Meteen de hel in

Je bent meteen in de hel. Samen met een jonge Algerijn die ziet hoe zijn kameraden aan flarden worden geschoten, en die vertelt hoe hij zelf een baby het tere nekje heeft afgesneden in naam van Allah. Voordat de lezer goed en wel heeft kunnen besluiten of hij met zo'n personage wel in zee wil, is het te laat en zit je al vast aan deze Nafa Walid. Aanvankelijk een onschuldige, niet erg aangename jongen: mooi, verveeld, en een beetje egocentrisch. Niets ongewoons voor een twintigjarige die bij de film wil, en zeker niets dat voorspelt dat deze gefrustreerde adolescent uit de kashba zal eindigen als een bebaarde moslimfundamentalist.

Yasmina Khadra beschrijft in Waarvan wolven dromen wat daarvoor nodig was. De vernederingen die Nafa's corrupte werkgevers hem laten ondergaan en de algehele `schurkocratie' in het land vormen een deel van het probleem. Voeg daarbij Nafa's mislukte carrière als filmster en de dood van zijn beoogde bruid, en je hebt een dankbaar slachtoffer voor de fundamentalisten van het FIS, die vanaf de geannuleerde verkiezingen in 1992 proberen de macht in Algerije op ondemocratische wijze in handen te krijgen, en door wie de straten van Algiers geleidelijk in een slagveld veranderen, waar zelfs kleuters met stenen gooien naar ongesluierde vrouwen.

Nadat Nafa zijn eerste moord voor het FIS begaan heeft, is hij niet langer een ik-verteller, maar zien we hem van een afstand opereren als soldaat en later aanvoerder bij het islamitische `bevrijdingsfront'. Het is natuurlijk mooi symbolisch, die derde persoon die hij ineens wordt, maar het is ook jammer. Zo zullen we nooit weten wat Nafa daadwerkelijk bezielt wanneer hij vrouwen en kinderen afslacht. Ook al omdat de nadruk in dit tweede deel van het boek minder ligt op de ervaringen en gedachten van de `held', als wel op militaire feiten over troepenbewegingen en slachtpartijen tussen de elkaar bestrijdende facties.

Toen Yasmina Khadra in 2001 haar ware naam onthulde, werd duidelijk waar die aandacht voor militaire operaties vandaan kwam: Khadra bleek geen vrouw maar een ex-officier uit het Algerijnse leger: Mohammed Moulessehoul. Moulessehoul (1955) woont inmiddels met zijn gezin in Frankrijk. Sinds zijn demasqué geeft hij veel interviews, waarin tot zijn ergernis alleen naar zijn eigen wederwaardigheden wordt gevraagd, en niet naar zijn romans. Keer op keer moet Moulessehoul vertellen dat hij werd geboren tegelijk met de Algerijnse revolutie, hoe zijn vader hem op zijn negende het huis uit stuurde om naar een militaire school te gaan, en hoe hij daar zijn schrijversroeping ontdekte. Hij publiceerde onder zijn eigen naam, tot de censuur binnen het leger hem dwong het pseudoniem te kiezen dat hij nu nog gebruikt, ook al is zijn militaire carrière voorbij.

Yasmina Khadra: Waarvan wolven dromen. Uit het Frans vertaald door Floor Borsboom. Atlas, 301 blz. €18,50