Frans-Duitse durf

Frankrijk en Duitsland roeren zich. Hun veertigjarige vriendschapsverdrag hebben deze Europese kernlanden luister bijgezet met een verrassende politieke eensgezindheid. De samenkomst van Bondsdag en Assemblee, woensdag in het paleis van Versailles ter viering van het Elysée-Verdrag van 1963, was meer dan uiterlijk vertoon. President Chirac en bondskanselier Schröder hebben zich kennelijk voorgenomen de wereld te laten zien dat de as Parijs-Berlijn werkt zoals in de beste dagen van hun voorgangers. Het gaat anders, pragmatischer, maar het resultaat is hetzelfde. De motor van de Europese Unie draait sinds kort weer op volle toeren. Met hun recente voorstel om de EU naast een commissievoorzitter een vaste president te geven koersen beide leiders in de richting van een politieke unie, met meer macht en meer middelen om die macht af te dwingen. In de diplomatieke zenuwenoorlog over een militair optreden tegen Irak lieten ze weten hetzelfde over deze crisis te oordelen, één lijn te zullen trekken en er alles aan te zullen doen om een conflict te voorkomen. Anders gezegd: Schröder en Chirac keren zich steeds feller tegen een vroegtijdige Amerikaanse aanval op Irak.

Dat laatste is weliswaar geen EU-standpunt, maar te negeren is het niet. Noch door de overige lidstaten van de Unie, noch door de VS. Eerder al liet EU-buitenlandcoördinator Solana zich kritisch uit over een militair ingrijpen. Hij zei moeite te hebben met de manier van optreden van de Amerikaanse regering. Zijn standpunt dat een gewapende actie niet te verdedigen is als er geen harde bewijzen komen dat Irak over massavernietigingswapens beschikt, verdient alle steun. Schröder en Chirac hebben dit niet letterlijk overgenomen, maar hun uitlatingen over een mogelijke oorlog zijn ondubbelzinnig. Duitsland zal volgens Schröder niet instemmen met een VN-resolutie die een aanval op Irak autoriseert. Frankrijk sloot bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken, De Villepin, een veto niet uit als zo'n resolutie er komt.

Waar het Frans-Duitse optreden toe zal leiden is onduidelijk, maar de gezamenlijke aanpak getuigt wel van durf. De standpunten zijn omstreden, ook in Europa. Belangrijker is echter dat de twee landen leidinggeven aan een proces dat onmiskenbaar Europees is en dat recht doet aan wat de meerderheid van de bevolking in de EU-lidstaten vindt, namelijk dat een oorlog tegen Irak moet worden voorkomen. In die zin is het initiatief te prijzen. Dat Schröder en Chirac hun relatie met Amerika op het spel zetten, nemen ze mede uit electoraal oogpunt voor lief. Het heeft ertoe geleid dat de verwijdering tussen de VS en Europa groter wordt en de opmaat kan zijn tot een ernstiger conflict dan de talrijke handelsruzies uit het verleden. De verdeeldheid wordt tot in de NAVO uitgevochten, pijnlijk maar onvermijdelijk omdat de meningsverschillen te groot zijn om te verdoezelen.

Het was fraaier geweest als Parijs en Berlijn hadden afgewacht tot maandag, wanneer de VN-wapeninspecteurs rapport uitbrengen aan de Veiligheidsraad over hun bevindingen in Irak. De Amerikaanse ergernis hierover is begrijpelijk, maar de onderlinge fricties zijn niet van vandaag of gisteren en moesten een keer naar buiten komen. Bovendien is het nu nog mogelijk om invloed uit te oefenen. Zelfs Washington kan de Frans-Duitse oppositie niet als irrelevant terzijde schuiven. Al doet de Amerikaanse minister van Defensie, Rumsfeld, nog zo zijn best met badinerende opmerkingen over `het oude Europa'. Er zit weinig anders op dan de paradox te laten voortbestaan van bondgenootschappelijke instemming met de opbouw van Amerika's militaire dreiging tegen Irak, die haast wel tot een oorlog moet leiden, en een gelijktijdig afwijzen van een gewapend conflict door diezelfde bondgenoten omdat ze in oorlog `de slechtste oplossing' (aldus Chirac) van dit conflict zien. Belangrijk is dat de meningsverschillen niet zo ver gaan dat Irak wegkomt als de lachende derde.

Er is nog tijd om de transatlantische diplomatie haar werk te laten doen. Afgezien van de gebezigde retoriek heeft Amerika zich tot nu toe voorbeeldig, want in VN-verband, gedragen. Maar de zaak groeit naar een climax. De VS verliezen hun geduld nu de Europese zwaargewichten Frankrijk en Duitsland minder makkelijk te lijmen zijn dan die andere EU-lidstaat – Groot-Brittannië, Washingtons loyaalste partner. Voor Nederland, dat de VS tot nu toe trouw volgt, is het Frans-Duitse zelfbewustzijn niet zonder betekenis. `De oorlog' was als verkiezingsthema nauwelijks aanwezig, maar in de grote wereld heeft alleen al de dreiging ervan een dynamiek die ook Nederland direct raakt.