Stakkers in Tilburg

We zijn er inmiddels aan gewend: `de voortdurende overbelasting van allen die in het ziekenhuis werken, vergroot de kans op fouten belangrijk'. Wie denkt dat dit citaat recent is, vergist zich. Het is een van vele vergelijkbare passages uit de jaarverslagen van het Tilburgse St. Elisabeth Ziekenhuis van meer dan veertig jaar geleden. Het is goed om af en toe terug in de tijd te kijken om de indruk dat er in Nederland niets meer deugt – gezondheidszorg en onderwijs voorop – van de broodnodige nuance te voorzien. Met Rozen voor Elisabeth, het in opdracht van het Tilburgse ziekenhuis geschreven jubileumboek, is de auteur Rob Wolf hierin ten volle geslaagd.

De algemene gezondheidstoestand van de bevolking in de katholieke arbeidersstad Tilburg was bijzonder beroerd. Wolf maakt aannemelijk dat hieraan niet alleen het Tilburgse gemeentebestuur en de Tilburgse bevolking zelf, maar ook de aldaar gevestigde medische stand debet zijn. De door wolfabrikanten gedomineerde gemeenteraad toonde zich in de negentiende eeuw, als het ging om het strikt naleven van de liberale beginselen, roomser dan de paus. Alleen in noodsituaties, zoals bij epidemieën, viel een tijdelijke gerichte interesse in het ziekenhuis te bespeuren.

In Rozen voor Elisabeth wordt duidelijk gemaakt dat het lang duurde voordat het ziekenhuis bij de Tilburgers een gewaardeerde instelling werd. Nog in 1912 werd opgemerkt dat `daar opgeborgen werd, wat thuis niet meer verpleegd kan worden'. Het Gasthuis, zoals het toen nog heette, zat vol met `ellendige stakkers, die maar niet beteren wilden, uitgeteerde tobbers vol wonden en pijnen; ongeduldige, prikkelbare, egoïstische lijders, die veel eischen, waar weinig te geven was'. Het percentage sterfgevallen was hoog.

Ook de in Tilburg gevestigde artsen, die in hun praktijken tweemaal zoveel patiënten hadden dan hun collega's in vergelijkbare steden, krijgen van de auteur een deel van de zwartepiet toegeschoven. Een van de vele door Rob Wolf aangehaalde voorbeelden spreekt in dit verband boekdelen. In 1923 wilde zich in de stad een kinderarts vestigen. Ondanks het feit dat er in de eerste decennia van de twintigste eeuw zeer veel kinderen aan maag- en darmstoornissen stierven, was er, volgens de artsen, geen afzonderlijke kinderarts nodig. Deze zou hun te veel patiënten (en dus inkomsten) afsnoepen. Omdat de nieuwe kinderarts geen erkend onderdeel van de geneeskunde beoefende – kindergeneeskunde werd pas in 1932 als specialisme erkend – hielden de Tilburgse artsen hem met succes buiten het grootste plaatselijke ziekenfonds.

De eerste helft van dit boek zit vol met dit soort openbaringen. Het tweede deel van het boek, waarin de meest recente periode behandeld wordt, is braver van karakter. De auteur citeert gretig uit de resultaten van de elk jaar door Elsevier gepubliceerde enquête naar de kwaliteit van de ziekenhuizen. Zowel in het jaar 2000 als in 2001 kwam het St. Elisabeth Ziekenhuis als beste uit de bus. Er wordt anno 2002 in de gezondheidszorg veel geld aan team building en aan andere motivatie verhogende sessies uitgegeven dat minder rendement zal opleveren dan deze aan Rob Wolf verstrekte opdracht.

Rob Wolf: Rozen voor Elisabeth. Honderdvijfenzeventig jaar St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg. SUN, 250 blz. €22,50

    • Cor van der Heijden