Verhoogde kans op oogtumor bij IVF-kind

IVF-kinderen in Nederland hebben een vijf tot zeven keer hogere kans op de oogkanker retinoblastoom dan kinderen die door een natuurlijke bevruchting zijn ontstaan.

Dat schrijven oogartsen en epidemiologen van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet dat morgen verschijnt.

Retinoblastoom is een zeldzame kanker van het netvlies die meestal in de eerste drie levensjaren tot uiting komt doordat een pupil glazig wit verkleurt. Jaarlijks krijgen in Nederland ongeveer 15 kinderen retinoblastoom. Meer dan 90 procent overleeft deze jeugdtumor, maar de kinderen blijven soms in verstandelijke ontwikkeling iets achter en hebben ook een iets verhoogde kans op een andere kanker later in het leven. De kanker is het gevolg van een fout in een gen op chromosoom 13.

De oogartsen van de VU raakten gealarmeerd toen zij binnen anderhalf jaar onder hun retinoblastoompatiëntjes vijf IVF-kinderen zagen. Bij één van de kinderen was ICSI toegepast, waarbij sperma direct in de te bevruchten eicel wordt geïnjecteerd. De kinderen waren tussen 1997 en 2001 geboren. Omdat de VU een expertisecentrum is voor retinoblastoom-patiënten waren die vijf kinderen waarschijnlijk alle IVF-kinderen die sinds 1995 retinoblastoom hebben gekregen, maar helemaal zeker is dat niet.

Een vijf keer verhoogd risico bij IVF-kinderen zou betekenen dat er in Nederland, waar nu 1,5 procent van de kinderen een IVF-kind is, ongeveer eens in de twee jaar een extra patiëntje met retinoblastoom bij komt. Dit is echter een schatting op grond van de nu beschikbare schaarse cijfers.

Een commentator in The Lancet, de Israëlische oogarts David BenEzra, vraagt zich af of er in de IVF-procedure na 1995 misschien iets is veranderd waardoor de oogkanker nu vaker voorkomt.