Razernij van een burger

Hubert Smeets, sinds kort hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, wordt in 1990 correspondent voor NRC Handelsblad in Moskou en krijgt daar een allergische aandoening met jeuk. Hij wordt behandeld door Olga Polsatsjova, opgeleid aan de eerste faculteit van Moskou, gespecialiseerd als allergologe, gepromoveerd en junior hoogleraar bij het Immunologisch Instituut van de SovjetUnie met vijftien jaar werkervaring. Hij krijgt een relatie met haar, komt in 1994 terug in Nederland waar hij met haar trouwt en waar zijn vrouw werk hoopt te vinden. Welkom in het koninkrijk is het relaas van de daaropvolgende acht jaar taai vechten om een plek in medisch Nederland.

Dat relaas begint met een aanmelding bij het ministerie van VWS waar alle diploma's en papieren heengezonden moeten worden om als arts van buiten de Europese Unie toegelaten te worden. De vraag is of die diploma's als gelijkwaardig aan de Nederlandse kunnen worden geacht. Dat beoordeelt een Commissie Buitenlandse Geneeskundigen bestaande uit ambtenaren en medici, die uiteindelijk bepalen wie zij tot hun gilde zullen toelaten en op welke voorwaarden. Er volgt een gesprek en het advies met de Specialisten Registratie Commissie te overleggen over een stageplaats met supervisie. Dat was voordien ook een redelijke manier om te zien of kennis en ervaring pasten in het Nederlands bestel waar bovendien de allergologie op het punt stond als zelfstandig specialisme op te gaan in de interne geneeskunde. Voorlopig blijft het bestaan.

Olga spreekt intussen goed Nederlands en helpt op een kruispost, in een privé-kliniek en bij de universitaire tandheelkunde als gast. Ze kan een stageplaats en supervisie krijgen maar de opleiders in de allergologie wijzen dat af omdat in Rusland de vooropleiding inwendige geneeskunde korter is. Dat geldt ook voor haar basisopleiding. Beroep op de beslissing is niet mogelijk. Alles bij elkaar wordt zij afgewaardeerd op een niveau van vier jaar wetenschappelijk onderwijs. Dan volgt de strijd met de ambtenaren, de bezwaarschriften, de termijnen, de vertragingen. Ondanks allerlei interventies (ook van politici als Melkert en Oudkerk) wordt de verantwoordelijkheid steeds heen en weer geschoven. Niet alleen de schrijver maar ook de lezer wordt er gek van. Smeets ontmoet ten slotte minister Borst die zegt niets voor hem te kunnen doen en zelf de naam `Kafka' laat vallen.

De specialisten belemmeren iedere toegang, hoeven zich daarin niets door de minister te laten gezeggen en zijn niet happig op toelating van buitenlandse artsen, van wie er nu een paar honderd per jaar om erkenning vragen. Olga moet van voren af aan beginnen. Wellicht wordt haar propedeuse erkend, maar zij zal een klinische toets over drie jaar moeten doen alvorens zij aan de co-assistentschappen kan beginnen.

Zij slaagt in het AMC in anderhalf jaar en krijgt een cum laude voor haar artsexamen. Voor het eerst wordt zij als persoon en niet als diplomahouder gewaardeerd en volgt nu een huisartsenopleiding. De minister wil na dit alles, waaronder herhaalde Kamervragen, een verwijspunt voor buitenlandse artsen met een instituut voor bij- en nascholing en een eventueel toelatingsexamen, maar er gebeurt al jarenlang niets.

Gevecht

Het relaas van Smeets is meer dan een gevecht van een individuele burger tegen een botte bureaucratie die hij meende in Moskou achtergelaten te hebben. Hij wijst op een overheid die publiek geld steekt in schijnbaar zelfstandige organen (zogenaamde `quango`s) die hun eigen agenda kunnen volgen en beslissingen in het publieke domein kunnen nemen zonder daar verantwoording over hoeven af te leggen. De overheid kan bemiddelen en verwijzen maar besluit niet zelf. Uiteindelijk vervaagt alle verantwoordelijkheid.

Smeets laat ook zien hoezeer, vooral bij buitenlandse artsen, vooral naar papier en diploma's wordt gekeken en hoe weinig naar de persoon, inzet en werkervaring. Van goede voorlichting, duidelijkheid of behulpzaamheid is helemaal geen sprake. Ten tweede wordt duidelijk hoeveel macht de verenigingen van specialisten hebben bij de toelating tot de opleiding, of een stage met supervisie waar het buitenlandse artsen betreft, en hun vaak manifeste onwil om plaats te maken. Het is een en al verschuilen achter professionele autonomie terwijl het vaak geheel om geheel andere belangen gaat en er geen mogelijkheden bestaan voor beroep.

Welkom in het koninkrijk is in woede geschreven. Smeets' tegenstanders, ambtenaren en medici, worden op een sarcastische wijze getekend en met naam en toenaam vermeld. Dat naming and shaming is geen wraak, maar de frustratie van een burger die zijn geloof in een redelijke overheid en artsenorganisaties verliest in een jaren durende strijd. Die strijd heeft hij verloren en hij houdt er mee op, voor zijn eigen bestwil en dat van `Olga P'.

Zijn vrouw zal zich in 2005, elf jaar nadat zij uit Moskou naar Nederland verhuisde, zelfstandig kunnen vestigen als huisarts maar niet als de ervaren academische allergologe die zij was. Tegen die tijd zal zij voor het eerst welkom zijn in de Nederlandse gezondheidszorg, als meer dan een miljoen Nederlanders geen huisarts meer hebben. Als wij de enkele honderden buitenlandse artsen van buiten de Unie die zich jaarlijks melden, behandelen zoals beschreven door Smeets, is dat niet alleen bar en boos, maar vergroten wij een van onze grootste problemen in de gezondheidszorg; het artsentekort.

Als de tirade van Smeets enig nut heeft, zou dat liggen in een ander, transparant en fair toelatingsbeleid voor de beschreven groep artsen met een welkom in plaats van een verwijzing naar Kafka.

Bij dat alles is dit boekje ook, vind ik, een ode aan Olga Polsatsjova, voor haar inzet en volharding.

Hubert Smeets: Welkom in het koninkrijk. Gevangen in de medisch-juridische bureaucratie. Mets en Schilt, 160 blz. €17,-

    • A.J. Dunning