Tuinman verlaat paradijsje

Het verhaal is klassiek. Na publicatie van zijn roman Being There in 1971 kreeg Jerzy Kosinksi een telegram van zijn hoofdpersoon, Chance the Gardener. ,,Beschikbaar in mijn tuin of erbuiten'', schreef het, gevolgd door een telefoonnummer. Toen Kosinksi het draaide, kreeg hij acteur Peter Sellers aan de lijn.

In de jaren die volgden zou Sellers uit alle macht proberen de verfilming te realiseren van het boek over de ogenschijnlijk wereldvreemde tuinman die na de dood van zijn baas uit zijn veilig omheinde tuin de wereld in moet treden. ,,Dat ben ik'', vertelde hij iedereen over Chance. Later zou hij daar aan toevoegen: ,,Ik heb geen persoonlijkheid. Ik ben een kameleon. Als ik niet speel ben ik niemand.''

Pas toen eind jaren zeventig de Pink Panther-films afliepen, kon Sellers zijn droom verwezenlijken. Being There wordt alom beschouwd als zijn meesterwerk – maar dat zou onrecht doen aan de twee films die hij met Stanley Kubrick maakte: Lolita (1962) en Dr. Strangelove (1964). Het zou, op een postuum uitgebrachte Inspector Clouseau na, in ieder geval de laatste film van de in 1980 overleden acteur worden. Dat geeft de als ambigue parabel gepresenteerde vertelling een bepaalde profetische suggestie. Met Stanley Kubricks 2001 (1968) heeft Being There in ieder geval de openingsakkoorden van Also Sprach Zarathustra op de soundtrack gemeen. In 2001 geeft die muziek een bitter Eureka! aan bij de ontdekking van de techniek. In Being There begeleidt ze Chance's entree in de wereld. Bijna cynisch opgeleukt met orgeltjes en ritmebox.

Chance the Gardener, of Chancey Gardner zoals hij na zijn ontmoeting met rijke dame Eve Rand (Shirley MacLaine) abusievelijk is gaan heten, heeft in de bijna vijfentwintig jaar van zijn filmische bestaan vele karakterologische diagnoses meegekregen. Hij zou een simpele geest zijn en de film zou laten zien hoe simpele geesten het tot adviseur van de president van de Verenigde Staten weten te brengen. Ziedaar de politieke satire die achter de gebeurtenissen schuilt. Je zou Chance ook kunnen zien als een idiot savant, die zijn hele leven voor de televisie en in het isolement van zijn tuin heeft geleefd en er nu achter komt wat hij aan zijn daar opgedane kennis heeft in een verharde en corrupte wereld. Het eerste wat opvalt als hij het huis waar hij zijn hele leven heeft gewoond verlaat, is dat de eertijds keurige buurt in Washington D.C. in een zwart getto is veranderd. Ziedaar de mediasatire met een vleugje heimwee terug naar de natuur. Maar zo simpel is het ook niet. Want Chance's eenvoudige denken, waarin alles met een tuin-metafoor is op te lossen (,,Lente, zomer, herfst, winter en dan weer lente'') wordt ook mild bespot.

Dat is wat mij betreft de aantrekkingskracht van de film. Dat heiligheid en banaliteit hand in hand gaan. Het einde van de film heeft veel aanleiding gegeven voor speculaties over de vraag over Chance wellicht als een moderne Jezus moet worden gezien, een nieuwe messias, of een oude, die na de dood van zijn baas (God?) uit het paradijs verdreven wordt. De afstandsbediening was zijn bijbel. ,,This is just television, only you can see much further.''

Being There (te huur en te koop op dvd, Warner Bros.)