Servië: top geheime dienst ontslagen

De Servische regering heeft de chef van de geheime dienst en zijn plaatsvervanger ontslagen. De twee zijn weggestuurd omdat hun dienst te weinig doet om oorlogsmisdadigers op te pakken.

Officieel werd geen reden opgegeven voor het ontslag van Andrija Savic, chef van het Bureau voor Veiligheid en Informatie (BIA), zoals de Servische inlichtingendienst na de ontmanteling van de Staatsveiligheidsdienst van ex-president Miloševic heet, en voor dat van Savic' plaatsvervanger Milorad Bracanovic. Diens ontslag is overigens officieel nog niet bevestigd.

Een hoge politiefunctionaris zei tegen het persbureau AP dat het ontslag samenhangt met de kwestie van door het Joegoslavië-tribunaal opgeëiste verdachten die zich in Servië bevinden. Eerder deze week dreigde de Amerikaanse gezant Pierre-Richard Prosper in Belgrado dat de Amerikaanse hulp wordt stopgezet als de regering in Belgrado niet voor 31 maart drie verdachten aan het Joegoslavië-tribunaal uitlevert. Premier Zoran Djindjic van Servië hekelde daarop de BIA, die steeds als er een aanklacht van het Joegoslavië-tribunaal komt, zegt niet te weten waar die verdachte zich bevindt.

Het gezaghebbende bulletin VIP meldt vandaag dat de kwestie van de oorlogsmisdadigers slechts de aanleiding is geweest om Savic en Bracanovic te ontslaan: Djindjic is al langer ontevreden over de BIA en de veiligheidsdiensten en politie in het algemeen. Recentelijk verloren zeshonderd BIA-agenten hun baan bij een reorganisatie van de dienst. Woensdag onderstreepte Djindjic nog eens dat in Servië drugsdealers rondlopen ,,met privélegertjes en betere afluisterapparatuur dan die van de BIA''. Vorige week ontsloeg hij de chef van het regeringsbureau voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de commandant van de Speciale Anti-terroristische Eenheid (SAJ) van de politie. In Belgrado – zo meldt VIP – doen al weken geruchten de ronde als zou Djindjic ook de chef van de Gendarmerie willen ontslaan.

Djindjic heeft volgens VIP ook problemen met Milorad Lukovic, alias Legija, de voormalige commandant van de als `rode baretten' bekend staande elite-eenheid van de Servische staatsveiligheidsdienst die de door Djindjic geleide oppositie op 5 oktober 2000 in staat stelde een eind te maken aan het bewind van Slobodan Miloševic en aan de macht te komen. Volgens berichten in de Servische media heeft Lukovic – die is beticht van oorlogsmisdaden in Kosovo – zich inmiddels zelfstandig gemaakt als chef van een privélegertje. Hij zou het aan de stok hebben gekregen met een maffiabaas die goede banden onderhoudt met de premier. Het ontslag, gisteren, van BIA-topman Bracanovic zou met die zaak te maken kunnen hebben: Bracanovic was in 2000 plaatsvervanger van Lukovic als baas van de `rode baretten'.