Ayaan Hirsi Ali spreekt niet namens VVD

De VVD blijft als politieke partij buiten de geloofsopvattingen van Hirsi Ali, aldus een fractiewoordvoerder vanochtend. De VVD distantieert zich hiermee in politieke zin van uitspraken van het Hirsi Ali.

In het dagblad Trouw van afgelopen zaterdag deed Hirsi Ali een aanval op de islam, waarbij zij de profeet Mohammed ,,pervers'' had genoemd. Verscheidene moslimorganisaties hebben afwijzend gereageerd op de uitspraken. Volgens moslimwoordvoerders heeft Hirsi Ali de moslimgemeenschap geschoffeerd en is zij om die reden ongeschikt als volksvertegenwoordiger.

Het is overigens niet gezegd dat Hirsi Ali binnen de nieuwe Kamerfractie van de VVD eerste woordvoerder integratievraagstukken wordt. Tijdens de verkiezingscampagne was demissionair minister Henk Kamp op dat gebied de eerste woordvoerder, gevolgd door de huidige fractiewoordvoerder op dit gebied, Stef Blok. Wanneer de Amsterdamse kandidaat Anton van Schijndel, die voor zichzelf een voorkeurscampagne heeft gevoerd, in de Kamer belandt heeft ook hij belangstelling voor dit woordervoerderschap.

De nieuwe Kamerfractie van de VVD moet de portefeuilleverdeling nog vaststellen, en doet dat pas als er een nieuw kabinet is gevormd. Overigens maakt van die fractie ook Fadime Örgü deel uit, die van Turkse origine is en Hirsi Ali's principiële bezwaren tegen de Islam geenszins deelt. Tijdens de verkiezingscampagne heeft de VVD als stelregel gehanteerd dat Hirsi Ali, als strijdster van het vrije woord, standpunten mocht innemen die haar goeddunkten. Kamp, Blok en anderen spraken wel uitdrukkelijk namens de partij.

In een brief aan VVD-fractievoorzitter Zalm vraagt het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), waar zeven landelijke islamitische koepelorganisaties in zijn vertegenwoordigd, aan de VVD om afstand te nemen van de uitspraken van Hirsi Ali: ,,Wij geven u ter overweging om mevrouw Hirsi Ali terug te trekken als toekomstig Kamerlid.''

Volgens de CMO draagt Hirsi Ali met haar uitspraken over Mohammed bij tot ,,verdergaande polarisatie en frustreert zij de dialoog, zowel binnen de moslimgemeenschap als tussen diverse bevolkingsgroepen''. Omdat zij geen rekening heeft gehouden met de gevoelens van de moslimgemeenschap, heeft zij ,,haar geloofwaardigheid als volksvertegenwoordiger verloren''. Het CMO wil het Openbaar Ministerie laten onderzoeken in hoeverre de uitspraken van Hirsi Ali strafbaar zijn.

In een eveneens aan Zalm gestuurde brief stelt H. Karacaer, directeur van de Turkse organisatie Milli Görüs Noord-Nederland, dat Hirsi Ali haar ,,persoonlijke leed projecteert op de geloofsbeleving van van een aanzienlijke groep burgers''. Karacaer wil van Zalm weten of Hirsi Ali sprak als privépersoon of VVD-Kamerlid.