F-16's zijn `pitbulls' boven Afghanistan

Van oktober tot januari boden Nederlandse F-16's uit Volkel `luchtsteun' aan de Amerikaanse troepen in Afghanistan. Bommen hebben ze niet gegooid. Maar: ,,Elke keer dat wij eraan kwamen, is de aanval gestopt.''

De flikkerende zwartwitbeelden lijken op die van 1991, de Golfoorlog. Wat ontbreekt is de climax: de schim van de lasergeleide bom, de explosie, de vernietigde bunker.

Dit zijn geen beelden van Irak. Dit is Oost-Afghanistan, eind november. Een Nederlandse F-16 cirkelt boven een Amerikaanse kolonne, twee, drie Humvee-terreinwagens, een legertruck. Rondom het konvooi zijn tientallen mensen te zien. Talibaan of enthousiaste kinderen? De piloot schiet flares af. De lichtkogels zijn eigenlijk bedoeld om vijandelijke raketten te misleiden. Nu werken ze als dreigement aan het adres van eventuele Al-Qaeda-strijders op de grond: pas op, wij zijn er.

,,Call contact'', zegt de Nederlandse piloot tegen een Noorse F-16. Dat betekent: geef een bevestiging als je het hebt gezien.

,,Call contact, een droge rivierbedding die van oost naar west loopt.''

,,Contact.''

,,In het oosten twee bergen, aan de oostkant daarvan een klein dorp.''

,,Contact.''

,,De rivierbedding maakt een bocht naar links en daarna een scherpe bocht naar rechts.''

,,Contact.''

De beelden zijn gemaakt met de camera in de zogeheten targeting pod, de richtapparatuur onder de F-16 die maakt dat het toestel dag en nacht zijn doel kan treffen. Luitenant-kolonel Ralph Reefman, commandant van het het Nederlands/Noors/Deense detachement F-16's dat vanuit Kirgizië heeft meegedaan aan operatie Enduring Freedom, laat ze zien tijdens zijn briefing op de Brabantse vliegbasis Volkel. Reefmans boodschap is conform de militaire standaard: de missie boven Afghanistan was een ,,succes''. Oké, Nederlandse F-16's hebben geen ,,wapens afgeworpen''. Hun aanwezigheid in de lucht was telkens voldoende om de Al-Qaeda-strijders op de vlucht te jagen. Make no mistake, zegt Reefman: de Amerikaanse troepen in het grensgebied met Pakistan werden de afgelopen maanden nog regelmatig beschoten. ,,Elke keer dat wij eraan kwamen, is de aanval gestopt. Anders waren er zeker slachtoffers gevallen.''

Dat de Nederlandse gevechtsvliegtuigen überhaupt klaar waren om boven Afghanistan hun GBU-12 500 pond lasergeleide bommen los te laten, lag eigenlijk niet zo voor de hand. Kort na de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon, in 2001, bood de Nederlandse regering de VS hulp aan in de strijd tegen het terrorisme. Op het lijstje `militaire middelen' (onder andere een tankvliegtuig, fregatten) prijkten ook F-16's . Maar die waren niet bedoeld om te vechten, liet de Amerikaanse ambassadeur Sobel zich ontvallen. De F-16's zouden alleen aangeboden zijn als fotoverkenners. Het kabinet ontkende in alle toonaarden dat er een voorbehoud gemaakt was, maar schiep daarmee niet meer duidelijkheid. In december van dat jaar liet minister van Defensie De Grave weten dat er zes jachtbommenwerpers voor gevechtstaken richting Afghanistan zouden gaan. Toch duurde het nog tien maanden voordat de inzet een feit werd.

Zes Nederlandse F-16's uit Volkel hebben vanaf 1 oktober deel uitgemaakt van het detachement van de European Participating Air Forces (EPAF) van achttien vliegtuigen dat opereerde vanaf vliegbasis Manas, even ten noorden van de Kirgizische hoofdstad Bishkek. Op 3 januari werden ze afgelost door toestellen van vliegbasis Leeuwarden. Als dank voor hun bewezen diensten kregen de mannen en vrouwen in Volkel gisteren een herinneringsmedaille opgespeld.

Tijdens de briefing die voorafgaat aan het officiële appèl schetst overste Reefman een beeld van de missie van de afgelopen drie maanden. Kirgizië, zo zegt hij, was voor hem en zijn collega's een land waarvan ze amper hadden gehoord. ,,Een soort van Donald-Duckland.'' Een land ook dat zich niet alleen op zo'n vijfduizend kilometer van Nederland, maar ook zo'n duizend kilometer van Afghanistan bevindt. Om boven het operatiegebied te komen, moeten de Nederlandse F-16's over Tadzjikistan en de uitlopers van de Himalaya, met toppen tot 8.000 meter, vliegen. Als je daar je schietstoel moet gebruiken, heb je een probleem. ,,Dat was een uitdaging'', zegt Reefman.

Boven Afghanistan cirkelden de F-16's rond. Missies duurden zes à zeven uur. Tijdens elke vlucht moest er vijf, zes keer in de lucht worden bijgetankt. Een op de drie keer werden de toestellen tijdens de vlucht weggeroepen door Amerikaanse grondtroepen, meestal commando's die tijdens een operatie in de problemen waren geraakt. Soms ook werd van tevoren al gevraagd om luchtsteun bij het uitvoeren van een operatie. Reefman laat vanuit de lucht gemaakte beelden zien van een Amerikaanse patrouille die een Afghaans dorp binnenrijdt. Een mensenmenigte loopt uit, één figuur scheidt zich af van de massa en vlucht een huis binnen. ,,Hier zien we de arrestatie van een Talibaan-leider'', zegt Reefman.

Als generaal Hans de Jonge de overste en zijn mannen even later de herinneringsmedaille opspeldt, klinkt er vrolijke marsmuziek. ,,De vijandelijke Talibaan en Al-Qaeda-eenheden hadden duidelijk hun lesje geleerd'', heeft De Jonge zo-even gezegd. ,,Airpower, zoals wij die met onze F-16's kunnen leveren, is niet iets wat je over jezelf wilt afroepen.''

Ook een jonge piloot om veiligheidsredenen mag hij niet met zijn naam in de krant is doordrongen van de waarde van de bijdrage die de F-16's hebben geleverd. ,,Je hoeft geen wapen af te werpen om je nut te bewijzen'', zegt hij. ,,Wat wij merkten was dat er behoefte was aan steun uit de lucht.'' De Nederlandse F-16's boven Afghanistan zijn een waakhond, zegt de piloot. ,,Een soort van pitbull. Met hele grote tanden.''