Amerikanen moeten veel uitleggen

Op het World Economic Forum ligt Amerika onder vuur. Niet wegens zijn macht, maar door de manier waarop die wordt aangewend.

De achterliggende filosofie van het Amerikaanse buitenlandse beleid zorgt voor opgewonden debatten tijdens het World Economic Forum in Davos. Met een oorlog op uitbreken, grote transatlantische spanningen, een cruciaal VN-inspectierapport op maandag en een ronduit vijandig gestemde islamitische wereld, hebben de Amerikanen veel uit te leggen. Daarbij valt op hoezeer zij worstelen met hun rol als supermacht.

Robert Portman, Republikeins Congreslid, en senator Joseph Biden wreven gisteren haast met welbehagen het kritische publiek in hoe weinig trek hun kiezers `back home' wel hebben in die leidende rol voor de VS. ,,Zij willen het liefst de ladder optrekken.'' Tegelijk zijn er sterke krachten in de Amerikaanse regering die de terreuraanval op New York met overmacht en eenzijdig willen vergelden. ,,Moet Gulliver door de lilliputters met klosjes garen worden tegengehouden?'' vatte Joseph Nye, hoogleraar in Harvard, deze notie samen van het `nieuwe unilateralisme', die vooral in het Pentagon sterk zou zijn vertegenwoordigd.

Deze voor dominant gehouden Amerikaanse houding was de kern van het ongenoegen dat in Davos over de Amerikanen wordt uitgestort. Kan dat weggeredeneerd worden als de `gewone' mix van afkeer en jaloezie die `het sterkste jongetje van de klas' altijd oproept? Onderschat de Amerikaanse regering niet het belang van de zogeheten `soft power', de (gratis) aantrekkingskracht van een welvarend, democratisch en dynamisch land dat z'n politieke macht ook zonder granaatvuur kan aanwenden? Met bezorgdheid zien de Amerikanen hoe snel de VS aan populariteit verliezen in tal van Europese en islamitische landen. Leggen de Amerikanen zichzelf wel goed genoeg uit aan de wereld, of klopt de boodschap niet?

Opvallend was de haast zoekende toon die Richard Haass aansloeg, directeur policy planning van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, volgens hem in Washington het `ministerie van nuances'. Hij beschreef de VS als een land in verwarring dat na de aanslagen van 11 september 2001 maatregelen neemt die ,,mogelijk niet in balans zijn''.

Haass werd scherp onder vuur genomen door Kenneth Roth, voorzitter van Human Rights Watch, de grootste mensenrechtenorganisatie in de VS. Volgens Roth gaat het niet om de verkeerde boodschap, maar om verkeerd gedrag. Het is niet eenzijdige machtsuitoefening waar bezwaar tegen is, maar de Amerikaanse neiging om zich boven de wet te stellen als dat zo uitkomt, die de buitenwereld steekt.

Waarom stemmen de VS in de Verenigde Naties tégen een resolutie waarin onaangekondigde gevangenisinspecties worden voorzien bij verdenking van marteling? Hoe kúnnen de VS de gevangen Talibaan-strijders op Cuba vasthouden zónder ze de status van krijgsgevangenen toe te kennen? [Vervolg DAVOS: pagina 5]

DAVOS

Donkere kant van de globalisering

[Vervolg van pagina 1] Wat was er toch tegen de VN-resolutie waarin werd opgeroepen de strijd tegen het terrorisme conform de mensenrechten te voeren? Zo, meende Human Rights Watch voorzitter Roth, geef je juist voedsel aan het groeiende wantrouwen in de wereld tegen Amerika. Waarom kunnen de VS geen modus vinden om zich bij het Internationale Strafhof in Den Haag aan te sluiten? Het ligt volgens Roth niet aan de teksten over universele waarden zoals vrijheid en democratie, maar aan het feit dat de VS er zelf geen gevolg aan geven.

De ironie wil dat activist Roth tegelijk warme woorden over had voor de ethische omslag die in de bewoording en toon van het Amerikaanse buitenlandse beleid na 11 september te horen was. Bush trad aan met de mededeling pragmatisch, `hard nosed' buitenlands beleid te zullen voeren en andere grote landen eerder als concurrent dan als partner te willen benaderen. Met `nation building' á la Clinton wilde Bush niets meer van doen hebben. Maar in de onlangs geformuleerde nationale veiligheidsdoctrine klinkt het allemaal heel anders. Nu wordt er gestreefd naar een samenwerking op wereldschaal tegen terrorisme, massavernietigingswapens, bij het beslechten van onderlinge conflicten en het oplossen van `transnationale uitdagingen' variërend van HIV/aids tot armoede. Uitgangspunten: transparantie en democratie met de bedoeling een vreedzame en welvarende wereld te bevorderen.

Het waren haast `Wilsoniaanse' uitgangspunten, zo merkte Nye goedkeurend op. Richard Haass gaf ronduit toe dat dat allemaal te maken had gehad met diep nadenken over de motieven van de vliegtuigkapers die zich in de torens van het World Trade Center hadden geboord. Deze uiting van de ,,donkere kant van de globalisering'' kwam volgens hem voort uit een totaal gebrek aan betrokkenheid van de daders bij hun samenleving, veroorzaakt door maatschappelijk isolement, gebrek aan democratische vrijheden en mogelijkheden om zich te ontplooien. Daarom moest het Amerikaanse buitenlandse beleid voortaan meer ,,naar de binnenkant van samenlevingen'' kijken. Praktisch betekent dat meer nadruk op sociale en economische veranderingen in andere landen, het bevorderen van democratische openheid in islamitische landen en op termijn ook meer ontwikkelingshulp. Op de directe vraag of de regering Bush voortaan wel aan `nation building' doet, was het antwoord min of meer ja, namelijk op een preventieve manier. Zodat landen geen `failed states' worden'. Hoe dat er dan precies uit zou gaan zien, kon Haass niet zeggen, behalve dat er geen grote hoeveelheden Amerikaanse soldaten voor nodig zouden zijn.

Dat kwam hem op hoon te staan van Kenneth Roth die de huidige toestand in Afghanistan alvast beschreef als een aanfluiting van deze hooggestemde idealen. Alleen in Kabul zorgen Amerikaanse en buitenlandse troepen voor veiligheid en stabiliteit – daarbuiten volgen de VS een `krijgsherenstrategie'. Veiligheid wordt er voor een appel en een ei gekocht van warlords die geen haar beter zijn dan de Talibaan. ,,We geven zo een geheel verkeerd signaal af aan de rest van de wereld'', aldus Roth.

Daarop explodeerde de Democratische senator Biden die in een ademtocht toegaf dat de VS vast en zeker nu en dan zondigen tegen de mensenrechten, maar dat ,,we nog altijd voor 95 procent aan de goeie kant staan''. Hij zei ,,doodziek'' te zijn van preken, zoals Roth die afsteekt. Terwijl nota bene alleen hij, senator Biden, in Washington z'n nek uitsteekt om burgerlijke vrijheden in het buitenlands beleid te vrijwaren.

Overigens noemde Biden zich een tegenstander van Bush' huidige buitenlands beleid, vooral de beslissing om de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict op een laag pitje te zetten en Irak als prioriteit te geven. Waarna voor het eerst die dag ook de vertegenwoordigers uit islamitische landen enthousiast voor een Amerikaanse politicus applaudisseerden.

    • Folkert Jensma