Azië-koorts bij Australian Open

Door zich te profileren als het grandslam van Azië en Oceanië vergroot de Australian Open de eigen markt.

Het kan bijna niet anders of in de directiekamer van de Australian Open werd anderhalve week geleden even venijnig met de vuist op tafel geslagen. Een paar uur na de uitschakeling van de Zuid-Koreaan Lee Hyung-taik volgde de eliminatie van Paradorn Srichapan. Het feit dat de bedwinger van de in Azië aanbeden Thaise tennisheld een bij het publiek populaire Australiër (Mark Philippoussis) was, verzachtte het leed van de beleidsmakers op Melbourne Park.

Het eerste grandslamtoernooi op de tenniskalender voert dit jaar voor het eerst de wervende ondertitel The Grand Slam of Asia/Pacific. Het is een doorzichtige maar begrijpelijke poging om de potentiële goudmijn de in tennistermen onontgonnen miljardenmarkt Azië aan te boren. Het voortijdige vertrek van Lee en Srichapan was dan ook een streep door de rekening van de organisatie, in de wetenschap dat de belangstelling van de naar schatting bijna tweehonderd miljoen Aziatische tv-kijkers dan afneemt.

Het `Azië-beleid' sluit naadloos aan op de recente flirt met het Oosten van de beide spelersvakbonden, de ATP (mannen) en de WTA (vrouwen). Shanghai was afgelopen najaar al gastheer van de Tennis Masters Cup, de officieuze strijd om de wereldtitel bij de mannen. Bangkok (Thailand) en Peking (China) kregen vorige week toestemming om dit jaar een ATP-toernooi te organiseren, ten koste van het commercieel minder interessante Tasjkent (Oezbekistan) en Shanghai (China). De keuze voor de Thaise hoofdstad Bangkok moest, aldus ATP-directeur Mark Miles, vooral worden uitgelegd als een eerbetoon aan Srichapan, de naar de veertiende plaats op de wereldranglijst opgeklommen cultheld die in eigen land niet meer alleen over straat kan.

De opgeflakkerde liefde voor Azië is ook in Melbourne onbegrensd. Zo meldden zich aan de vooravond van de Australian Open twee Chinese tennissters, Sun Tian-Tian en Li Ting, aan de balie van de toernooidirectie met het verzoek om deel te mogen nemen aan het dubbeltoernooi. Gelet op hun zeer bescheiden staat van dienst in het profcircuit zou het antwoord normaliter `nee' zijn geweest. Maar op basis van hun paspoort kregen de nummer 230 (Tian-Tian) en de nummer 801 (Ting) van de wereld tot veler verrassing een wildcard. Toernooidirecteur Paul McNamee verdedigde de omstreden keuze als ,,een gebaar van vertrouwen en goede wil''.

Maar het is een publiek geheim dat de beleidsmakers bevangen zijn door de geld- cq. Azië-koorts. Niet voor niets is de officiële toernooiwebsite (www.ausopen.org) dit jaar voor het eerst ook in het Japans, het Koreaans en het Chinees (mandarijn) te raadplegen. Vorig jaar registreerde de site 1,1 miljoen `unieke hits', dit jaar verwachten de beheerders met dank aan het nieuwe, Aziatische achterland de zeven miljoen (niet-unieke hits) ruimschoots te overtreffen.

Gevangen in het `Aziatische web' is de Australian Open toch al. Anderhalve week geleden maakte de toernooidirectie vol trots bekend dat de vorig jaar aangetreden hoofdsponsor KIA Motors, onderdeel van de Hyundai Automobile Group uit Zuid-Korea en opvolger van Ford Motors, voor nog eens vijf jaar zijn naam aan het evenement verbindt. Hoewel officieel geen bedragen bekend werden gemaakt, betaalt de naar nieuwe afzetmarkten speurende autofabrikant volgens Australische marketingspecialisten tot 2009 jaarlijks tien miljoen euro.

McNamee wilde dat bedrag bevestigen noch ontkennen, maar zei wel dat ,,we hier vermoedelijk over de grootste sponsordeal uit de Australische sportgeschiedenis praten''. Zijn vreugde stak McNamee, een oud-toptennisser die met Australië twee keer de Davis Cup won (1983 en 1986), dan ook niet onder stoelen of banken, en die jubel was begrijpelijk. Uit onderzoek blijkt dat de sportsponsoringmarkt in het sportmaffe Australië bijna verzadigd is. Zoveel geld halen de vijf populairste en dus commercieel meest interessante sporten (cricket, rugby, Aussie football, motorsport en Formule I) uit de markt dat een sport als tennis zich heel gelukkig mag prijzen met twee gulle geldschieters, hoofdsponsor KIA Motors en co-sponsor Heineken.

Te klagen heeft de Australian Open sowieso niet. Met een geschatte jaarwinst van omgerekend bijna vijf miljoen euro is het toernooi een doorslaand succes sinds de verhuizing in 1987, van het gras van het sterk verouderde Kooyong-complex naar de huidige locatie. Die droeg tot acht jaar geleden de naam Flinders Park, maar werd op last van de lokale overheid in het kader van de citymarketing voorzien van een nieuwe naam: Melbourne Park.

Aan de basis van het kassucces staan de televisiecontracten. Vorig jaar bedroeg het geschatte bereik wereldwijd 497 miljoen televisiekijkers. Ditmaal verwachten McNamee en de zijnen de half miljard te overschrijden, met dank vooral aan de Amerikaanse sportzender ESPN die ongeveer honderd uur tennis vanuit Australië uitzendt en met zijn free-to-air-coverage alleen al borg staat voor 82 miljoen kijkers.

Dankzij de toestroom van toeristen, goed voor onder meer 303.000 extra overnachtingen, heeft het toernooi de deelstaat Victoria sinds 1999 een economische spin-off van 189 miljoen Australische dollars opgeleverd. Dat staat gelijk aan 3.530 volledige banen, zo heeft een in Melbourne gevestigd onderzoeksbureau vastgesteld. Vooral die cijfers vervullen McNamee, bezig aan zijn tiende toernooi als directeur, met trots.

De toeschouwersaantallen stemmen de toernooidirectie van 's lands grootste jaarlijkse sportevenement ook ditmaal tevreden. Twee jaar na het topjaar 2001 (totaal 543.843 bezoekers) staat de teller, met nog twee tennisdagen voor de boeg, op 480.786. Mede omdat het toernooi middenin de Australische zomervakantie valt, zijn de tribunes van de Rod Laver Arena (15.021 zitplaatsen), de Vodafone Arena (10.000) en de Margaret Court Arena (6.000) vrijwel elke dag voor meer dan negentig procent gevuld.

Hetzelfde geldt voor de twee showcourts (beide 3.000) en de negentien buitenbanen, waar het publiek zich in het Legends Tournament kan vergapen aan oud-kampioenen als John McEnroe, Ilie Nastase en Ken Muscles Rosewall. Toegangsprijzen variëren van zeven tot 24 euro.

    • Mark Hoogstad