Maar nu even niet

Sophie de Klerck (37): fulltime voorlichter bij internationaal bedrijf. Moeder van Max (5) en Tom (2). Woont samen met Mark (39). Vanaf vandaag vertelt ze tweewekelijks over haar drukke leven.

Onze-man-in-Bahrein werkt niet op vrijdag. Logisch in een islamitisch land. Maar ook erg lastig, want ik moet informatie van hem hebben op deze ene vrijdagmiddag dat ik me wil gedragen als Gezellige Moeder die met kinderen pannenkoeken gaat eten. Eerst haal ik Tom veel vroeger dan gewoonlijk uit de crèche. Trek me niets aan van de verbaasde blikken van de leidsters en race naar de school van Max, die al buiten staat te wachten. Net als ik Max achterop de fiets heb gehesen, piept mijn GSM. Voorlichten is twentyfour/seven business. ,,Blablablabla. En daarom publiceer ik morgen een artikel waarin ik onthul dat jullie deelnemen aan een beurs in Irak. Wat is jullie commentaar, mede gezien de internationale situatie?''

Een beurs in Irak?! Ik weet van niets. Ik beloof de journalist dit onmiddellijk tot op de bodem uit te zoeken en zo snel mogelijk terug te bellen. Ik sjor de kinderen weer van de fiets. ,,Toe maar, ga maar even lekker spelen.'' Ze verspreiden zich over het inmiddels verlaten schoolplein. In paniek bel ik mijn Mark, die thuis werkt aan zijn proefschrift. Geïrriteerd meldt hij dat hij niet weer wil komen opdraven die ene middag dat híj eens een keer tijd heeft voor zijn werk. Juist. Zo'n proefschrift duurt dus langer dan drie zwangerschappen bij elkaar. Geen nood. Ik bel mijn vriend Jan die altijd voor me klaar staat. Maar nu even niet. Hij moet zorgen voor zijn babyzoontje en kan niet door de regen naar het schoolplein komen. Het is gaan miezeren. De jongens, die elkaar met takken te lijf gaan, lijken het niet te merken.

Dan maar mijn vreselijke assistente gebeld om het telefoonnummer van onze Midden-Oosten-man te vragen – vooral zijn huisnummer ja, want op vrijdag werkt hij niet. ,,Maar je kunt toch echt beter op kantoor zijn als journalisten bellen.'' Ik negeer mijn vreselijke assistente.

Na acht keer proberen krijg ik onze-man-in-Bahrein aan de lijn. Net op dat moment valt Max op de grond. Keihard. Zijn juf, die deze middag heeft uitgekozen voor tien-minuten-gesprekjes, zie ik aan het raam komen. Ik schaam me rot. Ik wil de Midden-Oosten-man toeschreeuwen dat hij `corporate' op de hoogte had moeten stellen van deze rotbeurs, dat het zijn schuld is dat ik faal voor de ogen van de juf van mijn kinderen en dat ik nu quality time sta te verbellen. Maar ik houd me in. Ben al lang blij dat het geen Saddam Hoessein-beurs is, maar netjes onder auspiciën van de Verenigde Naties.

,,Gaan we nou, mahama'', zeurt Max. ,,Nog heel eventjes een meneer van de krant terugbellen.''

De meneer van de krant maakt geloof ik geen schandaalstuk. Nu nog mijn directeur vertellen dat er morgen over ons geschreven gaat worden. Het management is altijd bang als er iets over ons in de krant staat. Maar hij moet maar even wachten. Eerst de pannenkoeken. De jongens doen wie het snelst klaar is. Gelukkig laat Max zijn broertje winnen.

Op weg naar huis bedenk ik dat ik nu echt de directeur moet inlichten. Over mijn stuur leunend bel ik hem op. Hij neemt op en mijn fiets glijdt weg. De kinderen gillen. Snel verbreek ik de verbinding en breng de fiets net op tijd in evenwicht. Trek de jammerende jongens uit hun zitjes en krijg ze stil met de belofte dat ze thuis Fox Kids mogen kijken. Ik bel de baas opnieuw, verkoop hem de smoes dat, heel gek, de verbinding plotseling wegviel. ,,Je hebt toch niet te veel informatie gegeven?'' Nee natuurlijk niet, maar met `no comment' waren we er deze keer niet van af gekomen. Om vijf uur zijn we thuis. Net Pokémon gemist.

    • Sophie de Klerck