Realiteitszin

Natuurlijk mogen en moeten wij ons verweren tegen de aantijgingen uit het Witte Huis. Nu de Duitsers en de Fransen te horen krijgen dat zij hun realiteitszin kwijt zijn, moet de Amerikaanse regering erop worden gewezen dat niemand de realiteitszin in pacht heeft. En al helemaal niet een zekere Rumsfeld, die de Amerikaanse burgers probeert wijs te maken dat in de kwestie-Irak de hele wereld achter Amerika staat. Inmiddels schijnt de helft van de Amerikaanse bevolking te denken dat Saddam Hussein achter de aanslagen van 11 september zat – wat niet bepaald pleit voor de realiteitszin van de regeringspropaganda en de media. Maar wat het onderscheid tussen het oude en het nieuwe Europa betreft, heeft Rumsfeld zich vergaloppeerd. Als hij iedereen die tegen een solo-actie van de Verenigde Staten is, als `het oude Europa' betitelt, mogen wij meer dan de helft van de Amerikanen tot de oude Europeanen rekenen.

Overigens heeft op het stuk van realiteitszin ook de regering van de Bondsrepubliek nog aardig wat in te halen. Een regering die haar kiezers voortdurend voorhoudt dat zij wil dat de inspecteurs in Irak hun werk onbelemmerd kunnen doen, maar dat zij, ongeacht wat die inspecteurs zullen vinden en wat de Verenigde Naties daarover zullen zeggen, in geen geval een ingrijpen zal goedkeuren, is niet helemaal van deze wereld.

Peter Schneider is schrijver.

Gerectificeerd

Bij het artikel De Verenigde Staten, het oude en het nieuwe Europa (25 januari, pagina 6) ontbreekt een bronvermelding: de tien niet-Nederlandse bijdragen (van

Sloterdijk, Menasse, Ben Jelloun, Clavier, Debray, Rovan, Schneider, Glucksmann, Schwarzer en Virilio) verschenen op 24 januari in de Frankfurter Allgemeine Zeitung.