Gruwen van klonen

Politici die gruwen van klonen, het is volslagen belachelijk. Seksuele voortplanting is een evolutionaire noodsprong en klonen een veel elegantere vorm van reproductie.

Vorige week zaterdag was het in deze krant voorpagina-nieuws; hoeveel Bos en Balkenende ook van elkaar verschillen, één ding hebben ze gemeen: ze gruwen van klonen. Zij zijn de enigen niet. Overal waar klonen ter sprake komt, merk je dezelfde irrationele huiver. En dat terwijl wij dankzij onze moeders van kindsbeen af aan met klonen vertrouwd zijn. Alleen heette het klonen toen stekken. Alle vensterbankbegonia's waren aldus verkregen.

Vergeleken met de even simpele als elegante manier van reproduceren die stekken is, blijft bij planten seksuele reproductie maar een moeizame aangelegenheid. Stampers en meeldraden en wind of bijen – het luistert allemaal bijzonder nauw, het weer moet meezitten, de wind moet goed staan en de dwaze bijen moeten er maar zin in hebben.

Ook bij de diersoorten die zowel klonen als seks op het repertoire hebben staan, blijkt klonen een veel elegantere vorm van reproductie. Neem nou de zoetwaterpoliep. Heb je ooit een paar dagen achter elkaar met behulp van een binoculair aanschouwd hoe zo'n poliepje zichzelf vermenigvuldigt, dan wil je over klonen nooit meer een kwaad woord horen.

Een zoetwaterpoliep bestaat uit een steel met een krans van tentakels daar bovenop. Gaat het hem goed, dan verschijnt op een dag halverwege de steel een bobbeltje. Het wordt geleidelijk groter, en na een dag, soms twee dagen, zie je kleine tentakeltjes uit het bolletje tevoorschijn komen. Het gekloonde poliepje groeit snel, snoert zich af van de moederpoliep, verplaatst zich met een paar saltootjes, en vangt zijn zelfstandig bestaan aan. De zoetwaterpoliep kan zich ook seksueel voortplanten, maar doet dat alleen als de omstandigheden slecht zijn, voedselgebrek dreigt, hij op sterven na dood is.

Seksuele voortplanting is een evolutionaire noodsprong. Waarschijnlijk het flexibele antwoord op de enorme dreiging waaraan alle organismen blootstaan: die van het parasitisme. Seks vereist een geweldige investering in tijd en energie. Eigenlijk is 't een reuze onhandige manier om je te reproduceren, maar de winst is dat je sneller nuttige genen kunt uitwisselen. Toch zouden, als klonen bij ons norm was, en wij dankzij de dieren ook weet hadden van de mogelijkheid van seksuele voortplanting, Bos en Balkenende net zo hevig gruwen van seks als zij nu gruwen van klonen.

Stel je voor, zouden ze roepen: schoolklassen met totaal verschillende kinderen erin zodat je hele dommen en hele slimmem naast elkaar hebt, terwijl nu alle kinderen even slim zijn! Wat een ramp zou dat zijn voor de leerkrachten. Stel je voor, heel mooie vrouwen en heel lelijke, en mannen idem – wat een naijver, wat een ellende, wat een bitter verdriet zou daaruit voortvloeien. Goddank, dat we klonen, waardoor we allemaal aan elkaar gelijk zijn.

In een mensenwereld waarin klonen de norm zou zijn, zou seksuele reproductie met nog veel grotere huiver en argwaan worden bekeken dan wij nu klonen bekijken. En terecht, die wereld zou extreem beangstigend zijn.

Het is volslagen belachelijk om te `gruwen van klonen'. Het is de meest voor de hand liggende, minst kostbare vorm van reproductie. In de miljarden jaren die evolutionair achter ons liggen was het eeuwigheden lang de norm. Niets zou verstandiger zijn dan daarop terug te grijpen. Of zoals Anton Wachter in De laatste kans van Vestdijk denkt na z'n teleurstellende liefdeservaringen: ,,Een mens moest een cel zijn, een klompje dat zich in tweeën splitst, dan zou er niets aan de hand zijn.''

    • Maarten ’t Hart