Shirov brandt vingers aan variant Anand

Een kwartier voor het begin van de tiende ronde van het Corus schaaktoernooi nam koploper Vishy Anand op zijn hotelkamer een besluit waar hij geen spijt van zou krijgen. De Indiër wilde met zwart tegen Alexey Shirov de Caro-Kann verdediging spelen, maar voelde zich ineens onzeker.

Een dwingend voorgevoel zei hem dat de agressieve Shirov een opstelling zou kiezen die hij wel eens had bekeken maar waarvan hij de finesses niet in de vingers had. Pijlsnel begon hij in de databank op zijn laptop naar partijen te zoeken waarin deze variant eerder was gespeeld, vond een voorbeeld waarin zwart zich verdedigd had met een zet die hem beviel en activeerde een schaakprogramma om de stelling die hem aantrok te analyseren. Kort keek hij naar de zettenreeksen die over zijn beeldscherm flitsten, trok zijn conclusie en gerustgesteld begaf hij zich met versnelde tred op weg naar de speelzaal. Er was geen reden om de beoogde Caro-Kann niet te spelen.

Zijn instinct had hem niet bedrogen. Shirov schoof als voorgeprogrammeerd naar de stelling toe die Anand net nog op zijn scherm had gehad en maakte enkele zetten later al een kostbare inschattingsfout. Niet tevreden met een voortzetting die hem een klein voordeeltje beloofde gooide hij nog maar eens een pion naar voren om na de vlijmscherpe riposte van zijn tegenstander tot het besef te komen dat hij behoorlijk zijn vingers had gebrand.

Anand voelde dat hij beet had: ,,Hij dacht over zijn volgende zet een uur na. Dan weet je dat er iets mis is.'' Shirov moest een stuk geven in ruil voor twee pionnen. Toch hoefde hij nog niet te wanhopen, want de stelling barstte van de geniepigheden. De virtuoze behendigheid waarmee Anand al die valkuilen ontliep en tegelijkertijd een vernietigende tegenaanval opbouwde, maakte diepe indruk.

Zelf toonde de winnaar zich na afloop ook uiterst content dat hij een aanvalskunstenaar van het formaat van Shirov zo effectief had weten te ontregelen, maar hij waakte ervoor om toe te geven dat hij een belangrijke stap dichter bij de eindzege was gekomen: ,,Daar wil ik niet over nadenken. Het wil me tenslotte maar niet lukken om een grotere voorsprong dan een half punt op de rest te nemen.'' Daar was geen woord van gelogen, maar het was ook een voorstelling van zaken die al te bescheiden was. Op een half punt achterstand handhaafde Judit Polgar zich inderdaad op de tweede plaats, maar tussen de Hongaarse en een achtervolgend groepje van vijf spelers gaapt een gat van een vol punt.

Polgar maakte er geen geheim van dat het geluk haar had toegelachen in haar partij tegen Alexander Grisjoek: ,,Het lijkt erop dat het toernooi te lang begint te duren. De vraag was niet wie van ons twee het beste speelde, maar wie het slechtste speelde. Na de opening stond ik hopeloos. Waarschijnlijk dacht hij dat hij alles won, met als gevolg dat hij een enorme bok schoot en materiaal verloor.'' Allemaal waar, maar de vaste hand waarmee ze Grisjoek vervolgens uittelde bewees opnieuw dat die nieuwe recordrating van 2.700 punten haar toekomt.

Het groepje achtervolgers bestaat uit een aantal stijgers en één daler, Loek van Wely, die weer verder weggleed van de toppositie die hij halverwege het toernooi bezette. Zijn nederlaag tegen FIDE-wereldkampioen Roeslan Ponomariov deed behoorlijk zeer, want eigenlijk verloor hij twee keer. Een misgreep in de opening leverde een verkreukelde stand op die een harde afgang leek aan te kondigen, maar Van Wely knokte verbeten terug. Met succes, zo leek het, want rond de veertigste zet doken er remisecontouren op en begon hij in een wonderbaarlijke opstanding te geloven. Het was een strohalm die sneller dan verwacht afknapte en geruisloos tikte Ponomariov hem alsnog in een toreneindspel weg.

De stijgers die de grootste lof verdienden waren Vladimir Kramnik en Teimour Radjabov. Kramnik heeft al twee partijen verloren, een aantal waarvoor hij nog niet zo lang geleden ruim een jaar uittrok, maar de klassieke wereldkampioen weigert om de worsteling met zijn vorm op te geven. Vrijwel iedere dag speelt hij met volle overgave en rust hij niet voordat hij het allerlaatste kansje heeft uitgevlooid. Tegen Veselin Topalov bleef hij zoeken tot diep in een lastig eindspel. Twee koningen, twee torens en een paar pionnen stonden er nog op het bord, toen Topalov zich op de 57ste zet gewonnen gaf.

Radjabov heeft de afgelopen week laten zien dat ook hij, jong als hij is, over de onverbiddelijke winstdrang beschikt die grote kampioenen kenmerkt. Normaalgesproken zouden de twee nullen die hij in de eerste drie ronden aan zijn broek kreeg voor een 15-jarige in dit gezelschap de nekslag betekenen, maar de belofte uit Bakoe speelde door alsof er niets gebeurd was. Zijn derde overwinning behaalde hij door met zijn geliefde Konings-Indiër in zes uur Michal Krasenkow murw te beuken.

En dan was er nog een derde stijger, de grillige Vasili Ivantsjoek. Negen remises had hij al achter zijn naam staan uit evenzoveel ronden en als je hem met zijn afwezige blik De Moriaan zag binnenschuiven zou je gemakkelijk het idee krijgen dat hij alleen zijn volgende halfje kwam halen. De ongelukkige Jan Timman gaf toe dat de apathische manier waarop Ivantsjoek aan het bord zat voor een belangrijk deel verklaarde waarom hij met een blunder een zesde nul over zich afriep. Timman meende dat Ivantsjoek hem uitnodigde om met eeuwig schaak remise af te dwingen, maar meteen nadat hij zijn zet had gedaan moest hij ontdekken dat deze nonchalance een stuk en de partij verloor.

    • Dirk Jan ten Geuzendam