Deflatiespookpijn

De financiële consument is bang, onzeker en vooral boos. Uit lezersreacties blijkt vaak dat de lagere aandelenkoersen de boosdoeners zijn. Nu het beurspeil lange tijd achtereen daalt of niet snel herstelt, wordt duidelijk hoe diep we met z'n allen in de aandelen zitten. Zelfs deelnemers in pensioenregelingen die nooit risico wilden of dachten te zullen lopen: hun indexatie wordt bedreigd. Het ooit zo warme beursvuur is nog maar een strovuurtje. Niet iedereen wil dit onder ogen zien. Dus zoekt men verbeten naar zondebokken om de schuld op af te wentelen.

De lagere koersen zijn een vorm van deflatie, het zwarte schaap van de economie. Er zijn verschillende vormen van deflatie. Neem de stijgende prestaties van een product bij ongeveer gelijke prijzen, zoals bij computers en auto's. Deflatie over een wereldwijd front ontstaat door de vernietiging van een teveel aan schulden, kapitaal, productiemiddelen en arbeidsplaatsen. Het uit zich onder meer in lagere of stabiliserende prijzen, dalende rente, meer faillissementen, lagere lonen en oplopende werkloosheid.

Die factoren versterken weer de deflatie, waardoor er een neerwaartse spiraal van prijsdalingen kan ontstaan. Daaronder lijden steeds meer waarden. Ze kunnen een voor een aan de beurt komen, in een economisch logische volgorde. Zo zien we voor het eerst sinds lang een kentering in de stijgende huizenprijzen. Bedrijven zetten het mes in voordeeltjes voor werknemers. Die reeks hoeft niet per se door te zetten, maar het kan.

Je moet deze deflatie op deelgebieden zien in relatie tot de bijna hollende inflatie van voorgaande jaren. De ongekende prijsstijging van aandelen en huizen, en de almaar oplopende (hypotheek)schulden. De royale houding van pensioenfondsbestuurders ten opzichte van premieplichtige werkgevers. Werknemers die in de watten worden gelegd. Directieleden die evenveel verdienen als topvoetballers en popsterren. Wanneer er van die luxe de helft overblijft, mogen we niet klagen. Met z'n allen betalen we de rekening van deze correctie.

Direct na de beurskrach in oktober 1987 kregen vooral de overheid, de toezichthouders en de beursorganisaties de schuld van het debacle. Het werd min of meer gezien als een (beurstechnisch) incident. Daar gaat voor de buitenwereld een geruststellend effect vanuit. Slechts een enkeling wees op de brede inflatie als oorzaak, gevolgd door het deflatiespook. De huidige krach is beslist geen incident.

Inflatie en deflatie horen bij elkaar. De door inflatie opgeblazen prijzen worden een keer door deflatie gecorrigeerd tot een aanvaardbaar peil, soms pas na wilde fluctuaties. Dit proces vraagt en neemt zijn tijd. De overheid kan er weinig aan doen, behalve de rente verlagen om de economie te stimuleren, als dat al helpt.

De deflatoire prijsdalingen kennen ruwweg een bepaald verloop. Bijvoorbeeld: de dalende winsten of niet waargemaakte beloften van bedrijven lijken de spiraal op gang te brengen, gevolgd door de dalende koersen van aandelen en bedrijfsobligaties, het doorhalen van extra beloningen van werknemers, dalende rente, (in ons land) pensioenfondsen die de bakens moeten verzetten, ontslagen enzovoort. Ergens onderin de spiraal komen de massale ontslagen en loonsverlagingen. Dan is het echt mis en zit je midden in een serieuze depressie.

Er bestaat een verband tussen de mate en duur van de voorgaande inflatie en de mate en duur van de deflatie daarna. Die moet immers alle uitbundigheid neutraliseren. Kijk maar naar Japan. Het illustreert ongeveer hoe het kan gaan en hoe je kunt inspelen op een herstel.

De eerste stap die het spook moet verjagen, is het herstel van de bedrijfsresultaten, of het niet verder verslechteren ervan. Meestal volgt het herstel van de aandelen dan snel. Vandaar de tegeltjeswijsheid dat de beurs vooruitloopt op (economisch) herstel. Wie een goed rendement op aandelen wil maken, moet dan kopen, want in de beginfase van het herstel zijn de kansen op succes het grootst en de risico's het kleinst.

Maar je moet wel durven kopen, want de financiële wereld vertelt nog spookverhalen. Die lijken terecht, want deze week kwam de beursindex weer onder de 300 punten, onder meer door Irak en de dalende dollar. Een langetermijnbelegger laat zich niet afschrikken door zo'n dipje, die kijkt niet op een paar jaar.

    • Adriaan Hiele