DARMKRAMPJES ZIJN DROGREDEN VOOR STOPPEN BORSTVOEDING

De meest voorkomende reden dat moeders stoppen met het geven van borstvoeding is de veronderstelling dat hun baby honger, verstopping of darmkrampen heeft. Dat is echter onnodig, want de betrokken baby's groeien in de regel ondertussen goed. Flesvoeding is geen remedie voor de klachten en kan de situatie zelfs verergeren. De onregelmatige ontlasting, het onbegrepen huilen en de darmkrampen zijn normaal bij zuigelingen onder de drie maanden. De klachten verdwijnen vanzelf en houden geen verband met de voeding, maar met onrijpheid van het zenuwstelsel en de darmen. Moeders, maar ook consultatiebureauartsen moeten dan ook beter geïnformeerd worden over het normale poep-, huil- en krampjespatroon bij pasgeboren baby's. Dit zijn de conclusies van arts-onderzoeker A. Bulk-Bunschoten die vorige week aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op de borstvoedingspraktijk in Nederland in de eerste vier maanden na de geboorte.

Bulk-Bunschoten ondervroeg de moeders van 4.438 baby's die van april tot juli 1998 een consultatiebureau bezochten. Aanleiding was het lage percentage Nederlandse vrouwen dat langdurig borstvoeding geeft. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om zes maanden lang uitsluitend moedermelk te geven vanwege de bewezen gunstige gezondheidseffecten. Toch geeft in Nederland na drie maanden nog slechts 21% van de moeders volledig borstvoeding, tegen 37% in Italië, 46% in Engeland en 75% in Zweden. Alleen Belgische moeders scoren met 23% slechter.

Vrouwen in Zuid-Nederland kiezen vaker voor de fles dan vrouwen in de rest van het land. En Nederlands sprekende en Marokkaanse vrouwen geven minder vaak borstvoeding dan andere vrouwen met een niet-Nederlandse moedertaal. In totaal krijgt 71% van de Nederlandse baby's op de dag van de geboorte de borst.

Naast de vermeende gezondheidsproblemen bij de baby was hervatting van het werk een veelgenoemde reden voor de ondervraagde vrouwen om de borstvoeding te staken. Dat houdt verband met de duur van het zwangerschapsverlof. Dat varieert van 96 weken in Zweden, 50 weken in Denemarken, 47 in Italië en 40 in Groot-Brittannië, tot 16 in Nederland, 15 in België en 14 in Duitsland. Er is dus een grote samenhang tussen verloftijd en duur van de borstvoeding. Vrouwen voerden ook aan dat borstvoeding hen te zeer belemmerde in hun sociale leven.

Daarentegen was het hervatten van de anticonceptiepil voor vrouwen geen reden de borstvoeding te staken, hoewel de WHO ontraadt om tijdens de lactatie de pil te gebruiken. De veiligheid is niet bewezen en de melkproductie loopt erdoor terug. In het onderzoek van Bulk rapporteren moeders dat hun baby een hongeriger indruk maakte nadat zij aan de pil gingen. En aangezien Nederlandse vrouwen wereldwijd koploper zijn in pilgebruik, zou ook dat de lage borstvoedingsscore wel eens kunnen beïnvloeden.

    • Mariël Croon