Gronings Statenlid PvdA stapt op na mengen belangen

Het Groningse PvdA-Statenlid N. Klein Bleumink (32) is zes weken voor het einde van haar termijn opgestapt. Ze voerde namens haar organisatie- en adviesbureau een opdracht uit voor noordelijke overheden, wat in strijd is met de provinciewet.

Klein Bleumink maakte een feitelijke inventarisatie van de culturele infrastructuur in het noorden. Dit gebeurde in opdracht van de Noordelijke Convenantpartners, een samenwerkingsverband van de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en de gemeenten Groningen en Leeuwarden.

In artikel 15 van de provinciewet staat dat een Statenlid geen betaald werk mag aannemen en uitvoeren in opdracht van de provincie. De provincie Groningen betaalde Bleumink 6.000 euro voor de opdracht. De Groningse commissaris van de koningin Alders lichtte haar dinsdag in. Hij spreekt in een brief aan de Statenleden van ,,een vervelende situatie''. Van opzet zou geen sprake zijn. Klein Bleumink: ,,Dit is heel ongelukkig. Ik heb die wet nooit gelezen.''

In een brief aan Alders schrijft het Statenlid dat ze zich niet realiseerde dat het opstellen van een inventarisatie voor een cultureel profiel voor het noorden, werk was dat ze voor de provincie Groningen verrichtte. Dit ondanks het feit dat ze wel door de provincie werd betaald en ook de contacten via de provincie verliepen.

Ze was zich ervan bewust dat Statenleden ,,terughoudendheid en zorgvuldigheid'' in acht moeten nemen. Voor haar betekende dit dat ze geen adviezen verstrekte op beleidsterreinen waar ze als Statenlid actief was.

Klein Bleumink werd vier jaar geleden door de Noordelijke Convenantpartners gevraagd een nota te schrijven, maar toen was ze nog geen Statenlid. Vorig jaar kreeg ze opnieuw een soortgelijke opdracht. ,,Die opdracht hadden ze niet mogen verstrekken, want iedereen wist dat ik Statenlid was.'' In 2000 gaf ze de provincie Groningen een volgens Alders ,,zeer beperkt advies'' over de afsluiting van een project van voormalige bedrijfsterreinen voor ambtenaren samen met kunstenaars. Alders meent dat ook de provinciale organisatie zelf een fout heeft gemaakt. ,,Op geen enkel moment is er een belletje gaan rinkelen.'' Om herhaling te voorkomen wil hij meer aandacht besteden aan de provinciewet in de introductie voor nieuwe Statenleden. Ook nieuw aangestelde provinciale ambtenaren moeten beter geïnformeerd worden over het betreffende artikel in de Provinciewet, vindt Alders. Klein Bleumink zou na de Statenverkiezingen in maart overigens niet meer terugkeren in de Staten.