`Djindjic vermoordt democratie'

President Vojislav Koštunica van Joegoslavië heeft zaterdag de Servische premier Zoran Djindjic en de Montenegrijnse premier Milo Djukanovic verweten ,,de democratie te vermoorden''.

De president zei op een bijeenkomst van het bestuur van zijn Democratische Partij van Servië (DSS) dat ,,de periode achter ons'' is gekenmerkt door ,,de pogingen de piepjonge democratie te vermoorden, instituten van elke betekenis te beroven, het land te desintegreren en de samenleving te ontmenselijken, kortom: door de terugkeer van een autoritair en egoïstisch bestuur over staat en samenleving''. Hij noemde dat bestuur ,,nog gevaarlijker'' dan dat van Miloševic vóór zijn val in 2000.

De ,,pogingen tot moord'' op de democratie zijn volgens Koštunica het werk van Djindjic en Djukanovic. De president verweet de twee ,,een doelbewuste uitroeiing van de democratie en een onderwerping van het buitenlands, binnenlands, economisch en sociaal beleid aan de egoïstische behoeften van één belangengroep in Servië en zijn tegenhanger in Montenegro.'' In plaats van hervormingen is er – aldus de Joegoslavische president – slechts ,,goedkoop, demagogisch gepraat over hervormingen. In plaats van dat instituten worden opgebouwd, worden ze afgebroken en wordt geprobeerd ze overbodig en onbetekenend te verklaren.'' De enige instantie die dit lot ontkomt is volgens Koštunica de Servische regering.

Koštunica verklaarde tegen de grondwet van de nieuwe unie van Servië en Montenegro te zijn. Die is ,,een stap achteruit'' in vergelijking met het akkoord van vorig jaar tussen Servië, Montenegro en de EU dat de grondslag vormde voor de vorming van de nieuwe unie. De wet over de toepassing van de grondwet schept volgens hem ,,gevaarlijke juridische verwarring'', waarmee ,,het uiteenvallen van het land [Joegoslavië, red.] wordt gecementeerd''.