Wezens met een schort

Titia Bergsma (1786-1821) was een eigenwijze vrouw. Ze wist dat vrouwen niet werden toegelaten op Deshima, het kunstmatige eilandje voor de kust van Nagasaki dat diende als Hollandse handelspost in Japan, maar redeneerde dat er voor haar een uitzondering kon worden gemaakt. Met dienstmeid, kindermeisje en zoontje Johannes arriveerde ze in de zomer van 1818 op Deshima en zo werd ze de eerste westerse vrouw die de Japanners zagen.

Haar eigenwijsheid leidde er evenwel toe dat ze met een pennenstreek en zonder acht te staan op diplomatieke en ceremoniële voorschriften die in Japan golden, bijna een einde wist te maken aan de carrière van haar man Jan Cock Blomhoff, Opperhoofd van Deshima, en zelf na vier maanden werd uitgewezen. Tot 1854, toen Japan werd ontsloten voor buitenlanders, zouden er geen andere westerse vrouwen het land betreden.

De voormalige Canadese diplomaat René Bersma, nazaat van Titia – de g werd door een ambtenaar van de burgerlijke stand vergeten – werd gegrepen door het verhaal van zijn voorouder. In zijn boek Titia, the First Western Woman in Japan probeert hij zowel haar rol in de geschiedenis, als de fascinatie van de Japanners met deze vrouw te verklaren. Prachtig weet hij uit te leggen hoe de inwoners van Nagasaki halsreikend bij de toegangspoorten van Deshima moeten hebben gestaan om een glimp van Titia, het dienstmeisje en het kindermeisje op te vangen. Hoe de bewakers bij die poort en de tolken werden uitgehoord over de drie vreemde westerse wezens met hun lange jurken met schort, muts en koraalkettingen. Talloze schilders, onder wie de hofschilders Ishizaki Yusho en Kawahara Keiga, raakten in de ban van de komo-jin, de roodharige Hollandse. Van enkele schetsen zijn zeker 500 schilderijen gemaakt. Nog steeds is Titia's beeltenis, zo laat Bersma aan de hand van foto's zien, in Nagasaki op eierdopjes en souveniers te zien.

Het is jammer dat de lezer zich gaandeweg het verhaal gaat storen aan Bersma's schrijfstijl. Zo neemt Titia `in tranen' afscheid van haar ouders, maakt een rijsttafel in Indonesië `een blijvende indruk', mijmert ze aan boord van het schip dat haar naar Deshima brengt dat `zelfs Napoleon en koning Willem verantwoordelijk zijn voor het grote plan dat leidde tot de aanwezigheid in de Zuid-Chinese Zee' en rolt er een traan van opwinding over haar wangen bij de aanblik van Japan. Hoe weet Bersma dat? Liet Titia dagboeken na? Uit de bronnenlijst blijkt dat hij gebruik heeft gemaakt van het officiële dagregister, van de handelspost en van brieven van Titia's vader aan haar zoon uit 1827, maar dat er geen brieven tussen bijvoorbeeld Titia en haar ouders zijn gebruikt over haar verblijf in Deshima.

Bersma pleit zichzelf vrij door aan het begin van het boek te melden dat `Titia geen geschiedenis is, geen roman en geen officiële biografie'. Die hybride vorm doet zijn verhaal geen goed. Noch voor historici, noch voor japanologen, noch voor de geïnteresseerde lezer voldoet deze vorm. Bersma signaleert dat vrouwen in het algemeen, en zijn familielid in het bijzonder, slechts een voetnoot zijn in de geschiedenis van hun man. Zijn poging om Titia te laten uitstijgen boven die voetnoot, is daardoor niet echt geslaagd.

René Bersma: Titia. The First Western Woman in Japan.

    • Titia Ketelaar