Blackboard

Ik heb enkele malen geassisteerd bij een eerstejaarscursus in Leiden met zo'n 60-80 studenten waarbij de digitale leeromgeving Blackboard werd gebruikt (Schoolvoorbeeld, 18 januari). Niettegenstaande de voordelen die het gebruik van een dergelijke digitale leeromgeving zeker met zich mee kan brengen, is het nog te vroeg om in collectief gejuich uit te barsten. Een voorbeeld. In het artikel wordt met verwondering opgemerkt dat er nog docenten zijn die ondanks Blackboard toch verlangen dat hun studenten in de trein stappen om de uitgeprinte versie van het werkstuk in het postbakje van de docent te droppen. Dit verdient enige nuancering. Voor de studenten (die studenten die thuis van een computer met

internetaansluiting zijn voorzien en op tijd een Blackboard-account van de universiteit hebben ontvangen, tenminste) is het inderdaad een stuk gemakkelijker om hun werkstukken via internet in te leveren. Maar de verantwoordelijkheid voor het produceren van een verzorgd en leesbaar werkstuk komt nu voor een deel bij de docent te liggen. De student deponeert een tekstbestand van zijn/haar werkstuk in de Digital Drop Box van Blackboard en het is aan de docent om het bestand te downloaden, te hopen dat het zonder fouten en/of virussen leesbaar is in zijn/haar computer, het uit te printen en van een nietje te voorzien. Afgezien van de langzaam opkomende muisarm bij 80-voudige herhaling is dit een buitengewoon weinig boeiende bezigheid.

Digitale leeromgevingen kunnen ook nooit een vervanging vormen voor het onderwijs zoals wij dat nu kennen. Leren debatteren, discussiëren, naar elkaar luisteren en adequaat reageren op elkaars uitspraken leer je bijvoorbeeld in de collegezaal en niet in een chatsessie via Blackboard, omdat intonatie, stemvolume en mimiek via het beeldscherm nu eenmaal slechter overkomen dan `live. In tegenstelling tot wat bestuurders soms lijken te denken, wordt het onderwijs niet vanzelf beter als je er maar een computer tegenaan gooit.