Van Wely verrast met weldadige zege op Kramnik

Weldadiger kan de triomf van een schaker niet zijn. Iedereen zag het anders, maar Loek van Wely kreeg gelijk. Voldaan en tegelijk uitdagend beantwoordde hij na afloop van de elfde ronde van het Corus schaaktoernooi de vragen die hij verwacht had. Pas in het laatste uur van zijn partij tegen de klassieke wereldkampioen Vladimir Kramnik was het besef tot de kenners doorgedrongen dat de Nederlander ging winnen. Voor die tijd was er voornamelijk hoofdschuddend gekeken naar de stelling waarin hij beland was. Van Wely gaf graag een lesje inzicht: ,,Het zwarte voordeel is optisch. Hij lijkt heel goed te staan, maar het is erg lastig om iets te laten zien. Terwijl wit wel een plan heeft, waar hij rustig, in zijn eigen tempo aan kan werken.'' Hoe dat plan er uit zag was inmiddels duidelijk geworden, maar Van Wely haastte zich om eraan toe te voegen dat hij na de opening natuurlijk niet gewonnen had gestaan. Zover was het pas gekomen na een fout van Kramnik die hij weet aan de gemoedstoestand van de Rus tijdens de partij: ,,Ik dacht niet echt aan winnen, maar volgens mij dacht hij heel erg aan winnen.'' Dat was juist gezien, zoals Kramnik bij het verlaten van de speelzaal al had bevestigd: ,,Ik had ergens remise moeten maken. Dat kon op verschillende momenten, maar ik moest zo nodig risico's nemen.'' Om vervolgens met een wegwerpgebaar aan te geven hoe verstandig hij dat achteraf vond.

Van Wely was de enige speler in de bovenste helft van de toernooitabel die tot winst kwam en klom daarmee naar de ongedeelde derde plaats, een halfje achter Judit Polgar en een vol punt achter Vishy Anand. Een verdere sprong naar de koppositie lijkt met nog twee ronden te gaan onwaarschijnlijk. Ook in de ogen van Van Wely, die goed besefte dat realiteitszin beter op zijn plaats was dan loos bravoure. Deze overwinning op de nummer twee van de wereldranglijst had de nare smaak verdrongen die zijn uitglijders tegen Karpov en Ponomariov hadden nagelaten. Wat er verder ook nog zou gebeuren, voor hem was dankzij deze klapper zijn toernooi alsnog geslaagd.

Anand handhaafde zich met een wel heel benepen remise aan de kop van het veld. Hoewel hij met wit speelde stelde hij zijn tegenstander Alexander Grisjoek al na dertien zetten voor om het punt te delen. De eenvoudige reden was een volstrekt mislukte opening. Nee, dit was in de verste verte niet wat hij had voorbereid: ,,Ik heb vanochtend van alles op het bord gehad. Stellingen waarin wit iets beter stond, of toch in ieder geval minimaal gelijk spel had. Maar ik heb zeker niet zitten kijken naar stellingen waarin wit slechter stond!'' Toch nam Grisjoek het voorstel zonder veel nadenken aan. Na zijn klunzige nederlaag in de vorige ronde tegen Polgar lijkt hij zich erbij neergelegd te hebben dat dit niet zijn toernooi is.

Dankzij het kordate remiseaanbod van Anand werd het een vrolijke boel in de persruimte waar alle partijen uit de hoofdgroep op monitoren te volgen zijn. De Indiase spraakwaterval kwam even buurten en gaf ongedwongen commentaar op de verrichtingen van zijn collega's. Opmerkelijk genoeg zag ook hij het in de beginfase somber in voor Van Wely, maar omdat hij geen concrete varianten aandroeg kon dat ook betekenen dat hij nu eenmaal meer respect heeft voor Kramnik. Zijn andere oordelen voorspelden feilloos wat er verder die middag in de speelzaal gebeurde. De partij die hem uiteraard het meest interesseerde was die tussen Polgar en Barejev. Grote zorgen dat Polgar op hem in zou lopen maakte hij zich niet en toen Barejev in een lang gepeins verzonk, zei hij achteloos: ,,Ach, Barejev zit de stelling tot aan remise uit te rekenen.'' Alsof zijn woorden in de zaal te horen waren geweest, vertelde Polgar een uurtje later: ,,Dat was precies wat Barejev zei, maar eigenlijk had ik de hele partij het gevoel dat hij kost wat kost wilde winnen.'' Of dat zo was liet Barejev in het midden: ,,Ik win altijd graag van Judit, het maakt niet uit met welke kleur. Alleen is het me nog nooit gelukt. Ook vandaag niet.''

Vlak voordat Anand naar zijn hotelkamer ging zag hij nog een ontknoping waar hij graag het zwijgen toe deed. In zijn partij tegen Roeslan Ponomariov leidde Jan Timman zichzelf vanuit een iets betere stand met een onberedeneerde actie naar zijn zevende nederlaag. De Amsterdammer begreep ook niet wat hem bezielde: ,,Waarom doe ik niet een normale zet en bied dan remise aan? Zeker in deze vorm.'' Hij lijkt op weg naar een triest record. Van Wely verzamelde vorig jaar in dertien ronden drie schamele punten. Met nog twee ronden ligt Timman een vol punt achter op dat schema.

    • Dirk Jan ten Geuzendam