Oppas aan huis

Eline Nievers: `We moeten haar koesteren'. Over de relatie tussen ouders en de betaalde kinderoppas aan huis. Utrecht, De Graaff, 224 blz. Universiteit Utrecht, 17 januari 2003. Promotor: Prof.dr. C.D.A. Brinkgreve.

Bij een paar heel deftige vrienden heb ik het nog wel eens meegemaakt, dat alles moest wijken voor de verjaardag van `juffie'. Dat was dan de inmiddels hoogbejaarde kinderjuffrouw, die in hun dagelijks leven vaak jarenlang de plaats van hun moeder had ingenomen. Soms had ze die rol ook al toen hun eigen vader of moeder kind was. Ook in de hoogste kringen is het inmiddels al bijna ondenkbaar geworden dat de opvoeding van een kind helemaal uitbesteed wordt. Hoewel het verhaal apocrief is, vindt iedereen het ook begrijpelijk, om niet te zeggen hartverwarmend, wanneer een minister aangeeft dat hij nu weg moet, omdat het vandaag zijn beurt is om voor de kinderen te zorgen.

De vrouw van de minister werkt ook. Dat heeft niet alleen tot een nieuwe verdeling van zorgtaken geleid, maar ook tot de terugkeer van de kinderjuffrouw. Zo heet ze niet meer, het is nu een oppas (het meervoud is uiteraard oppassen en niet oppassers), waarmee maar gezegd wil zijn dat ze niet echt de zorg overneemt maar vooral toezicht houdt bij afwezigheid van vader of moeder. Daarnaast is er natuurlijk ook nog het heel snel gegroeide aanbod aan mogelijkheden van kinderopvang. Maar weinig kinderen gaan er vaker dan één of enkele dagdelen naar toe. Zelfs als er zowel van een oppas als van de opvang gebruik wordt gemaakt, hebben ouders tegenwoordig toch nog altijd het idee dat de echte opvoeding toch hun zaak is en blijft.

Eline Nievers schetst in haar proefschrift een heel levendig portret van de kinderoppas in Nederland en van – zouden we nu zeggen – de normen en waarden die ten grondslag liggen aan de beslissing van de ouders de zorg voor hun kind in handen te leggen van een vreemde die ze bij de uitoefening van haar werk niet in de gaten kunnen houden. Kinderoppas is een vertrouwenspositie, altijd al, maar zeker wanneer geen beroep gedaan kan worden op naaste familie of vrienden. Er is geen opleiding voor kinderoppas, wettelijk is er niets geregeld, de betaling gebeurt zwart en van een schriftelijke afspraak, laat staan van een contract, is vrijwel nooit sprake. Als dat er wel is, geldt het bijna als een contra-indicatie voor continuering van de relatie met de desbetreffende kinderoppas. Iemand die een contract wil of de opstelling van een contract nodig maakt, is niet iemand aan wie je je kind zou willen uitbesteden. Een contract staat bijna gelijk met het opzeggen van het vertrouwen.

Kinderoppas is een vorm van persoonlijke dienstverlening die ook vroeger niet zonder problemen was, maar toch gemakkelijker te organiseren was. Het aanbod aan personeel was honderd jaar geleden aanzienlijk groter dan nu en de verhouding met de ouders was ook heel anders. De kinderjuffrouw behoorde tot het personeel en werd ook als zodanig behandeld. De afstand tot `mevrouw' als werkgever was groot en het was ook `mevrouw' die bepaalde wat er gebeurde en hoe het gebeurde. Voor de kinderen maakte dat natuurlijk niet zo veel uit. Net als nu hechtten zij zich vaak al snel aan `juffie', zeker als de echte moeder letterlijk en figuurlijk onbereikbaar was. Wie, zoals een van mijn vrienden, van zijn moeder 's avonds niet meer zag dan een even langs de kinderkamer ruisende avondjurk, ontwikkelde voor `mama' (klemtoon op de tweede lettergreep, die wat langer aangehouden wordt) minder warme gevoelens dan voor de vreemde vrouw die er altijd was.

In een modern gezin is vrijwel nooit meer inwonend en permanent beschikbaar personeel aanwezig. In het beste geval – en tegenwoordig weer steeds meer – komt een hulp of werkster een beperkt aantal uren per week de boel aan kant maken. In gezinnen met jonge kinderen en met buitenshuis werkende ouders maakt inmiddels ook steeds vaker de betaalde kinderoppas haar entree. Eline Nievers laat zien met hoeveel voetangels en klemmen de relatie tussen ouders en oppas omgeven is. Strikt genomen is er sprake van een gewone werknemer-werkgeverrelatie, maar in de praktijk ziet dat er heel anders uit. Iedere hint in de richting van hiërarchie wordt door beide partijen als pijnlijk beleefd en er wordt veel werk gemaakt van een enscenering van de relatie als een vriendschappelijke verhouding. De oppas is opvallend vaak behoorlijk ouder dan de `mevrouw', heeft ook veel meer ervaring met (eigen) kleine kinderen en is financieel lang niet altijd afhankelijk van de inkomsten uit het eigen werk (enkele jaren geleden meestal tussen 3 en 6 euro per uur). Zij doet het werk, omdat ze van kinderen houdt en om de gezelligheid en de aanspraak.

De opdrachtgevers spelen daar gretig op in, omdat het in hun belang is dat de oppas blijft en een goede band met het kind of de kinderen ontwikkelt. De oppas wordt iets tussen een tante en een vriendin in, met soms een wat hinderlijk hoog `schoonmoeder'-gehalte. Tegelijkertijd is ze toch ook werknemer, met redelijk vaste werktijden en behoorlijk eigen opvattingen over wat wel en niet tot haar taak behoort. Soms maakt ze het avondeten voor het hele gezin klaar of werkt de vaat en de strijkwas weg. Als je pech hebt, ben je nog lang na het vertrek van de oppas bezig de rommel op te ruimen. Uiteraard is de verjaardag van de oppas weinig minder dan een nationale feestdag en uiteraard zijn het vooral de moeders die voor een goed contact met de oppas moeten zorgen.

Dit proefschrift biedt een soort zedenschets van het moderne gezinsleven. Daarin is eigenlijk geen plaats voor de functie van oppas. Beide partijen weten dat ook of voelen het in ieder geval intuïtief aan. De oppas probeert meestal de relatie zo persoonlijk mogelijk te maken – en daarmee ook maximaal bevredigend –, de ouders houden het graag een beetje zakelijk maar slagen daar in het algemeen niet in, ook omdat dit niet in het belang van het kind is. Daarmee is helemaal niet gezegd, dat de relatie tussen ouders en oppas slecht is. Uit het onderzoek van Eline Nievers blijkt juist dat het opmerkelijk vaak heel goed gaat, maar ook dat het veel `relatie'-werk met zich meebrengt. De positie van de oppas is slecht gedefinieerd, maar dat is niet toevallig zo. Beide partijen hebben een eigen belang bij een zekere vaagheid.

    • Paul Schnabel