DAAR KOMEN DE CHINEZEN

Het Nederlandse hoger onderwijs wordt populair in China. Maar de hogescholen moeten wel streng selecteren op talenkennis.

Er lagen zelfs `chopsticks' in de keukenla van haar studentenflat. Yuanyuan Lang (20) kan er niet over uit hoe goed de Hogeschool Brabant in Breda voor haar Chinese studenten aan de Engelstalige opleiding International Business & Management Studies (IBMS) zorgt. ``We hebben voor niks nachten wakker gelegen en ons zorgen gemaakt'', zegt ook eerstejaars studente Jianmin Mu (23). Zij heeft gekozen voor Nederland omdat de economische opleidingen hier `famous' zijn. Ze wil haar kennis straks gaan inzetten voor de economische ontwikkeling van haar eigen land. ``Because I love China''.

Het aantal Chinese studenten in het hoger onderwijs in Nederland groeit. Een paar jaar geleden ging het om enige tientallen, vorig jaar waren er 500 ingeschreven en dit schooljaar zijn het er 701 (waarvan 242 aan de universiteiten). Nederlandse hogescholen en universiteiten werven actief in de grote Chinese steden. Dat mag wettelijk alleen via lokale, wettelijk erkende Chinese agenten. Studenten zijn er in overvloed: de Chinese onderwijsinstellingen hebben onvoldoende capaciteit om iedereen aan te nemen. Dus zoeken studenten hun heil elders, in de Verenigde Staten bij voorkeur, maar ook in Nederland.

Het is donderdagmiddag. De zon schijnt fel naar binnen in het kale klaslokaal waar Yuanyuan en Jianmin vandaag les hebben. Onderwerp: `how to analyze a company and describe its financial position in order to make an investment decision'. Termen als `solvency' en `profitability' rollen over de tafels. Met name Yuanyuan laat van zich horen: vanaf haar multomapblaadjes met aantekeningen (in het Engels) lepelt zij haast moeiteloos de `current ratio's' en de `quick ratio's' op en beargumenteert welk bedrijf er het beste voorstaat. Haar vier Chinese medestudenten blijven meer op de achtergrond.

Allemaal zijn ze enig kind, vertellen zij na afloop van de werkgroep. Opleidingsmanager Jan Broersma zit bij het gesprek `om communicatie misverstanden te voorkomen'. ``But Holland is a free country, so the students can say what they want.'' De vijf knikken glimlachend en vertellen dat ze naar Nederland gekomen zijn omdat de economische opleidingen hier `very good' zijn. Dat ze terug naar China willen om hun land op te bouwen. En dat ze hier veel leren van het kapitalisme , de `free market' en de `globalisation' doordat ze een jaar stage zullen gaan lopen in het bedrijfsleven.

Speciaal voor de promotie van het Nederlands hoger onderwijs buiten Europa heeft het Ministerie van Onderwijs vorig jaar de Netherlands Education Support Offices (Neso) opgericht, met vestigingen in China, Taiwan, Indonesië en Zuid-Afrika. De Neso's moeten de contacten bevorderen tussen de Nederlandse onderwijsinstellingen en die in de betreffende landen. Studenten uit de vier landen kunnen aanspraak maken op een zogenoemde DELTA-beurs.

Aan de Hogeschool Brabant startten dit schooljaar 140 eerstejaars aan de opleiding IBMS, waarvan 44 van Chinese afkomst. Voor opleidingsmanager Jan Broersma is dat wel zo'n beetje het plafond. ``Het moet wel een internationale opleiding blijven, met verschillende nationaliteiten.'' Daarmee refereert hij naar de praktijken van andere hogescholen, waar het aantal Chinese studenten de Nederlandse overtreft. Op de Hogeschool Zeeland is 95% van de studenten aan de opleiding IBMS van Aziatische afkomst. ``Zo is het op papier, maar in de praktijk combineren wij deze opleiding met het uitwisselingsprogramma Socrates, zodat er wel degelijk een internationaal karakter is'', zegt de Zeeuwse opleidingsmanager Hans Dekker. De Hogeschool Zeeland is vorig jaar met de opleiding IBMS gestart. ``Uit financiële nood maken wij de omslag van een regionale naar een internationale opleiding. Dat is leuk, maar ook lastig. Ineens maakt een uiterlijk herkenbare groep gebruik van de computers en dat roept reacties op als `zij pikken onze spullen in'. Als opleiding drukken wij dat meteen de kop in door de verschillende groepen met elkaar in contact te brengen, werkgroepen te organiseren.''

Over de grote toename van Chinese studenten in het hoger onderwijs zijn vorig jaar kamervragen gesteld waarin de zorg werd geuit dat het zou gaan om `lucratieve mensenhandel' in plaats van hoogstaand kwalitatief onderwijs. Er zouden in Deventer Chinese studenten gesignaleerd zijn die zich nauwelijks verstaanbaar konden maken in het Engels. Demissionair staatssecretaris Nijs antwoordde dat de aanname van studenten de verantwoordelijkheid is van de individuele scholen. Maar het was wel duidelijk, aldus Nijs, dat de scholen nog wel wat ervaring moeten krijgen in de omgang met buitenlandse studenten.

Dat vindt Jan Broersma van de Hogeschool Brabant ook. Zijn school liet zich vijf jaar geleden in met een minder betrouwbare agent, die studenten wierf die nauwelijks Engels spraken. ``Het was dat wij zelf een examen afnamen, anders was dat niet goed gegaan. Van de 73 kandidaten werd er dat eerste jaar slechts één goed bevonden.'' Inmiddels heeft de Hogeschool Brabant zich met een vijftal andere hogescholen verenigd in een consortium dat de werving gezamenlijk aanpakt.

Broersma gaat volgende maand voor het vijfde achtereenvolgende jaar naar Beijing om daar persoonlijk de studenten te toetsen die de lokale agent heeft geselecteerd. Die persoonlijke selectie is één van de succesfactoren, denkt Broersma. ``Tot nu toe zijn er bij ons geen studenten uitgevallen.'' De selectie is streng. Vorig jaar werden 120 van de 500 studenten toegelaten. ``Goed Engels spreken is essentieel om hier te kunnen slagen'', zegt Jan Broersma. ``Iemand kan nog zulke goede cijfers hebben, als hij onvoldoende Engels spreekt redt hij het in ons onderwijssysteem niet.''

In China krijgen de geselecteerde studenten een `prepcourse', verzorgd door het consortium, waarin hun Engels wordt bijgespijkerd en waarin ze kennis maken met het `probleemgestuurd' onderwijs van de hogescholen. Dat betekent minder college's en meer werkgroepen, waarin de studenten onderling een `case' behandelen en aan de hand daarvan de theorie ontdekken. ``Dat was erg wennen'', zegt Yuanyuan. ``In China is het toch nog meer de docent die les geeft, en de student die luistert. Daarom waren wij hier in het begin erg stil. Maar nu praten we meer.''

Maar over thuis praten vinden de studenten moeilijk. Op de vraag aan Yuanyuan heimwee heeft valt ze voor het eerst tijdens het gesprek stil. Dan knikt ze, met neergeslagen ogen.

    • Jacqueline Kuijpers