`Ik hou niet van dankbaarheid'

Nederlanders zijn gulle gevers als het gaat om goede doelen. De één doneert aan de kerk, de ander kiest voor de Derde Wereld. Lerares Ali Groebe geeft aan heel veel doelen, maar het meest aan ontwikkelingslanden.

De eerste keer dat Ali Groebe een goed doel steunde met een fors bedrag, was eind jaren zeventig. In het destijds streng christelijke Veenendaal, waar zij net woonde, liep de discussie over werkende moeders en crèches hoog op. De progressieve ouders die in een voormalige textielfabriek een kinderdagverblijf wilden beginnen, hoefden niet te rekenen op steun van de gemeente en een bankkrediet zat er evenmin in. De Triodos Bank, die ondermeer maatschappelijke doelen financiert, wilde wel een lening verstrekken, maar daar moesten borgstellingen tegenover staan. Groebe stond borg voor 1.000 gulden. ,,Voor als het fout zou gaan. Na een jaar of tien kreeg ik bericht dat de borg kon vervallen.''

Sindsdien heeft ze nauwelijks nog grote bedragen geschonken aan goede doelen dichtbij huis. ,,Ik geef het liefst aan doelen ver weg, want geld geven is eigenlijk de enige manier om armoede en ongelijkheid in andere delen van de wereld te bestrijden. Dichtbij huis kun je vaak zelf wel wat doen. Dan hoef je niet per se geld te geven, maar kun je ook vrijwilligerswerk doen.''

En dat doet Groebe (54), lerares op een Montessori basisschool, volop. De laatste twintig jaar is ze, onder meer als raadslid voor de PvdA, nauw betrokken bij het minimabeleid in haar woonplaats. Uit onderzoek van de FNV blijkt dat Veenendaal hoort bij de tien gemeenten in Nederland met het ruimhartigste minimabeleid. Mensen die in aanmerking komen voor bijzondere bijstand kunnen rekenen op het maximale bedrag dat Den Haag accepteert en binnenkort volgt er een extraatje voor ouders van middelbare scholieren die van een minimuminkomen moeten rondkomen. Groebe zoekt uit of de gemeente kan meebetalen aan computers voor deze groep, inclusief een cursus en een internetaansluiting, en probeert de commissie te overtuigen.

Buiten de gemeentegrenzen is ze betrokken bij het Tsjechische Olomouc. Eigenlijk wilde Veenendaal een stedenband met een stad in Afrika of Midden-Amerika, maar in de gemeenteraad sneuvelde elk initiatief. De progressieve partijen wilden de stad in den vreemde emanciperen, de confessionelen zagen meer in evangeliseren. Toen Oosteuropese steden contact zochten met het Westen besloot Veenendaal met Olomouc in zee te gaan. Groebe is voorzitter van de stedenband. Ze adviseert de Tsjechen bij het opzetten van een Montessorischool en ze reisde op eigen kosten naar het oosten toen Olomouc in 1997 getroffen werd door overstromingen. Een inzamelingsactie onder Veenendaalse burgers en bedrijven leverde 100.000 gulden op.

Natuurmonumenten, de Dierenbescherming, de Vogelbescherming, het Rode Kruis, de Hartstichting, het Koningin Wilhelminafonds, elk jaar kunnen ze rekenen op een bescheiden donatie van Groebe. Ze vermoedt dat ze de meeste bekende doelen in Nederland steunt. Hoe groot haar totale bijdrage per jaar is, weet ze niet. ,,Duizend euro, schat ik.'' Toen ze gemeenteraadslid was en haar aangiftebiljet liet invullen door een boekhouder, vormden haar giften een aftrekpost. Sinds ze weer zelf haar biljet invult, maakt ze van die mogelijkheid geen gebruik meer. ,,Dan moet ik dat allemaal optellen en als het dan wat meer is dan de drempel, krijg ik daarvan de helft terug. Dan denk ik: gatverdarrie, laat maar.''

Ook elke collectant aan de deur krijgt al naar gelang het doel 5 of 10 euro, al heeft ze moeite met orthodox-christelijke doelen.

De grootste bedragen reserveert ze voor ontwikkelingsorganisaties die armoede en ongelijkheid bestrijden, zoals de Novib, Unicef, Artsen zonder Grenzen en het Lilianefonds, maar ook Amnesty. ,,Ik vind het een vorm van beschaving om in je eigen omgeving en in de rest van de wereld te kijken of mensen een goed bestaan hebben en daar van uit je eigen rijkdom een bijdrage aan te leveren. Omdat ik zelf niets aan die problemen kan doen, steun ik organisaties die dat wel kunnen.'' Fosters Parents Plan hoort daar nadrukkelijk niet bij. ,,Zo'n kindje dat mij dan een brief moet schrijven, nee. Ik houd niet van dankbaarheid, dat geeft een afhankelijke positie.''

Ze stoort zich aan de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en aan de kritiek op economische vluchtelingen (`Zolang rijke landen niet bereid zijn hun welvaart te delen, komen de economische vluchtelingen het halen en daar hebben ze gelijk in') en ze probeert door steun aan goede doelen haar eigen schuldgevoel over de ongelijkheid in de wereld af te kopen. Maar dat laatste lukt steeds minder. ,,Het is dweilen met de kraan open. Ik ben erg pessimistisch over de toekomst van de Derde Wereld.''

Dit is het derde deel in een serie over mensen die aan goede doelen geven.