EU-bronbelasting

Als we het hoofdredactionele commentaar van 22 januari mogen geloven, is het akkoord over een EU-bronbelasting een belangrijke stap voorwaarts, een compliment waard.

Dat is wel erg veel waardering voor een mager compromisje dat geen euro aan in het buitenland geparkeerd geld naar Nederland terug zal brengen. De aantrekkingskracht van het buitenland ligt in het bankgeheim. Dat beschermt zwart geld. Alleen een dwaas brengt wit geld naar een buitenlandse spaarrekening om daar te ontdekken dat de kosten hoog zijn en de rente laag.

Zolang het bankgeheim in Oostenrijk, België en Luxemburg bestaat, is er ook binnen de EU een ruime markt voor zwart geld. De invoering van een bronbelasting schrikt niemand af. Toen Zwitserland enkele decennia geleden tijdelijk een negatieve rente kende, was dat hoogstens een reden zwart geld elders te parkeren, maar zeker geen reden om het in het land van herkomst te witten. De invoering van een bronbelasting op rente (de veelal zwarte hoofdsom blijft onaangetast) in Oostenrijk, België en Luxemburg zal ook geen terugstroom van spaargeld naar Nederland op gang brengen. Voor Oostenrijk, België en Luxemburg levert de maatregel wat extra belastinginkomsten op over de rente van het aldaar geparkeerde geld. Dat de opbrengst wordt gedeeld met de landen van herkomst van het spaargeld is mooi, maar het voortbestaan van het bankgeheim maakt de controle tot een farce.

De in het hoofdredactionele commentaar geopperde mogelijkheid dat ook Zwitserland akkoord gaat met informatie-uitwisseling wordt niet gestaafd door enige uiting van de Zwitserse autoriteiten. Integendeel, Zwitserland peinst er niet over. Kortom, ook dit akkoord over de Europese fiscale behandeling van spaargeld is niet meer dan een wassen neus.