Erfgenamen van God en Brit

Literair bezien delen Israël en Egypte meer dan je zou denken, stelt Pieter Steinz in het vierde deel van zijn serie over literatuur op locatie.

Temidden van alles dat Israël en Egypte scheidt, is er veel dat ze verbindt. Allereerst het Oude Testament, de eerste vindplaats van de vaak opnieuw vertelde multiculturele verhalen over Josef en de farao, Mozes en de Exodus en vele andere heilige reisverslagen. Wie tussen Nijl en Jordaan wil lezen op locatie, of het nu bovenop de berg Sinaï is of bij de ruïnes van Memphis, kan niet om de Bijbel en de Koran heen. Wie Jeruzalem en omgeving bezoekt, moet daarnaast in elk geval het Nieuwe Testament meenemen; de stad van Abraham, Salomon en Jezus is nu eenmaal gebouwd op het fundament van drie allesoverheersende boeken.

Maar Israël en Egypte worden ook verenigd door de meer recente geschiedenis: de Britse bezetting, die in Egypte de vorm aannam van een `versluierd protectoraat' (1883-1922, en daarna) en in Palestina van een Volkenbondmandaat (1918-48). In zijn trilogie over de stad Kairo (bestaande uit Tussen twee paleizen, Paleis van verlangen en De suikersteeg) beschreef Nobelprijswinnaar Nagieb Mahfoez de wording van een onafhankelijk Egypte aan de hand van de wederwaardigheden van één familie. (Waarbij hij en passant korte metten maakte met het westers-romantische beeld van zijn vaderland dat schrijvers als Lawrence Durrell en Agatha Christie hadden gegeven). Zijn Israëlische tegenhangers in de jaren vijftig lieten zien hoe stoere joodse pioniers hun staat op de Britten en de Arabieren veroverden en hem veranderden in een aards paradijs.

Het is tegen deze Hebreeuwse vorm van socialistisch realisme dat de beste moderne Israëlische schrijvers zich in de afgelopen decennia verzet hebben. Vooruitstrevende stilisten als Yaakov Shabtai en Amos Oz onttakelden de romantiek die de zionistische aartsvaders omgaf; A.B. Yehoshua liet in zijn historische epos Meneer Mani (1990) zien hoe de oude idealen in een hoog tempo teloor waren gegaan. De oorlogen tegen de Arabieren en de erfenissen van de Shoah zijn nog steeds belangrijke onderwerpen in de Israëlische literatuur, maar ze hoeven niet iedere roman te beheersen: een schrijver als Meir Shalev heeft bewezen dat ook magisch realisme à la Márquez in de woestijn wortel kan schieten.

Volgende week: Tsjechië. Suggesties en opmerkingen: steinz@nrc.nl

    • Pieter Steinz