Rouwgedicht

Onlangs overleed een van mijn zwagers, een man die met zijn gezin al bijna vijftig jaar in Canada woonde. Hij was een van die Nederlandse emigranten die daar met keihard werken een succesvol bestaan hadden opgebouwd. Af en toe kwam hij naar Nederland, waar hij kon vaststellen dat wij het hier ook goed hadden, zó goed dat zijn vertrek naar Canada misschien niet eens nodig was geweest. Maar hij was te praktisch van natuur om daar lang bij stil te staan.

We besloten een overlijdensadvertentie te plaatsen in de krant van de streek waar hij was opgegroeid. Wist iemand misschien nog een passend gedicht voor die advertentie? Gemakkelijker gevraagd dan gedaan. Ik zocht tevergeefs in de poëzie van Jan Greshoff, die naar Zuid-Afrika emigreerde. Toen kwam ik bij Koos Schuur terecht, de Groninger dichter die in de jaren vijftig naar Australië verhuisde. Bij hem vond ik deze schrijnende regels:

zijn nog de straten nat in holland als het regent?

vanavond rijdt weer de lange pullman

van het heimwee richtingloos

en stuurloos

over de rode vlakten

door alle seinen

Mooi, maar had mijn zwager wel zoveel heimwee gehad? Dat wisten we helemaal niet zeker. Verworpen dus. Ik kwam er niet uit en wendde me toen maar tot de dichters die lekker thuis waren gebleven. Voorwaarde was wel dat het uitgekozen gedicht niet al te afgekloven mocht zijn in het nationale rouwadvertentiewezen. Zo belandde ik bij J.C. van Schagen, een weinig bekende dichter. Bij hem vond ik:

in duisternis wordt het geboren

in duisternis gaat het verloren

daartussen even een klein streepje licht

het schijnt nu eenmaal zo te horen

In heel zijn onthechtheid een pakkend gedichtje, maar wel érg droefgeestig. Dan toch maar Vasalis? Maar niet wéér die over de pijn van `het afgesneden zijn'. Misschien iets uit haar postuum verschenen bundel De oude kustlijn? Dat was nog niet zo erg ontdekt. Ja! Daar was het: Sub finem.

En nu nog maar alleen

het lichaam los te laten

de liefste en de kinderen te laten gaan

alleen nog maar het sterke licht

het rode, zuivere van de late zon

te zien, te volgen en de eigen weg te gaan.

Het werd, het was, het is gedaan.

Voldaan liet ik het gedicht in de advertentie opnemen. De ontnuchtering kwam de daaropvolgende weken. Toen ik erop ging letten, merkte ik dat Sub finem al is uitgegroeid tot een nieuw, klassiek rouwgedicht. Je ziet het steeds vaker in rouwadvertenties opduiken. Collega Bob Frommé van Het Parool beschreef hoe hij het iemand aan het einde van een seculiere rouwdienst hoorde voorlezen.

Bovendien bleek Sub finem in de ogen van gelovige mensen een onprettige slotregel te hebben. ,,Het is gedaan'', zeiden enkele familieden, ,,hoezo? Voor ons is het helemaal niet gedaan als je dood bent.'' En onze dierbare overledene was immers ook een religieus mens geweest?

Dat was waar. Maar die rode zon, probeerde ik nog, is dat niet duidelijk een metafysisch symbool? Ik werd meewarig aangehoord.

Sindsdien geloof ik dat je maar beter zonder poëzie kunt worden begraven.