Geef de Tweede Kamer meer gezicht

In deze krant is de verkiezingsstrijd op 21 december begonnen met een journalistiek onderzoek onder 98 kiesgerechtigden in twintig buurten en een daarop gebaseerde enquête van Intomart. Een interessante sociologie van het kiezersvolk, maar een nieuwe omslag in het stemgedrag viel er niet uit af te leiden. Daarvoor moesten we wachten op de opzienbarende peilingen die in januari de eigen agenda van veel redacties overhoop gegooid zullen hebben.

De laatste weken bleek meer dan ooit het primaat van de televisie. Elke avond debatten waarbij politici in wisselende formaties aan ons voorbijtrokken. De volgende dag hadden kranten het nakijken. Op zichzelf is dat niet erg: de kijkers zijn gebaat bij een samenvatting op papier en waar mogelijk een nadere analyse. Daar zijn kranten goed in. En voor de niet-kijkers is een goed verslag helemaal nuttig.

Op papier en website heeft de krant helderheid verschaft in de programmatische verschillen tussen partijen. Er waren discussies over het financieringstekort of de dreigende oorlog tegen Irak. En op de opiniepagina gaven buitenstaanders en eigen redacteuren hun meningen ten beste. Allemaal zeer gevarieerd, al viel er wel één communis opinio te bespeuren: de LPF moest niet terug in de regering.

Afgaande op de ongeveer tweehonderd artikelen die deze krant aan de verkiezingen wijdde, heeft de kiezer een goed beeld gekregen van het optreden van de lijsttrekkers. Maar meestal gebeurde dat indirect: via verslagen en recensies van tv-debatten, sfeervolle reportages over verkiezingstournees of – een enkele maal – een portret.

De krant heeft relatief weinig interviews met kandidaten gehad. Dat zal te maken hebben met de algemene terughoudendheid van deze krant tegenover dit elders zo populaire genre. Maar in verkiezingstijd gaat er dan wel iets verloren: de rechtstreekse confrontatie met de politicus. Dat is jammer, omdat juist een dagblad ruimte heeft voor kritische ondervraging op details.

Soms had de krant wel een interview en dan bleek ook de toegevoegde waarde die dat kan hebben. Dat gold zeker voor het gesprek met Wouter Bos op 7 januari. Weliswaar was dit interview onderdeel van een serie die niet direct met de verkiezingen te maken had, maar de opvatting van Bos over privatisering van publieke voorzieningen, was een uitstekend verkiezingsthema. Minstens even interessant was het interview met ABN-Amro-econoom Frank Heemskerk, nummer 37 op de PvdA-lijst, in een serie over `zakenleven en politiek'.

Maar dergelijke diepgaande interviews waren eerder uitzondering dan regel. Er waren enkele korte vraaggesprekken met mensen als Thom de Graaf (D66). Maar soms droop de tegenzin ervan af, bijvoorbeeld in het interview met Femke Halsema op 18 januari. Bijna alle vragen waren in de geest van: u zakt in de peilingen, heeft u er niet genoeg van? Waarom niet eens uitvoerig gesproken over het milieubeleid, een thema dat in veel media onderbelicht bleef, maar waarop GroenLinks hoog scoorde.

Echt tekortgeschoten zijn veel media – ook deze krant – in de informatie over de ruim honderd minder bekende kandidaten die nu de Tweede Kamer bevolken. Zij zijn de komende jaren onze volksvertegenwoordigers, maar de krantenlezende kiezer heeft weinig gelegenheid gehad hen te leren kennen.

De afzwaaiende Tweede Kamer bevatte, zoals we door schade en schande geleerd hebben, nogal wat nieuwkomers die er niets van bakten. Deze krant heeft daar enkele malen onthullende berichten over gehad. Zou het niet beter zijn meer over potentiële Kamerleden te weten vóórdat we naar de stembus gaan?

Een ander argument is dat lijsttrekkers komen en gaan. Na de vorige verkiezingen verdwenen Melkert en Dijkstal onmiddellijk van het toneel. Fortuyn was al eerder gesneuveld. Inmiddels hebben ook Rosenmöller, Teeven en De Graaf het veld geruimd. Alleen al daarom is de samenstelling van de fracties interessanter dan men denkt.

Minstens even belangrijk is dat zo'n 20 procent van de kiezers niet op nummer één stemt. Hun keus hangt samen met persoonlijke kenmerken van kandidaten: vrouw, homo, Fries of Limburger, allochtoon, deskundig inzake landbouw of onderwijs, of net iets progressiever of conservatiever dan de lijsttrekker.

Dat leger voorkeurstemmers wordt door deze krant echter nauwelijks bediend. Het belang van de driekwart miljoen allochtone kiezers werd in verschillende stukken wel goed beschreven, maar grote interviews met kandidaten uit die hoek waren er niet.

Daarbij moet wel opgemerkt worden dat Ayaan Hirsi Ali (VVD), die als mede-inspirator van het opiniestuk van Gerrit Zalm op 2 januari werd vermeld, volgens de betrokken redacteur herhaaldelijk een interview met haar weigerde. Jammer, want Hirsi Ali's rivaal Nebahat Albayrak (nummer 4 van de PvdA) bewees in Vrij Nederland hoe interessant zo'n gesprek kan zijn.

Natuurlijk gaat het ook om programma's, lijsttrekkers en mogelijke coalities. Maar tegelijk zijn de verkiezingen bedoeld om 150 Kamerleden te kiezen. Dus moeten kranten niet alleen lijsttrekkers, maar ook `gewone' kandidaten kritisch en diepgaand ondervragen. Dat geeft de Kamer als geheel meer gezicht, voorkeurstemmers meer houvast en ons allen meer kijk op hetgeen specialisten straks in commissievergaderingen gaan bedisselen.