Osdorp Posse

De Nederlandstalige hiphop heeft veel te danken aan de Osdorp Posse. Onder aanvoering van spraakwaterval Def P. (Pascal Griffioen) brak de groep een lans voor rap-in-je-moerstaal en gaf daarmee ruimte aan een hoop geestverwanten. Ze schiepen de `nederhop', die zich niet alleen qua voertaal onderscheidde van de grote Amerikaanse voorbeelden: botte beats gaven ruim baan aan hard rockende gitaren. Die hele golf, rond midden jaren negentig uitputtend gedocumenteerd op het Eindhovense Djax-label, is inmiddels danig afgevlakt, terwijl Extince en vooral Brainpower in het Nederlands de hitlijsten beklommen met beschaafdere beats die nadrukkelijker en met wat meer funk in de benen knikten naar de Amerikaanse hop.

Maar met de uiterst jeugdige Moordgasten krijgt het aloude nederhop-geluid weer een verse bloedtransfusie en ziedaar, daar zijn de aartsvaders ook weer. Veel is er niet veranderd zou je zeggen, maar op die kritiek is Def P. voorbereid: in de bonustrack `Recencisme' veegt hij luidruchtig de vloer aan met de vakbroeders die dat op durven schrijven. Maar hoe doelmatig producer Seda ook met de botte bijl hakt, Tegenstrijd is het leukst als de groep afwijkt van het zelfgelegde stramien. Bijvoorbeeld als er geëxperimenteerd wordt met stokoude en toch altijd actuele reggae, zoals in de fraaie nummers `Nooit meer' en `Ik eerst'. Elders blijkt dat het tamelijk voorspelbaar is hoe het er in een Osdorp Posse-nummer aan toe gaat, zodat het raadzaam is om de veelgeroemde taalgevoeligheid van Def P. eens onder de loep te nemen.

In Tegenstrijd, met zo'n typisch woordspelige titel, zet hij zich af tegen de sectarische `underground', die als het rijmschema erom vraagt ook handig als `ondergrondse' wordt aangeduid. `Wat zou je doen?' gaat over kanker, een bewijs dat onder Def P.'s grote bek een gouden hartje schuilt. En een zekere tuttigheid. Want hij is ook een ouderwetse moralist, die in `Nooit meer' waarschuwt tegen tattoos, in `De jongens uit de industrie' de muziekbizz op de korrel neemt, in `Ik eerst' protesteert tegen de ik-cultuur in ecologisch perspectief en het in `Noem het hiphop' opneemt voor de oude waarden van het genre – een onderhand nogal uitgesleten onderwerp. Gecombineerd met de oudbakken cabaret-samples tussendoor bevestigt Def P. de indruk dat Nederlandstalige hiphop soms gevaarlijk neigt naar kleinkunst met een beat. Wie daartegen kan, heeft aan Tegenstrijd een, laten we zeggen, ouderwets goed Osdorp Posse-album.

Osdorp Posse: Tegenstrijd (Ramp; distr. Pias)