De eerste fase... ...en het vervolg

De eerste fase van de kabinetsformatie is begonnen nu koningin Beatrix demissionnair minister van Justitie Donner heeft aangezocht als informateur. Hij heeft een zeer ruime opdracht meegekregen. Dat was ook nodig na de verdeelde adviezen die de koningin gisteren eerder op de dag kreeg van de diverse fractievoorzitters.

De opdracht laat voor Donner de mogelijkheid open gesprekken met alle partijen te voeren. Daarmee wordt voldaan aan de wens van CDA-leider Balkenende, die gisteren in tegenstelling tot de meeste andere partijen nog geen voorkeur voor een bepaalde coalitiepartner wilde uitspreken. Maar de opdracht van Donner houdt niet in dat nu eerst een programmatische inventarisatie moet worden gemaakt. Op dit punt heeft Balkenende zijn zin niet gekregen.

De informateur is vooral aangespoord tot haast. Hem is gevraagd ,,op zo kort mogelijke termijn'' te onderzoeken welke mogelijkheden er bestaan voor de vorming van een kabinet. Snelheid is inderdaad het eerste dat geboden is. Vanuit die optiek is de keuze voor Donner een verstandige. Acht maanden geleden vervulde hij dezelfde functie en zodoende zal hij zich nauwelijks hoeven in te werken. Een probleem is hooguit dat hij kan worden geassocieerd met het huidige regeerakkoord van CDA, VVD en LPF dat onder zijn leiding tot stand kwam. Maar getuige de instemmende reactie van PvdA-leider Bos op Donners benoeming is dit voor de belangrijkste kandidaat-coalitiepartner van het CDA geen probleem.

De beweeglijkheid zal nu allereerst van CDA-leider Balkenende moeten komen. Hij wil zich niet nu al uitspreken voor samenwerking met de PvdA hoewel de centrum-linkse variant eigenlijk de enig werkbare mogelijkheid is. Blijkbaar kan Balkenende, die zich de avond voor de verkiezingen nog resoluut uitsprak voor een coalitie met de VVD, niet zo snel de draai naar de PvdA maken. Zijn vertrouweling Donner is de aangewezen figuur om hem daartoe alsnog te bewegen.

Er komt een moment dat de echte onderhandelingen een aanvang nemen. Zijn het CDA en PvdA die bij elkaar aan tafel zitten, dan hoeft dat niet noodzakelijkerwijs lang te duren. Op een breed vlak van financiële en sociaal-economische punten staan de twee grootste partijen namelijk dichter bij elkaar dan tijdens de hitte van de campagne werd geaccentueerd. Ze weten zich beide gesteund door hun achterban in het maatschappelijke middenveld.

Op het gebied van de overheidsfinanciën heeft CDA-lijsttrekker Balkenende zijn PvdA-tegenstander Bos herhaaldelijk een gebrek aan soliditeit verweten. Maar zowel de voorstellen voor ombuigingen van het CDA als die van de PvdA bevatten lucht. Het CDA wil bijvoorbeeld zo'n groot bedrag aan bezuinigingen boeken door efficiencyverbetering bij de overheid dat dit theoretisch omgerekend neerkomt op het ontslag van een kwart van alle rijksambtenaren. Het streven om nooit meer een overheidstekort te boeken, hebben beide partijen ingeslikt gezien de tegenvallende economie. Aan het einde van de kabinetsperiode, in 2007, zou het overheidstekort volgens berekeningen van ambtenaren van het ministerie van Financiën bij het CDA 0,3 procent bedragen en bij de PvdA 0,8 procent (de PvdA heeft de vergelijking bemoeilijkt door een andere definitie van het overheidstekort te hanteren). Dat verschil van een half procentpunt van het bruto binnenlandse product is overbrugbaar en overigens kan de economische realiteit voor andere uitkomsten zorgen.

Er zijn wel verschillen in de wijze van invulling van de ombuigingen – de bezuiniging van de PvdA op defensie zal het CDA niet licht accepteren. Maar het CDA heeft talloze punten van overeenstemming met de PvdA, waar de meningen met de VVD veschillen. Zoals handhaving van de uitgaven voor ontwikkelingshulp en van de rijksbijdrage aan de publieke omroep. Het kwartje van Kok gaat zowel bij het CDA als de PvdA niet direct terug naar de automobilisten, maar wordt bestemd voor een mobiliteitsfonds. Maar de beperking van de aftrek van de hypotheekrente zal de PvdA ter wille van een coalitie met het CDA vermoedelijk moeten inleveren.

Op het gebied van de sociale zekerheid is overeenstemming binnen handbereik. Het CDA en de PvdA steunen het akkoord over de WAO dat werkgevers en werknemers hebben bereikt in de SER. Met een enkele aanpassing kan dat snel worden ingevoerd. Lastiger ligt de hervorming van het ziektestelsel, waar de PvdA dwarsligt over de premieheffing. Maar het plan uit het vorige regeerakkoord om voor iedereen een gelijke premie in te stellen en vervolgens met subsidies de lagere inkomens te compenseren, is door beide partijen afgewezen. Er kan nu worden gezocht naar een redelijke verhouding tussen een vast en inkomensafhankelijke premie.

Het CDA en de PvdA vinden elkaar verder in de vervanging van de spaarloonregeling voor werknemers in een levensloopregeling. De voorgenomen afschaffing van de huizenbelasting (OZB), een stokpaardje van de VVD waardoor de lokale overheden hun laatste restje financiële zelfstandigheid zouden verliezen, wordt door de PvdA en het CDA teruggedraaid. Het geld dat vrijkomt door de OZB niet af te schaffen en door minder inkomensreparatie te hoeven verrichten voor het ziektekostenstelsel, wil de PvdA inzetten voor een langlopend akkoord met de vakbeweging en werkgevers voor loonmatiging. Daar moet het CDA voor te winnen zijn. Met de oplopende werkloosheid heeft de economie gerichte lastenverlichting ter beteugeling van de loonkosten nodig.

Kabinetsformaties gaan over meer dan technische uitwerkingen van een compromis tussen de verkiezingsprogramma's. Ze geven ook uiting aan het baltsgedrag van toekomstige partners die elkaars aantrekkingskracht beproeven. Er zijn vanzelfsprekend meer terreinen waarover overeenstemming moet worden bereikt, maar op hoofdlijnen laat een financieel en sociaal-economisch regeerakkoord voor een grote coalitie zich met durf voor ingrijpende oplossingen snel schrijven.