Sneeuwwandelen op surfplankjes

Joyce Roodnat loopt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Oostenrijk in het Bregenzerwald, op sneeuwschoenen.

Bregenzerwald, dat wil zeggen wat bergen en tweeëntwintig dorpen in de noordwesthoek van Oostenrijk, is kerstkaartenland. De hellingen zijn bedekt met dikke lagen sneeuw: ganzendonskleurige snippers – voor het woord vlok zijn de bevroren kristallen te fors. Witte weggetjes lopen tussen metershoge sparren, hun takken hangen neer onder het gewicht van sneeuw en ijs. Onder gordijnen van rimpelend ijs ritselen stroompjes. En op ieder paaltje en puntje is er altijd wel ruimte voor een wit bolhoedje.

Ik wilde sneeuwwandelen, maar sneeuwwandelen op eigen houtje gaat moeilijk. Je hebt een gids nodig, al was het maar omdat de meeste routes zijn weggesneeuwd en dus onvindbaar voor de leek. Er bleek op dat gebied niet veel aan georganiseerde reizen voorhanden, maar ik trof `Loopend vuurtje', een kleinschalig wandelreisbureau. Men organiseert er sneeuwwandelweken voor kleine groepen, de Gasthof waar ze mee werken heet `Alpenrose', voor sneeuwschoenen en wandelstokken wordt gezorgd, er gaat een Nederlandse gids mee en duur zijn ze niet.

Onderweg van het station naar het gehucht Kaltenbrunnen waar `Alpenrose' zich bevindt, blijft het akelig lang grauw. Ik heb gelezen over bedorven want sneeuwloze ski-vakanties en om ons in te dekken tegen teleurstellingen zeg ik: ,,Dan gaan we toch gewoon wandelen? Het is hier sowieso mooi''. Man geeft geen antwoord, zijn zwijgen is bepaald nors. Pas bij de laatste, scherp stijgende bochten ligt er sneeuw. Overal. Het hotelletje, een chalet met schuin dak en houten sleetjes voor de trap, ligt eenzaam halverwege een witte helling, de muren zijn bekleed met houten schubben, methode dennenappel. Helemaal Heidi en Peter, o nee, die waren Zwitsers. Hoe dan ook, meer valt er voor nu niet te verlangen.

LICHT WIJDBEENS

Het is ochtend en min 8 graden. We krijgen onze sneeuwschoenen uitgereikt. Schoenen? Surfplankjes zijn het, één per voet, van geel plastic met gaten. Je schoenen gesp je erop vast; zet je een stap dan wipt je hiel op en blijft het surfplankje liggen. ,,Net als bij langlaufen'' hoor ik iemand zeggen. Daar heb ik geen verstand van, ik neem het direct aan. Sneeuwschoenen hebben klauwen en tanden. Aan de onderzijde steken korte stalen doorns uit. Loop je, dan duiken de neuzen van je schoenen omlaag en laten de sneeuwschoen met een gemeen bovengebitje in de bodem bijten.

Sneeuwwandelen voltrekt zich licht wijdbeens. Een eindje de sneeuw inzakkend stiefel je voort. Het is iets zwaarder dan gewoon lopen, maar al snel ondervind ik de voordelen. Ik ben een slechte daler. Ook als er geen sneeuw ligt, zie ik mezelf bij elk hellinkje van niks al weg glijden en vallen. Maar nu ik me kan vastprikken met die tanden onder de neuzen van mijn schoenen, glip ik moeiteloos naar beneden. We bereiken een helling omhoog. Door onder de hakken klemmetjes omhoog te klikken, staan de voeten min of meer recht. Dankzij die stijgbeugels knappen de sneeuwschoenen het schuine werk op.

Het mag koud zijn, al snel heb ik het warm. Ik trek een trui uit (naar de hel met die theorie van de meerdere wollen laagjes), stop mijn handschoenen in mijn zakken en berg mijn sjaal op. 350 meter klimmen is veel. En die sneeuw plakt want de zon breekt door. En ik puf en zweet en ik word moe. En de uitzichten zijn magnifiek, dus het kan me allemaal niets schelen.

De dagen erna blijkt dat er veel mogelijk is op die sneeuwschoenen: lukraak door dalletjes scharrelen, een bocht van een kronkelpad afsteken of het complete pad negeren en cross country doorsteken, want diep wegzakken gebeurt niet. Vaak schijnt de zon, maar er is ook een neveldag. Sneeuwval wikkelt het landschap in een lap tule en maakt de harde wind zichtbaar: wolken sneeuw jagen met bolle buiken voorbij en omdat ik vergeten ben regelmatig iets te eten ril ik van de hongerklop. We rusten uit bij `Leo's Stube', een huiskamerkroeg, waar Leo feurige Bergbeisser serveert. Droge worst met hete mosterd en stevig bruin brood. Precies wat ik nodig heb.

Mij bevallen de sneeuwschoenen meer en meer, ik houd ze ook aan (onder?) op de dunner besneeuwde paden waar ze niet direct noodzakelijk zijn. Ze houden me veilig overeind, verhinderen voorthollen en stellen me in staat om me van links naar rechts en van boven naar onder te vergapen aan het Oostenrijkse winterlandschap. Aan de wit bepoederde bergketens in hun sluiers van roze zonlicht, aan de hemel met zijn vanillekleurige wolkenvegen. Aan de naaldbomen in hun sneeuwpijen, die soms hun takken schudden zodat er locale poederbuitjes vallen, en aan de baby-sparren die verstopt zitten in wattenbollen van sneeuw.

En dan is de dag aangebroken van de Oostenrijkse gids, een rustige bergmens met het officiële edelweiss-insigne op zijn jack dat hem bevoegd verklaart om ons hoog de bergen in te voeren. Hij heet Alfons en hij heeft gespierde benen. Dagelijks werkt hij van 5 tot 13 uur als logistiek manager in een fabriek, liever sleet hij zijn tijd als fulltime gids. Dat komt volgend jaar, voorspelt hij.

SKIGEDOE

We stappen in het dorp Schoppernau in de Bergbahn en zoeven naar Diedamskopf, op 2090 meter hoogte. Hier zitten de skiërs. Het is 9 uur 's morgens. Boven het zonneterras zindert de discodreun, de bar is volop open en achter de afrastering suist het omlaag in kekke kleren. Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet hoef. Wat ik wel moet is achter Alfons aan dwars een van de drukke skihellingen oversteken. ,,Bij elkaar blijven!'', roept hij. Zijn accent maakt elke mededeling vrolijk, maar mij even niet. Ik verlies greep en begin omlaag te glijden tussen die voorbij razende skieërs, ik ben bang dat ik zelfs met een te hoge stem `help!' roep. Krabbelend bereik ik zelf de overzijde, waar we eindelijk de sneeuwschoenen aan mogen. We banjeren weg van het skigedoe, door de rulle sneeuw die alleen te betreden is op sneeuwschoenen. Zonder zou je tot je dijen wegzakken. Alfons trekt een spoor de bergen in, wij stappen in zijn voetstappen. Hij keert zich om en roept dat er hier zeven meter sneeuw onder ons zit, allemaal opgewaaid `uit Zwitserland'. Inderdaad zie ik iets uitsteken dat de top van een spar zou kunnen zijn. Alfons passeert een hoogte door er vanaf te springen. Ik, angsthaas, vind dat eng, val om en glijd op mijn achterste door. De sneeuw schiet tot tussen mijn schouderbladen onder mijn kleren. Eigen schuld.

Alfons staat stil, hij doceert: ,,Der Wind ist der Baumeister der Lawinen''. Hij wijst op de sneeuwduinen, hoog en breed en ongenaakbaar glanzen ze in de felle zon. Vooral aan de noordzijde, waar geen direct zonlicht komt en de sneeuw in losse fondantlagen op elkaar ligt, zijn ze levensgevaarlijk als ze gaan schuiven. Ze zijn ook plaatjesmooi, met hun geplooide glooiingen. Wat zit eronder? Een alm? Bosjes? Een ravijn? Routepaaltjes? Misschien een stal?

Zigzaggend bestijgen we Falzer Kopf, ons spoor achterlatend in het uitgestrekte, verder onaangeroerde sneeuwveld. Alfons de gids gaat door op de lawines. Wat hij vertelt is interessant (,,de sneeuw in een lawine is hard als beton'') en wetenswaardig (,,De mens is gebouwd op vijf dagen niet eten. En op 50 km lopen per dag'') en onvergetelijk (,,een hond ruikt zweet door drie meter sneeuw heen''). Maar de uitzichten zijn hier te adembenemend om goed naar hem te luisteren.

Alfons' kalme stappen lijken traptreedjes waar bijna mechanisch op kan worden voortgeploegd, en laten voldoende adem en energie over om te kijken: in de verte naar de pieken van de bergketens tegen de knalblauwe lucht; dichtbij naar de minuscule sneeuwballetjes die bij elke stap naar beneden rollen, spoortjes achter zich latend of er een dier op dunne voetjes omlaag holde.

Bij een berghut aangekomen bestellen we Apfelstrudel en zien we een vogel, een rond geval met kleurtjes en witte streepjes. Man zoekt hem op: de Alpenheggemus. ,,Komt in Nederland niet voor''. Dat stemt tevreden.

Een week sneeuwwandelen kost bij `Loopend vuurtje' ongeveer 550 euro, met inbegrip van reis per trein, verblijf, huur sneeuwschoenen, vervoer ter plekke en dagelijkse tochten. De Oostenrijkse gids moet apart worden betaald (25 euro p.p.). Inl. www.loopendvuurtje.tk of tel. 026 3628349.