Kiezer wil geen tijdrovende spelletjes

Wil het CDA blijven regeren, dan rest in feite maar één reële mogelijkheid: een coalitie met de PvdA, meent Mark Kranenburg.

CDA-politicus Jan de Koning werd indertijd alom gewaardeerd vanwege zijn charmant nuchtere kijk op ingewikkelde zaken. Eén van zijn bekende wijsheden luidde: Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Dat is nu exact de afweging waar zijn verre `nazaat' Jan Peter Balkenende na de verkiezingsuitslag van afgelopen woensdagavond voor staat. Balkenendes droomcoalitie van CDA en VVD heeft de kiezer onmogelijk gemaakt. Er bestaat eenvoudigweg geen meerderheid voor.

Wil het CDA blijven regeren, dan rest in feite maar één reële mogelijkheid: een coalitie met de PvdA. Maar zo ver is Balkenende nog lang niet. Hij kiest voor de klassieke aanpak met vele verkennende rondes die uiteindelijk tot de conclusie zullen leiden dat een coalitie met de PvdA slechts de enige mogelijkheid is. Met andere woorden: geen samenwerking gebaseerd op enige affiniteit, maar een geval van uiterste noodzaak. Dat was in de jaren vijftig ook altijd de reden van christen-democraten om de `socialisten' erbij te halen. Maar zou het geen toonbeeld zijn van de door Balkenende gepropageerde `nieuwe aanpak' als hij conform de stelregel van Jan de Koning de keuze voor de PvdA onmiddellijk maakt?

De CDA-leider heeft in de laatste fase van de kabinetsformatie hoog spel gespeeld. Naarmate de strijd tussen CDA en PvdA om wie de grootste partij van het land zou worden toenam, sprak Balkenende zich explicieter uit voor voortzetting van de samenwerking met de VVD. Tegelijkertijd verwijderde hij zich daarmee verder van de PvdA. In het lijsttrekkersdebat aan de vooravond van de verkiezingen zei hij onomwonden dat een coalitie met de PvdA ,,in deze moeilijke economische tijden' maar niet moest worden aangegaan.

Dergelijke openheid voorafgaand aan verkiezingen is niet iets waar christen-democraten het patent op hebben. De welbewuste positionering in het centrum van de macht verlangt van christen-democraten juist een pragmatische instelling, zodat de coalitiepartners ter linker- en rechterzijde zo goed mogelijk tegen elkaar uit kunnen worden gespeeld. Deze houding was de sleutel tot meer dan zeventig jaar van onafgebroken regeringsdeelname van het CDA en zijn voorgangers. Alleen CDA-leider en premier Ruud Lubbers week in 1986 van de ongeschreven regel af, toen hij reeds voor de verkiezingen onomwonden voor de VVD koos om het karwei van zijn no nonsense kabinet af te kunnen maken. Het was duidelijkheid die de kiezer op prijs stelde: het CDA won bij die verkiezingen negen zetels en Lubbers kon de coalitie met de VVD dan ook ongestoord continueren.

Balkenendes voorkeur vooraf heeft niet tot een soortgelijk effect bij de kiezer geleid. Het CDA/VVD blok won afgelopen woensdag slechts vijf zetels; te weinig voor het behalen van een meerderheid. En nu zit de CDA-leider, die zich vooraf zo had vastgelegd, dus met een probleem. Zoals GroenLinks-lijsttrekker Femke Halsema woensdagavond puntig samenvatte: de coalitie die Balkenende wil kan niet, de coalitie die kan wil hij niet.

Kenners van de parlementaire historie verwachten dan ook een zeer langdurige kabinetsformatie. Zoals de Leidse hoogleraar J.Th.J. van den Berg gisteren in deze krant schreef: ,,De liefhebber kan zich weer instellen op een uitvoerige en avontuurlijke kabinetsformatie.' Maar bestaan er nog wel zoveel liefhebbers van die eindeloze tournures aan het Binnenhof? Steeds minder mensen zitten te wachten op het ,,adembenemend gebeuren' zoals oud-minister Marga Klompé de kabinetsformatie ooit betitelde.

Het wordt hoog tijd dat de nieuwe zakelijkheid die de afgelopen jaren in zoveel maatschappelijke sectoren is geïntroduceerd nu ook eens gaat gelden voor de vorming van een nieuw kabinet. Het `ragfijne spel' dat kabinetsformatie heet is in werkelijkheid een stomvervelend en verplicht nummer geworden waarvan de einduitkomst voor iedereen, behalve voor de deelnemers, reeds lang van tevoren vaststaat. De afgelopen 35 jaar is de meest logische coalitie zoals die uit de verkiezingsuitslag voortkwam, op één uitzondering na, ook altijd de coalitie geworden. Alleen in 1977 leverde een 208 dagen (!) durende kabinetsformatie een geheel anders samengesteld kabinet op dan op basis van de verkiezingsuitslag mocht worden verwacht.

Ook nu weer stuurt het CDA aan op een langdurige snuffelfase, om de keuze voor een coaltiepartner maar zo lang mogelijk uit te stellen. Voordat het CDA met de PvdA aan tafel gaat zitten, wordt eerst nog een langdurige paringsdans met verschillende partners opgevoerd.

Natuurlijk heeft het CDA een verhaal nodig om de oversteek naar de PvdA te kunnen rechtvaardigen. Er ligt immers nu een regeerakkoord waar CDA en VVD zich beide goed in kunnen vinden. De breuk in het kabinet die leidde tot de vervroegde verkiezingen van afgelopen woensdag, had niets te maken met animositeit tussen VVD en CDA maar was geheel terug te voeren op de perikelen binnen de LPF.

Als excuus voor de ontrouw kan het CDA verwijzen naar de kiezer, die als gevolg van zijn stemgedrag geen andere coalitie mogelijk maakt dan centrum-links. Tot die conclusie was de VVD zelf, de partner die het veld zal moeten ruimen, op woensdagavond al gekomen. De tijd die het CDA wil kopen (,,De vorming van een nieuw kabinet zal dan ook zorgvuldig ter hand moeten worden genomen', aldus Balkenende vanmorgen in zijn advies aan de koningin) heeft niet zozeer te maken met fatsoen tegenover de partner die wordt verlaten, maar met onderhandelingstactiek. De huid moet straks zo duur mogelijk worden verkocht. Alleen is de vraag of het land nog zit te wachten op dit soort doorzichtige en vooral ook tijdrovende spelletjes.

Want nadat de keuze voor de PvdA uiteindelijk toch zal zijn gemaakt, volgen de nog veel meer tijd kostende programmatische onderhandelingen die moeten leiden tot een regeerakkoord. Gewichtige besprekingen met een zeer beperkte waarde. Maar ook dat ziet vooral de wereld die zich buiten het Binnenhof ophoudt. Altijd weer blijkt het regeerakkoord binnen een mum van tijd achterhaald. Dat was ook afgelopen zomer weer het geval. Het eerste wat de net aangetreden ministers van het kabinet-Balkenende te doen stond was het vanwege nieuwe economische tegenvallers herschrijven van het regeerakkoord.

De waarde van een regeerakkoord is uiterst relatief, maar telkens weer bezwijken de onderhandelaars voor de verleiding alles in detail te willen regelen. Op papier althans. Want de werkelijkheid wil zich nooit houden aan de Haagse modellenbouwers. In een vlaag van beginnersoptimisme stelde Balkenende vorig jaar in de verkiezingscampagne nog voor het regeerakkoord te beperken tot één A-viertje. Het werd uiteindelijk toch weer een dik pak papier.

Met een `tegen wil en dank' coalitie van CDA en PvdA zal de neiging om alles vooraf te willen regelen al helemáál onbedwingbaar zijn. Langdurige onderhandelingssessies die het wederzijds wantrouwen alleen maar zullen voeden.

Al in 1966 kwalificeerde Drees de maanden durende kabinetsformaties als ,,een zwakke plek in de Nederlandse politiek'. Velen zeiden hem dat na, maar veranderd is het systeem nooit. Nederland is één van de weinige landen ter wereld waar zo'n potsierlijke vertoning als een maandenlange durende kabinetsformatie plaatsvindt. Hoe lang nog?

In de Tweede Kamer heeft met mensen als Balkenende en Bos een nieuwe generatie politici zijn intrede gedaan. Zij zijn bij uitstek gechikt te breken met oude rituelen. PvdA-leider Bos is van vast plan zijn partij vanuit de Tweede Kamer te leiden. Dat komt ook ten goede aan het dualisme. Balkenende is ook een vurig pleitbezorger van het dualisme. Zij zijn beiden bij uitstek geschikt het experiment aan te gaan met echt een regeerakkoord op hoofdlijnen dat ministers de ruimte laat een eigen regeerprogramma te maken.

Voor Balkenende zou dit betekenen dat hij net als Bos moet kiezen voor de Tweede Kamer in plaats van het kabinet. Dat is de ultieme vorm van dualisme. En was dat niet wat iedereen wilde?

Mark Kranburg is redacteur van NRC Handelsblad.