Zwarte economie in Italië onvermijdbaar

Hoe omvangrijk is de informele economie, en hoe bereken je die? Daarover bogen internationale statistici en economen zich deze week in Rome. `Beter zwart werk dan geen werk'.

Geen land in de Europese Unie waar de ondergrondse economie zo omvangrijk is als Italië. Hier is de zwarte markt vrijwel onvermijdbaar. Huisbazen eisen een deel van de huursom zwart. Wanneer het regent, krijg je in Rome wel van drie kanten een veel te goedkope paraplu aangeboden. En aan de rand van de stad verrijzen achter schuttingen nieuwe huizen zonder bouwvergunning.

Bijna wekelijks staan er berichten in de krant over de ontdekking van ateliers waarin tientallen migranten voor tweehonderd euro per maand nep-merkkleding, speelgoed of schoenen maken. Dit najaar meldden zich ruim 700.000 migranten die illegaal werkten in de huishouding, landbouw of industrie voor een generaal pardon. En als arbeiders in het zuiden al wit uitbetaald krijgen, moeten ze vaak onderhands zwart geld teruggeven aan hun werkgever, zodat deze wordt gecompenseerd voor zijn belastingafdracht.

Wijdverspreid was jarenlang de illegaal bijklussende ambtenaar. Bekend is ook de grote legale onderneming die veel werk uitbesteedt aan kleine, illegale bedrijven. Belastingontduiking is sinds decennia een nationale volkssport in Italië.

Maar hoe groot is de zwarte economie? Statistici en economen ruzieden er deze week over tijdens een congres aan de Romeinse universiteit Tor Vergata. Het Italiaanse statistisch instituut ISTAT gaat uit van een ondergrondse economie van tussen de 15,8 en 16,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp), wat neerkomt op ruim 150 miljard euro. ,,Veel te laag ingeschat'', meent de vice-president van de werkgeversbond Confindustria, Guidalberto Guidi. ,,Het is 27 procent van het bbp.'' In een onofficieel document van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) spreken ex-IMF-medewerkers over 27,8 procent (266 miljard euro). De IMF-top neemt afstand van deze berekening, die zou betekenen dat Italië zwart bijna net zoveel omzet als Nederland wit.

,,Wat het percentage ook mag zijn: het is veel en veel te veel'', zegt de staatssecretaris van Welzijn, Maurizio Sacconi. ,,Wij hebben een ondergrondse economie die zeker twee keer zo groot is als in andere grote Europese landen. Dat moet veranderen, willen we serieus worden genomen in Europa.'' [Vervolg ITALIE: pagina 13]

ITALIE

Zwarte economie verkast naar sociale sector

[Vervolg van pagina 11] Zijn mening wordt gedeeld door de parlementariërs, vakbondsvertegenwoordigers en werkgevers die aanwezig waren tijdens de afsluitende bijeenkomst van het congres. Die eensgezinde wil om belastingontduiking aan te pakken is relatief nieuw, meent Giuseppe de Rita van het onderzoeksinstituut Censis. ,,In de jaren zeventig beschouwden politici, industriëlen en vakbonden het bestaan van een ondergrondse economie nog als een teken van vitaliteit en dynamiek in de economie.''

,,Belastingontduiking was een gelegitimeerde daad van verzet tegen een bureaucratie die niet toegerust was om de snelle economische groei te faciliteren'', meent ook Rafaelle Bonanni, secretaris van de vakbond Cisl. In families gold volgens hem lang het adagium `beter zwart werk, dan geen werk'. ,,Nu is men tot het inzicht gekomen dat de zwarte economie en vele devaluaties van de voormalige munt de lire onvoldoende zijn om de internationale concurrentie aan te gaan, en wil men het probleem eindelijk aanpakken.''

Volgens onderzoeker de Rita heeft dat ook te maken met het feit dat uit analyses is gebleken dat de zwarte economie zich heeft verplaats van de industrie naar de sociale sector. In de jaren zeventig bestond de ondergrondse economie vooral uit illegale, kleine toeleverende bedrijven van de grote industrieën en uit mensen die een tweede zwarte baan hadden. Nu gaat het meer om bordenwassers, ouderenverzorgers, babysitters. ,,De informele economie is nauwelijks meer innovatief. Zwart werk is geen indicator meer voor economische dynamiek, het staat nu in dienst van een land dat wil uitrusten en verzorgd wil worden.''

Wie het zwartwerk en de ondergrondse economie wil aanpakken, moet weten wat de oorzaken zijn. En volgens staatssecretaris Sacconi van Welzijn zijn dat nog immer de vastgelopen bureaucratie, de volstrekt onoverzichtelijke en uiterst starre arbeidswetgeving en de te hoge belastingdruk.

De regering verleidt burgers en bedrijven die tussen 1997 en 2001 een deel van hun belasting niet betaalden ertoe in het reine te komen met de fiscus door op twaalf terreinen een generaal pardon aan te bieden. Wie zijn zwarte geld uit het buitenland naar Italië haalt, kan het witten door een kleine boete te betalen. Wie zijn kijk- en luistergeld jarenlang niet betaalde, kan straf voorkomen door 10 euro per ontdoken jaar te betalen. Gepensioneerden die zwart bijverdienden, kunnen het nu goedkoop aangeven.

Werkgevers zijn blij met de maatregelen, maar vinden het niet genoeg. Zij pleiten ook voor belastingvermindering en vereenvoudiging van de regelgeving. Vakbondsvertegenwoordigers vinden dat er te weinig aan sancties en controle wordt gedaan. Bonanni van de vakbond Cisl pleit voor de harde hand: ,,Zo lang de stok niet wordt gehanteerd, lokt eenmalige absolutie voor zwart werk en belastingontduiking alleen maar nieuwe belastingontduiking uit.'' Ook Enrico Giovannini, hoofd directoraat statistiek van de OESO, en jarenlang directeur van ISTAT, denkt er zo over. ,,Het generaal pardon kan helpen bij het witten van zwarte activiteiten, maar als je de indruk wekt dat er straks weer een nieuw generaal pardon komt, stimuleer je de zwarte economie.''

Uit een deze week naar het parlement gestuurde rapportage over belastinginning in 2002, blijkt dat de Italianen sinds de aankondiging van het generaal pardon 21,9 procent minder belasting hebben betaald dan het jaar ervoor. Liever over een paar jaar bij een volgende amnestie een lage boete dan nu een hoog belastingtarief, zo lijkt de gedachte. Staatssecretaris Sacconi is evenwel optimistisch gestemd: ,,We zullen de zwarte economie in Italië verkleinen. Het moet ons lukken.''