Nieuwe vragen bij onderzoek vuurwerkramp

Het politieteam dat de Enschedese vuurwerkramp heeft onderzocht, krijgt tijdens het hoger beroep deze week, kritiek uit onverdachte hoek. Twee rechercheurs distantiëren zich van de onderzoeksmethodes.

Zijn de twee rechercheurs die de werkwijze van hun eigen politieteam bekritiseren klokkenluiders, ja of nee?

Ja, zegt hun advocaat J. Peters. ,,Ik neem ze zeer serieus. Hun kritiek moet worden onderzocht.'' Nee, zegt advocaat-generaal A. Welschen namens het openbaar ministerie. ,,Ze noemen zich klokkenluider maar de kritiek stelt niets voor. Het sop is de kool niet waard.''

De beide brigadiers, binnen het zogeheten `Tolteam' belast met het verhoren van S.E. Fireworks directeur R. Bakker, zijn volgens Peters ,,dragende'' rechercheurs. De twee stellen dat er met name in het onderzoek naar André de V. fouten zijn gemaakt. De V. is wegens brandstichting bij S.E. Fireworks veroordeeld tot vijftien jaar cel.

Advocaat Peters: ,,Ze zeggen niet dat De V. onschuldig is, maar dat er aanwijzingen zijn die wijzen in een andere richting. Die zijn niet onderzocht.'' Volgens de rechercheurs moet de oorzaak voor de brandstichting gezocht worden binnen het bedrijf S.E. Fireworks, maar heeft directeur Bakker er niets mee te maken.

De kritiek is onder ede vastgelegd in een `verslag van verrichtingen en bevindingen'. In dit twee A-4-tjes tellende document worden vijf punten opgesomd waaruit moet blijken dat het Tolteam heeft gemanipuleerd met verklaringen van getuigen, ontlastende verklaringen voor De V. niet (tijdig) aan het dossier heeft toegevoegd en bepaalde zaken onvoldoende heeft onderzocht. Zo is er volgens de rechercheurs bijvoorbeeld niets gedaan met een foto, genomen vlak voor de explosies bij S.E. Fireworks, waarop te zien is dat er enkele brandblussers op het bedrijfsterrein ontbreken.

De kritiek spitst zich met name toe op het vermoeden dat een getuige door rechercheurs onder druk is gezet om een verklaring in het nadeel van De V. te wijzigen. Het gaat hierbij om het tijdstip waarop De V. op 13 mei 2000 arriveerde op een recreatieplas buiten de stad. Volgens justitie was hij hier pas kort na de explosies, volgens De V. was hij er veel eerder.

Sinds mei 2002 hebben de rechercheurs geprobeerd hun kritiek toe te voegen aan het procesdossier. De leiding van het Tolteam, de korpsleiding van de politie Twente en het openbaar ministerie hebben dit geweigerd.

,,Mijn cliënten zijn continu tegen een muur aangelopen'', concludeert advocaat Peters. Hij is door de rechercheurs in de arm genomen omdat ze repercussies van de korpsleiding vrezen. Leidinggevenden van het Tolteam, dat tijdens het onderzoek maximaal honderd rechercheurs telde, stellen dat de beide rechercheurs alleen staan in hun kritiek. Ook wordt ontkend dat het om ,,dragende'' rechercheurs gaat.

De advocaten van de Fireworks-directeuren W. Pater en R. Bakker, en André de V. willen dat de beide rechercheurs gehoord worden tijdens het hoger beroep, dat gisteren voor het Arnhemse gerechtshof van start is gegaan. Advocaat-generaal Welschen ziet hier niets in, omdat het volgens hem om ondergeschikte punten gaat. ,,Het zijn geen serieuze bezwaren. Het is slechts een andere manier van kijken.'' Hij beschuldigt de rechercheurs ervan zich te hebben laten beïnvloeden door directeur Bakker, die altijd twijfels heeft geuit over de betrokkenheid van De V. Advocaat J. Plasman: ,,Bakker is van oorsprong een stratenmaker, geen directeur. Als hij twee van de meest ervaren rechercheurs op sleeptouw heeft kunnen nemen, is er des te meer reden om te twijfelen aan het hele onderzoek.''

Plasman denkt dat de verklaringen van de rechercheurs niet alleen van belang zijn voor De V. maar ook voor de beide directeuren. ,,Het is wel hetzelfde Tolteam dat beide zaken heeft onderzocht.''

Volgens advocaat A. Moszkowicz, die André de V. vertegenwoordigt, raken de verklaringen de ontvankelijkheid van het OM. De goede procesorde staat wat Moszkowicz betreft toch al ter discussie omdat het OM in de strafzaak tegen De V. tijdens zijn verblijf in een huis van bewaring een infiltrant heeft ingezet. Volgens een recente uitspraak van het Europese hof voor de rechten van de mens is dit in strijd met een eerlijk proces. Advocaat-generaal Welschen vindt dat de inzet van een informant in de zaak tegen De V. niet vergelijkbaar is met de zaak waarover het Europese hof zich heeft uitgesproken.

Het Arnhemse gerechtshof maakt op 7 februari bekend of beide rechercheurs gehoord worden.