Erger dan Amerika

De kiezers zweven en zappen. Tussen politieke partijen én tussen tv-zenders. De journalistiek, constateert tv-recensent Maarten Huygen, verzaakte zijn plicht in aanloop naar de verkiezingen van afgelopen woensdag. Ze wil zo graag vermaken dat ze vergeet te informeren. `Geen wonder dat zoveel kiezers twijfelden en snel van mening veranderden.'

Gerrit Zalm van de VVD wilde de paar miljard ter sprake brengen die zijn PvdA-concurrent Wouter Bos in de verkiezingscampagne twee keer zou uitgeven. Had iets te maken met de afkorting OZB. Niemand die dat wilde horen. Hij mocht voor de camera zijn haar laten wassen, ontbijten in de keuken, kip braden bij een bijstandsmoeder, maar zodra hij, bijvoorbeeld in de publieke talk- en debatshow Nederland Kiest, de magische letters OZB liet vallen en wat cijfers wilde noemen, werd hij bruut afgekapt. Te ingewikkeld.

Dus besloot Zalm het anders te proberen. ,,Wouter Bos liegt'', zei hij vorige week vrijdag in De Telegraaf. Eindelijk werden zijn financiële klachten gepubliceerd. Er ontstond opwinding. Maar in plaats van dat alle media in de cijfers doken om Zalms klachtenreeks te verifiëren, werd het werkwoord `liegen' het onderwerp. Dankzij Zalm kreeg de `beledigde' Bos de camera's en de microfoons en hij mocht erin toeteren wat hij maar wilde. Geen vraag over PvdA-bezuinigingen op Melkert-banen, waar Zalm het over had. Nee, wat vond Wouter van het woord `liegen'? ,,Ik ben geschrokken van zijn woordgebruik'', zei hij kalm. Niet boos, maar wel verdrietig.

Ook het Journaal, met tegen de twee miljoen kijkers afgelopen dagen verreweg de populairste nieuwsrubriek, noemde de beschuldiging van Zalm. Job Frieszo, de Haagse uitlegger, kwam in beeld. Eindelijk zou de waarheid boven tafel komen. Hoe zat het echt? Loog Zalm? Jammer, de redactie had een dag de tijd gehad om partijprogramma's te vergelijken en wat te bellen met specialisten. Maar Frieszo kwam niet verder dan de vaststelling dat het CDA en de VVD ,,stemming maakten'', omdat de PvdA plotseling zo groot werd in de peilingen.

De belangrijkste vraag die iedereen in die dagen bezighield was toch de identiteit van de schaduw-premier van Wouter, de nieuwe man na Pim en Jan Peter. Geruchten wie het waren, interviewtjes met mogelijke kandidaten, nog meer vruchteloze vragen aan Wouter die handig de grote aankondiging telkens een dag verder schoof. Nog steeds is onbekend of Bos of zijn politieke tegenstanders hebben ,,gelogen''. En of de winnende verkiezingsboodschappen wel in de partijprogramma's stonden. En of al die beloftes wel kunnen worden uitgevoerd. Als de minima al echt zijn geschrokken van een verdubbelde ziekenfondspremie, stond daar dan te weinig belastingverlaging tegenover? De kijker weet alles van imago, peilingen, maar dit soort hangende kwesties werd zelden verduidelijkt. Na het RTL-debat aan het begin van de campagne kwamen drie specialisten aan het woord, voormalig LPF-minister Herman Heinsbroek, journalist Jan Tromp en imago-deskundige Caroline van Aken. Niet om alle politieke kwesties inhoudelijk te duiden, maar om te zeggen wie er het beste uitzag en wie het debat had ,,gewonnen''.

De korte tv-campagne was uniek in de wereld. Drie weken achter elkaar waren de zes belangrijkste lijsttrekkers in de ether met debatten die vier onderwerpen in dezelfde slogans herhaalden: criminaliteit, immigratie, volksgezondheid en het begrotingstekort. In andere programma's vochten lijsttrekkers om de mooiste plaatjes: in een koffiehuis met Fortuyn-aanhangers (Wouter Bos) of in een flight simulator tussen twee ondervragende tv-babes (Balkenende).

De kijker bleef achter met evenveel vragen als toen hij aan het programma begon. Niemand – laat staan de omroep – voelde zich verantwoordelijk voor de antwoorden. De televisiezenders organiseerden de wedstrijd en hielden de score bij door peilingen, reacties van internet en sms'jes. Een staatsloterij, waarbij je zelf op de winnaar kunt gokken. Met recordhoge kijkcijfers – de gemiddelde kijktijd was bijna drie uur per dag – en een grote opkomst op verkiezingsdag. Het zevende emotionele tv-evenement binnen een jaar, na het koninklijk huwelijk, het slotdebat na de gemeenteraadsverkiezingen, de moord op Fortuyn, de electorale aardverschuiving daarna, de begrafenis van Claus en de val van het kabinet. Daartussen hadden we nog de zinloze moord bij Venlo, het demoniseringsdebat, de bedreigingen, de kandidatuur van Ratelband. Evenementen waar de kijker vaak interactief aan kon deelnemen door oranjevieringen, internet-rouwcondoleances, stille marsen en afgelopen woensdag door te gaan stemmen.

Bij een tv-happening krijgen de wedstrijdtechnieken de meeste aandacht. Wie had de beste soundbite? Wie twijfelde bij het antwoord? Wie zweeg? Geen wonder dat zoveel kiezers twijfelden en snel van mening veranderden. Wie moesten ze nou geloven? Waar ging de campagne over? De slechte informatievoorziening draagt bij aan instabiliteit. De winnaars van vandaag kunnen over een maand weer verliezen als een nieuwe brok informatie naar buiten komt. Als geen journalist iets controleert, kan een handig mediamanipulator als Berlusconi ongestraft zijn gang gaan.

De lijsttrekkers hadden nauwelijks geld voor hun verkiezingscampagne nodig, omdat ze dagelijks hun zendtijd gratis kregen. De tv domineerde, maar toch was er geen sprake van Amerikaanse toestanden. Amerikaanse verkiezingscampagnes zijn nooit zo kort en kandidaten hebben daar – net als in andere Europese landen – veel werk buiten de tv. Zo moeten zij campagnegeld inzamelen, kiezersgroepen mobiliseren, belangengroepen toespreken. Bij parlementsverkiezingen hebben alle politici hun eigen district. Ze zijn dus niet afhankelijk van de tv-prestaties van een paar lijsttrekkers. Ze fungeren niet als vulsel van de kieslijst, maar kunnen in hun eigen district aan de gang om ook door middel van persoonlijke contacten stemmen te werven.

Bovendien zijn er in Amerika ook veel journalisten die eigen onderzoek doen, waarvan de resultaten een rol spelen in de campagne. Daar is in Nederland geen sprake van. Bijna alle programma's hielden zich aan de debatonderwerpen uit de campagne van vorig jaar, toen ,,het volk'' sprak. Als generaals voerden de studiobazen de laatste oorlog. Wat niet weersproken werd door politieke tegenstanders, bleef staan. Hooguit zei een presentator dat hij een uitspraak een ,,slap verhaal'' vond (Ferry Mingelen in het slotdebat).

Presentatoren debatteerden actief mee, ook zo'n kenmerk van de nieuwe tv-journalistiek. In het RTL-debat leek Frits Wester de vijfde lijsttrekker, afgemeten aan zijn interrupties en monologen. In de zondagavonddiscussies van Netwerk kregen twee politici steun van twee presentatoren als secondanten die meevroegen en discussieerden. Dat moest wel, omdat het een samenwerking was tussen de omroepen AVRO en KRO. Zowel de oude rot Karel van de Graaf als zijn minder ervaren collega Sven Kockelman moesten er een rol in spelen. Wie Kockelman als secondant kreeg had pech.

Vooral op de publieke televisie holt de cultuur van dure mannelijke sterren de kwaliteit van de verslaggeving uit. Er komen steeds meer talkshows. Iedere tv-caudillo moet een keer bij de lijsttrekkers aan de beurt komen. Redacties specialiseren zich in de productie van gasten, niet in journalistiek werk. Programmamakers kunnen nauwelijks journalisten financieren, want ze zijn vele tonnen salaris kwijt aan dure presentatoren. Nederland Kiest had er, vooruitlopend op het nieuwe Nova, maar liefst vier die om en om presenteerden. De debatten werden aangevuld met reportagetjes. Krantenredacties lieten zich meeslepen door de televisie en brachten vaak verslag uit van wat de avond tevoren op de tv was te zien. De kwesties van de ziekenfondspremie en de OZB werden ook daar niet uitgelegd.

Er zijn gunstige uitzonderingen. Het Journaal trok wel eens wat lijnen. Wat dachten de verschillende partijen over integratie? Maar het onderzoek bleef vaak oppervlakkig. Dat mensen die in de gevangenis zitten geen misdaden kunnen plegen, werd over het hoofd gezien in een item over de eis om harder te straffen. Te vaak bleef het bij een verzameling van tegengestelde quootjes en uitleg op de hurken van wat de redactie al meende te weten. Daar stond het Journaal niet alleen in. Alle omroepen hadden verkiezingsuitzendingen en qua informatie deden de commerciële niet onder voor de publieke.

Niet dat debatten of andere tv-optredens onbelangrijk zijn. Via de televisie kunnen kijkers het karakter van de lijsttrekker leren kennen. Het was interessant om te zien dat de zenuwachtige Gerrit Zalm niet wist hoe de weegschaal bij Albert Heijn werkte. Toen hij het witlof er eenmaal op had gelegd en op de knop met een witloftekening had gedrukt, keek hij wanhopig om zich heen. Hij wist niet dat hij ook nog op de toets `bon' moest drukken. Als Balkenende zich laat afblaffen door Jan Mulder of Felix Rottenberg, hoe moet hij zich dan weren tegen het nieuwe duo Chirac-Schröder?

Een moderne politieke kandidaat moet goed kunnen omspringen met televisie. Zo verwerft hij steun voor zijn beleid. Vroeger moest hij een forse stem kunnen opzetten voor pleinen en zalen. De spontane reacties van Wouter Bos bij onverwachte tv-situaties kwalificeren hem als politiek leider. Het zegt ook veel over kandidaten als ze zich voor gek laten zetten door programmamakers. LPF-leider Mat Herben hóéfde geen nieuwe brillen te gaan passen met het sexy vrouwenduo van Lijst 0.

Er was te veel debat en lolligheid en te weinig informatie. Het aantal debatten had gemakkelijk kunnen worden gehalveerd. In de overblijvende discussies hadden de onderwerpen meer kunnen worden gevarieerd. Blijft Nederland bijvoorbeeld nog wel kennisland bij al die bezuinigingen? Zo'n onderwerp kan met eigen, onafhankelijk journalistiek onderzoek in reportagevorm worden ingeleid. Dat specificeert de vraagstelling zonder dat presentatoren zelf in debat hoeven te gaan. Daarna kan inhoudelijk worden nagegaan wat de politici zeiden. Zonder al die mannetjeskwesties en wedstrijdrecensies is zo'n uitzending misschien minder opwindend, maar de kiezer raakt geïnformeerd. Informatie is een taak van de publieke omroep en de basis van een stevige democratie.