Slachter worden, slachter zijn

De film `Gangs of New York' is gebaseerd op een oudtestamentische les: spaar je vijand niet, want hij zal terugkomen.

The Five Points 2003: een plantsoen zoals er zovelen zijn. Ondanks de kou spelen Chinezen op stenen tafels Go of een ander bordspel. Andere Chinezen kijken zwijgend toe. Verderop beklimmen jongeren een klimrek waarvoor ze minstens twintig jaar te oud zijn. Kleurlingen, een woord dat uit een ander tijdperk lijkt te komen, maar dat hier plotseling weer akelig accuraat is. Chinese restaurants met de onvermijdelijke eenden in de etalage. Een winkel waar je terecht kunt voor al je boeddhistische benodigdheden. Een paar toeristen met reisgidsen in hun verkleumde handen. Een Chinees zo oud dat zijn of haar geslacht niet meer goed te bepalen valt staat al een paar minuten stil voor bakken verse vis. En dan de Criminal Courts Building, onopvallend in zijn lelijkheid, zo onopvallend dat het gebouw zich onttrekt aan welk esthetisch criterium dan ook.

Een stukje Chinatown in Manhattan. Veel meer is het niet. Als je geen toerist bent heb je er weinig te zoeken. Ja, misschien als je naar een winkel moet voor boeddhistische benodigdheden, of iets te doen hebt in de Criminal Courts Building. Aan het begin van Mott Street schijnt een Chinees restaurant te zijn dat iets heel speciaals is, ook daarvoor kun je gekomen zijn. Of je hebt Martin Scorsese's laatste film gezien, Gangs of New York, zijn ambitieuze, gewelddadige epos, en je wilt met eigen ogen zien waar eens al die oren zijn afgesneden, ogen zijn uitgedrukt, waar mensen zijn afgeslacht voor de eer of voor een vaag idee, dus precies waarvoor mensen vandaag nog worden afgeslacht.

En je ziet wat je natuurlijk allang vermoedde, er is niet veel te zien. De laatste woorden van de held uit Gangs of New York, Amsterdam genaamd, schieten je te binnen: ,,En het zou weer zo zijn alsof niemand zelfs maar wist dat we hier ooit geweest waren.''

Gangs of New York is gebaseerd op het gelijknamige boek van Herbert Asbury, voor het eerst verschenen in 1927. En het is niet moeilijk te zien wat Scorsese gefascineerd heeft in dit boek. Het is een verzameling bizarre en wrede anekdotes, veelal over mannen, maar ook over een paar vrouwen, die leven op een plaats, downtown Manhattan, waar rechteloosheid de norm is. Waar het enige recht dat bestaat dat recht is dat je afdwingt op grond van kracht, intimidatie, het verspreiden van angst.

In zijn voorwoord geeft Asbury een aardige definitie van wat een gangster is: `Het credo van een gangster, en eigenlijk van welke crimineel dan ook, is dat wat een man bezit alleen van hem is zolang hij het kan behouden en dat degene die het hem afpakt niet iets fout doet maar alleen zijn slimheid bewijst.'

Een gangster is niet iemand die de wetten overtreedt, maar iemand die ze niet erkent; iemand die een originele, misschien wel anachronistische opvatting over het idee eigendom aanhangt.

Eigendom is geen zekerheid, je hebt ervoor betaald dus is het nu van jou. Nee, eigendom is een voortdurende staat van onzekerheid, want dat iets van jou is, blijkt uit het feit dat je het succesvol kunt verdedigen. Dat je hen die het van je af proberen te pakken bestraft, met harde hand en uitgestrekte arm.

Als je zwak bent heb je feitelijk geen recht op bezit – eigendom in handen van een zwakke is als een parel in een varkenskot, maar je kunt als zwakke, tegen wat voor betaling dan ook, bescherming zoeken bij sterkeren, en op die manier iets van bezit vergaren, en misschien zelfs langzaam opklimmen.

Het is niet onmogelijk dat u nu moet denken aan Frans de Waals beroemde boek Chimpanseepolitiek, waarin onder meer de hiërarchie binnen een groep chimpansees wordt bestudeerd, of beter gezegd, ontleed. Als u aan dat boek moet denken heeft u geen ongelijk.

De grootste fout die je als gangster kunt maken (of als mens, wil ik er fijntjes aan toevoegen) is dat je meer begeert dan je toekomt op grond van de combinatie slimheid, kracht en omstandigheden.

Aan omstandigheden kan het individu vrijwel niets doen, zo ook de indviduele gangster niet. Het is niet zijn schuld noch zijn keus dat hij leeft ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog. Wat hij wel kan doen is de omstandigheden die hij niet gecreëerd heeft aanwenden om zijn eigen positie te verbeteren.

Zijn enige ware misdaad is overmoed. Als hij iets doet, als hij zich bevindt op een plek waardoor hij wat hij heeft, bijvoorbeeld zijn leven, niet meer succesvol kan verdedigen, dan is dat zijn straf voor die overmoed.

Om u een idee te geven waar we zijn en de smaak van Asbury's boek een beetje te laten proeven: het al eerder genoemde Five Points District, zo rond 1840. Een van de gangsters, Edward Coleman, trouwt met een vrouw genaamd The Pretty Hot Corn Girl. Een Hot Corn Girl is een meisje dat na de schemering op blote voeten op straat loopt, met aan haar armen houten manden vol kokend hete maïs die ze probeert te verkopen. The Hot Corn Girl oefende een grote romantische aantrekkingskracht uit op mannen in die tijd, wat goed te begrijpen is en niet alleen vanwege de blote voeten. Coleman trouwde met de mooiste, maar toen ze niet meer genoeg maïs verkocht vermoordde hij haar meteen.

Drank kostte in de meeste bars drie cent, maar glazen of kommen werden niet benut. Je dronk met een slang uit een ton onbestemde drank en je mocht voor die drie cent net zoveel drinken als je kon zonder adem te halen. Haalde je adem, dan kneep de barkeeper de slang dicht. Intelligente mannen en vrouwen hadden zich erop toegelegd zo lang mogelijk zonder adem te kunnen, zodat ze voor drie cent dronken werden. Bezit is een kwestie van slimheid, ook het bezit van drank.

Er bestonden meerdere vrijwillige brandweerbrigades, met namen als White Bones, Bean Soup, Old Junk. U denkt dat de vrijwillige brandweerbrigade er is om brand te blussen, maar dat is maar zeer ten dele waar en uit deze misvatting blijkt misschien wel dat u niet slim genoeg bent om uw bezit te beschermen. Want de vrijwillige brandweerbrigade is er eerst en vooral om andere vrijwillige brandweerbrigades te bestrijden.

Als er ergens een brand uitbreekt en u bent van de White Bones, dan zet u een ton op de kraan die toegang geeft tot de waterleiding en slaat met een tang, een mes, een bijl de mannen van Bean Soup van u af, totdat uw collega's van White Bones met de brandweerwagen arriveren en dan kan het grote gevecht beginnen.

Dat het huis of een paar huizen volledig afbranden is duidelijk, maar die kunnen dan mooi in de tussentijd worden geplunderd. Overigens, dat veel van deze plunderingen toen al een raciale ondertoon hadden, om het even netjes uit te drukken, is iets wat zowel boek als film zoveel mogelijk probeert te negeren. Om het anders te zeggen, als u een Ier bent in New York en u kunt goed knippen, dan komt het u helemaal niet slecht uit dat de kapperszaak van de neger verderop tot de grond toe afbrandt.

Voor de politie geldt hetzelfde. Toen de Municipal Police van burgemeester Fernando Wood zo corrupt was geworden dat het zelfs de politici te ver ging, werd besloten een tweede politiemacht op te richten, de Metropolitan Police. Met als gevolg dat midden op de dag burgers op Broadway werden beroofd terwijl de Metropolitan Police met de Municipal Police straatgevechten leverde.

Een beroemde abortuspleegster heette Madam Killer en zij was zo berucht dat jongetjes haar koets volgden en riepen: ,,Madam Killer, je huis is gebouwd op babyhoofdjes.''

Woonomstandigheden waren niet optimaal. Kinderen werden regelmatig gedood door ratten die zo groot konden worden als katten en die overal aanwezig waren. Maar ook daar kun je, als je slim bent, je voordeel mee doen: Jack the Rat beet voor tien cent de kop van een muis af en voor een kwartje die van een rat.

Afgesneden en afgebeten oren en neuzen, van mensen wel te verstaan, werden bewaard als trofeeën. Er was geen overheidsdepartement in de stad, schrijft Asbury, dat niet door en door corrupt was.

Scorsese's obsessie met geweld – en een obsessie mogen we het noemen – is een obsessie met het nog niet of nauwelijks gemechaniseerde geweld. Het geweld dat nog niet anoniem is geworden. Scorsese lijkt te zeggen, jullie eten vlees, dan moeten jullie ook leren slachten.

Zelf slachten is in de eerste plaats kijken, en kijken is in deze film zelfs een kwestie van eer. Je kijkt je beul in de ogen en de beul kijkt jou in de ogen.

Guillotine, gaskamer, dood door injectie, ze zijn uitgevonden om die dood zo pijnloos en aangenaam mogelijk te laten verlopen.

Op het eind van zijn film Casino (1995) laat Scorsese zien hoe Nicki en zijn broer, twee leden van de maffia die hun hand hebben overspeeld, in een afgelegen veldje met honkbalknuppels worden doodgeslagen, maar vlak voor ze helemaal dood zijn, worden ze nog snel levend begraven. Weinig wordt ons bespaard in die scène, en dat is maar een klein voorproefje van wat we te zien en te horen krijgen in Gangs of New York.

De ondertitel van deze film had kunnen luiden: Zelf Slachter Worden. En net als in Casino maakt Scorsese gebruik van een van zijn favoriete stijlmiddelen. Hij wisselt het geweld af met het quasi-neutrale commentaar van de voice-over. Alsof een priester bezig is aan zijn preek terwijl buiten de slachting doorgaat. Af en toe onderbreekt hij zijn preek om even deel te nemen aan het feest.

Laten we teruggaan naar het begin van Casino. Sam Rothstein (Robert de Niro) een casinomagnaat, dan nog wel, komt zijn huis uit. Hij loopt naar zijn auto, en terwijl hij dat doet horen we de voice-over die zegt: ,,Als je van iemand houdt moet je die persoon vertrouwen, je hebt geen keus, je moet hem de sleutel geven tot alles wat van jou is, wat heeft het anders voor zin? En voor een tijdje dacht ik dat dat de liefde was die ik had.'' Dan stapt hij in zijn auto, en wordt opgeblazen.

In de beste, in ieder geval meest cruciale scène van Gangs of New York houdt Bill the Butcher (Daniel Day-Lewis) een monoloog tegen Amsterdam (Leonardo DiCaprio.)

Bill the Butcher heeft Amsterdams vader gedood tijdens een veldslag tussen hun twee rivaliserende gangs, de natives en de dead rabbits. Een konijn betekende in het slang van die tijd een atletische rouwdouwer en dood is een superlatief. Als je een dood konijn wordt genoemd betekent het dat je een zeer atletische rouwdouwer bent.

Bill de Slager weet niet dat Amsterdam de zoon is van zijn vroegere rivaal. Amsterdam ligt in bed met Jenny, een ex-vriendin van de slager en een zakkenrolster. Maar de slager wil haar niet meer hebben, want er zit een litteken op haar buik, overblijfsel van een weggesneden kind. Hij houdt niet van littekens op vrouwen. En dan, gewikkeld in een Amerikaanse vlag, zittend naast dat bed, begint de slager aan zijn monolooog.

,,Weet je wat me al die jaren in leven heeft gehouden?'' vraagt hij. ,,Angst. Het spektakel van angstaanjagende daden. Iemand steelt van me, ik snijd zijn hand af. Iemand beledigt me, ik ruk zijn tong uit. Iemand komt in opstand tegen me, ik snijd zijn hoofd af, ik spies het op een piek, en ik houd het omhoog in de straat. Zo bewaar je de orde van de dingen.''

Casino gaat over een man die denkt dat liefde vertrouwen is en die tot de conclusie komt dat er niemand is om te vertrouwen, en die dus alles verliest. Daar gaat het namelijk bij Scorsese altijd over, alles verliezen wat je hebt. Zo gaat Gangs over een man, twee mannen eigenlijk, die twee keer vergeten angst in te boezemen. En die daardoor alles verliezen.

Priester Vallon, de vader van Amsterdam, spaart het leven van de slager, want de slager weigert zijn beul aan te kijken als hij onder Vallons voeten ligt, zijn gezicht een brei van bloed en vlees. Daarom doodt Vallon hem niet, Vallon wil dat de slager in schaamte verder zal leven. Maar de slager richt zich weer op en een paar jaar later laat hij Vallon verzuipen in zijn eigen bloed. Eerst heeft hij nog zijn eigen oog uitgestoken, om zichzelf te leren dat je moet kijken. Dat je niet moet wegkijken op het cruciale moment.

Daniel Day-Lewis maakt in zijn eentje deze film de moeite waard om te gaan zien. Hij schijnt een tijd als schoenmaker in Florence te hebben gewerkt, het heeft hem geen kwaad gedaan.

Day-Lewis maakt het ongekende sadisme van de slager acceptabel. Het gaat namelijk om zijn zelfbehoud. Het is geen verveling maar werk, het is een spektakel, maar een noodzakelijk spektakel. De waanzin in zijn ogen als hij zijn messen slijpt, die moet ons bijna bekend, ja zelfs familiair voorkomen.

Maar als Amsterdam tegen hem in opstand komt, spaart hij hem. Hij brandmerkt hem slechts met een gloeiend mes. En zo krijgt Amsterdam de gelegenheid de slager af te maken, wraak te nemen voor zijn vader.

Helaas verdwijnt de wond op de wang van DiCaprio na een paar minuten, ongetwijfeld ingegeven door de wensen van de heren en dames van filmproducent Miramax, eigendom van Walt Disney. Een mismaakte DiCaprio is te veel van het goede, zelfs in een film van Scorsese.

Er is in de kritieken snel over heen gesproken, of het werd gewoon genegeerd, maar als er een les in deze film zit, is het toch wel deze tamelijk oudtestamentische: spaar je vijand niet, want hij zal terugkomen en jou niet sparen.

Twee momenten van zwakte, medelijden als je het zo wilt noemen, in zijn geringste, in zijn meest belachelijke verschijning, worden ongenadig afgestraft. Geen optimistische boodschap.

Veel meer dan andere Scorsese-films wil Gangs een sociaal commentaar zijn, ja misschien wel een bijtend commentaar. Je moet met een half oog kijken om de overeenkomsten tussen toen en nu niet te zien.

De politici die de uitgehongerde Ierse emigranten met soep opwachten als ze van de boot komen, in de hoop dat ze bij de verkiezingen op hen gaan stemmen. De deals tussen de sterkste gangsters en de politici die niet zonder elkaar kunnen, die elkaar in leven houden. De organisatie van etnische minderheden die stemmen leveren om in ruil daarvoor een van hen als sheriff verkozen te krijgen. De houten tafels waar je aan de ene kant Amerikaan wordt en de andere kant soldaat in het Amerikaanse leger. En dan de Ieren die van boord komen, terwijl hun broeders, die een paar maanden eerder arriveerden van een andere boot, in een lijkkist aan wal worden gehesen. Gesneuveld voor hun nieuwe vaderland.

En niet te vergeten, de draft riots, die het decor van de film vormen. Toen in 1863 Lincoln de dienstplicht instelde en werd bekendgemaakt dat je je voor 300 dollar kon vrijkopen, leidde dit tot bloedige rellen en plunderingen in New York en een paar andere steden, die vier dagen duurden, en die alleen met behulp van het leger konden worden onderdrukt.

Maar niet alleen het onrecht van de 300 dollar lag ten grondslag aan deze opstand, ook de angst dat negers uit het zuiden banen zou wegkapen van blanken. Veel zwarten werden tijdens de rellen gelyncht en hangend aan een boom of lantaarnpaal in brand gestoken. Dat is ook wel even te zien in Scorsese's film, al blijft de diep racistische achtergrond van deze rellen onbenoemd.

En als Bill de Slager tijdens dit alles in zijn bloed ligt te sterven, gedood door Amsterdam, zegt hij vol trots: ,,Ik sterf als een echte Amerikaan.''

Als dit geen bijtend commentaar is, weet ik niet wat dat wel zou zijn.

Nadat je dit te verduren hebt gekregen kijk je naar Amsterdam bij het graf van de slager en dat van zijn vader. De voice-over zegt: ,,We weten niet hoeveel New Yorkers die week zijn gestorven.''

En dan verrijst langzaam het New York zoals wij dat kennen. De ene wolkenkrabber na de andere schiet uit de grond, en daar zijn dan midden in het beeld, hoe kan het ook anders, de Twin Towers. Een detail dat zelfs de opiniepagina van The New York Times heeft gehaald.

Er is een aantal interpretaties mogelijk.

1. Na al het geweld en de onrechtvaardigheid die we te zien hebben gekregen is New York toch herrezen. New York zal nu weer herrijzen. Dat is geen conclusie, maar een open deur.

2. Gezien de bloedige geschiedenis van downtown Manhattan is 11 september 2001 geen uitzondering, maar regel.

3. Na al het bloed, afgehakte neuzen en oren, uitgerukte tongen en ogen, nadat wij mensen met mes, vork, hand en tand geslacht hebben zien worden, verschijnen daar parmantig, ja bijna provocatief, de Twin Towers. Symbolen van het anonieme slachten. Je weet niet door wie je gedood wordt, je weet niet wie je doodt. En als je op CNN kijkt, of op het dak van je huis, weet je eigenlijk ook niets. Je ziet torens vallen, maar tegelijkertijd zie je niets.

Wat daar oprijst aan het eind van Scorsese's film zijn twee symbolen van de industrialisering van het slachten.

In de belangrijkste scène vertelt de slager dat hij zijn oog heeft uitgestoken omdat hij niet heeft gekeken.

Er is veel op Gangs of New York aan te merken, heel veel zelfs, voornamelijk omdat het script niet deugt, en dan red je het niet met de mooiste massascènes. Maar Scorsese stelt in ieder geval de vraag of het geïndustrialiseerde, gecomputeriseerde slachten zoveel beter, zoveel humaner is dan zelf af en toe een oor of neus afsnijden en die op sterk water zetten als trofee.

`Gangs of New York' draait sinds gisteren in de bioscoop. Zie voor plaatsen en tijden: www.nrc.nl.

    • Arnon Grunberg