen van de bevolking te behandelen als burgers van het tweede garnituur.

De militaire kerstcoup van 1999 was de eerste scheur in het democratisch blazoen van Ivoorkust. Daarna volgden de omstreden verkiezingen van oktober 2000 en een georganiseerde volksopstand die gepaard ging met etnisch geweld. Voorlopig sluitstuk vormden de mislukte staatsgreep van 19 september en de militaire rebellie die daaruit voortkwam. Vier maanden lang was het land al in tweeën gespleten. Alleen de aanwezigheid van 2.000 Franse militairen belette dat regering en rebellen zich verloren in een broedermoord.

In deze acute noodsituatie was het niet de Afrikaanse Unie die te hulp schoot. Net zo min als Ecowas, de economische gemeenschap van West-Afrikaanse staten, redding kwam brengen. Ecowas deed nog wel een poging en organiseerde vredesbesprekingen in Togo die maar voortsleepten en niks opleverden. Ecowas beloofde ook een vredesmacht te sturen om de Franse troepen te vervangen, maar die missie kwam maar niet van de grond. Uiteindelijk waren het de vroegere koloniale overheersers die de Ivoriaanse kemphanen naar Frankrijk ontboden.

Negen dagen sloten ze de Ivorianen op om tot een vergelijk te komen, met als dompteur de Franse ex-minister Pierre Mazeaud. Vrijdagochtend lag er een akkoord dat zaterdag door de Ivoriaanse president Laurent Gbagbo werd omarmd na een stevig gesprek onder vier ogen met zijn Franse collega Jacques Chirac.

De Fransen deden nog wel heel erg hun best om hun eigen rol te bagatelliseren. `Ivoriaans ronde-tafeloverleg' noemden ze de vredesbesprekingen en ze spraken zelfs over ,,een Afrikaanse oplossing voor een Afrikaans probleem''. Voor dat doel hadden ze afgelopen weekeinde zelfs tien Afrikaanse staatshoofden naar Parijs laten overkomen om het akkkoord hun zegen te geven. Meer konden de regeringsleiders ook niet doen, net zomin als VN-secretaris-generaal Kofi Annan die natuurlijk ook was geïnviteerd.

Gegist kan alleen maar worden over de gigantische druk die de Fransen hebben uitgeoefend op de geplaagde president en zijn geteisterde partij, de socialistische FPI. Misschien hebben ze wel gedreigd de Franse vredestroepen terug te trekken als hij niet zou meedoen. Of erger nog: misschien hebben ze wel gezegd dat de twee Franse multinationals Bouygues en Bolloré, die nog altijd een groot deel van de Ivoriaanse economie beheersen, zich zouden distantiëren van het land.

In elk geval heeft Gbagbo een diepe knieval gemaakt. Hij mag weliswaar president blijven, maar hij moet een groot deel van zijn bevoegdheden afstaan aan een premier die door alle partijen aanvaard wordt. Voor die positie is dit weekeinde Seydou Diarra aangewezen, een technocraat, ex-ambassadeur bij de Europese Unie, maar belangrijker: een man uit het noorden, islamiet.

Gbagbo heeft ook geaccepteerd dat de partij van ex-president Henri Konan Bedié, de PCDI, en de partij van oppositieleider Alassane Ouattara, de RDR, in de regering van nationale eenheid zijn vertegenwoordigd. Net zoals de drie rebellenbewegingen, de MPCI, de MPIGO en de MJP. Hij heeft aanvaard dat het makkelijker wordt voor buitenlanders om Ivoriaan te worden. Bewoners van buurlanden maken bijna eenderde uit van de ruim vijftien miljoen mensen tellende bevolking. En hij heeft zich er niet tegen verzet dat de nationaliteitsregels voor volksvertegenwoordigers worden versoepeld. Die regels hebben de belangrijkste oppositiekandidaat Ouattara bij de presidentsverkiezingen van 1995 en 2000 buitenspel gezet.

Juist de vreemdelingenhaat en het monddood maken van de noordelijke islamitische Dioula-stam hebben voor een politieke crisis gezorgd. Maar de polarisatie die in 1994 is begonnen, kan met een Frans akkoord niet onmiddellijk worden geneutraliseerd.

In Abidjan, het machtscentrum van Gbagbo, demonstreerden zijn volgelingen afgelopen weekeinde tegen het `dictaat' dat de Fransen hun leider hadden afgedwongen. In Bouaké, het centrum van de rebellen, protesteerden demonstranten omdat Gbagbo niet was afgetreden. Ivoorkust heeft tijd nodig om zich te herenigen.