Bill Mauldin

Zijn er jongeren die omstreeks deze tijd met elkaar afspreken in de vakantie naar het zuiden te liften? Of eerst een andere vraag. Liften, wordt dat nog gedaan? Zijn de mensen achter het stuur nog zo goed van vertrouwen en acommercieel, dat ze bereid zijn een wildvreemde naast zich te laten zitten, om die helemaal gratis misschien wel honderden kilometers te vervoeren? En andersom: jonge mensen, m/v, die zo lang naast een onbekende meneer durven? Ik hield mijn kleine peiling op onze redactie. De jongste redacteur was acht jaar geleden op die manier voor het laatst naar Parijs gegaan. De automobilisten in mijn omgeving zien nog wel eens een lifter staan, maar zij/hij moet wel zeer overtuigend de kennis van normen en waarden uitstralen voordat ze besluiten te stoppen. En dan nog. Mooie meisjes, ook niet meer zo vlug. Daarover bent u door alle kranten al uitvoerig geïnformeerd.

Maar nu eerst iets anders. Vrijdagochtend las ik dat de Amerikaanse tekenaar Bill Mauldin is gestorven; 81 geworden. Je moet de oorlog en vooral bewust de Bevrijding hebben meegemaakt om te weten wie hij is, of was. Nee, is, want voor mensen van boven de plusminus zeventig gaat hij niet verloren. De jongeren kunnen hierna de rest van de krant gaan lezen.

Mauldin was tekenaar aan het front. Zijn helden heten Willie en Joe, twee onheroïsche infanteristen die van de invasie tot het einde, vechtend en niet vechtend, Europa bezichtigen. Grote, slordige kerels, in een tot dikke plooien verzakt uniform, geweer, patroongordel, de zware Amerikaanse helm op, ongeschoren en altijd een sigaret bungelend in een mondhoek. Mauldin tekende met een dun penseel. De dikte van zijn lijnen accentueert de vermoeidheid. Willie en Joe zijn geen karikaturen, maar met een expressionisme neergezette soldaten die het wezen van de soldaat in de oorlog tonen. Zo zagen ze eruit, tijdens de Bevrijding en ook nog de eerste paar maanden erna.

Het zal in juni 1945 zijn geweest dat ik een boekje kocht, Up Front, waarin een reeks tekeningen van Mauldin verzameld was. Die stonden ook in het Amerikaanse legerkrantje Stars and Stripes, maar daar viel in mijn buurt moeilijk aan te komen. Wij waren bevrijd door de Canadezen, en die hadden The Maple Leaf, het esdoornblad. Nog altijd bewaar ik het nummer dat de dag na de Duitse capitulatie is verschenen. De voorpagina wordt in beslag genomen door één woord: KAPUT. De beste voorpagina uit de geschiedenis van het dagbladwezen (met die van l'Aurore, van 13januari 1898, J'accuse).

Later in de zomer liftte ik met mijn vriend Albert voor het eerst naar Parijs. Daar heb ik de Stars and Stripes gekocht. Van Parijs hadden we natuurlijk veel gehoord, maar toch vielen we van de ene verbazing in de andere. Toen wilde Albert verder naar het zuiden, ik bleef er nog wat rondhangen, kwam in contact met Amerikanen, had nog een paar vrolijke dagen en raakte door mijn geld heen. Het liften beviel me niet. Ik ging terug met de trein die, wegens verwoestingen op het gewone traject, over Luxemburg reed. Deze trein zat vol met Amerikaanse soldaten die van hun verlof in Parijs terugkeerden naar hun eenheid in Duitsland. Zo zag ik dat Bill Mauldin gelijk had. Allemaal Willies en Joes.

De twee worden gedemobiliseerd, gaan weer naar het vaderland, naar ergens in het Midden-Westen veronderstel ik. Al onderweg ontdekken ze dat veteranen niet bijzonder populair zijn. Officieel betoonde dankbaarheid is iets anders dan de dagelijkse praktijk. Veteranen hebben `aanpassingsproblemen' en terwijl ze die proberen op te lossen, veroorzaken ze misstanden. Ook dat is door Mauldin vastgelegd en verschenen in een boekje, Back Home. Het laatste traject naar huis leggen ze af met de trein, op het dak van een goederenwagon. Willie heeft ergens op een perron een oude krant opgeraapt. Groot nieuws op de voorpagina: VETERAN HITS AUNT. (Terwijl ik het opschrijf, moet ik er weer om lachen.)

Regelmatig denk ik aan Bill Mauldin, namelijk als het hard regent. In een gevechtspauze ergens in Noord-Frankrijk zitten Willie en Joe onder een dikke boom even uit te rusten. Roken er hun verdiende sigaret bij. De regen valt in stromen. Dan zegt Willie: This tree leaks. Dat zeg ik tegen mezelf, nog altijd, als ik in Amsterdam of waar dan ook onder een boom schuil, die ongeacht de rijkdom van zijn bladerdak begint te lekken.

Op de televisie zijn de laatste tijd weer veel Amerikaanse soldaten te zien. Anders bewapend, nog niet in oorlog. Maar in hun typerende contouren zien ze er niet anders uit dan de helden van Bill Mauldin. Dan komen president Bush en minister Rumsfeld en nu ook Powell in beeld. Ze verklaren dat het de dure plicht van Amerika is de wereld van Saddam te bevrijden. Gisteren of eergisteren zag ik ze weer. Ik dacht aan Mauldin en ik vroeg me af of de president wel eens onder een lekkende boom heeft gezeten.

    • S. Montag