Elf slaapwandelaars

Christoph Marthalers voorstelling `Murx den Europäer, Murx ihn, Murx ihn, Murx ihn ab!' trekt na tien jaar nog altijd volle zalen. `Iedereen herkent in `Murx' het zijne'.

De Volksbühne op het Rosa Luxemburg Platz is een log, ongenaakbaar gebouw, een pantserkruiser, aangespoeld in het voormalige Oost-Berlijn. Het werd gebouwd in 1913, Marx Reinhardt en Erwin Piscator werkten er, en tegenwoordig zwaait Frank Castorf er de scepter. Onder zijn leiding is de Volksbühne uitgegroeid tot Berlijns belangrijkste podium voor modern theater, maar voor renovatie van het gebouw ontbrak tot nu toe het geld. Niemand die dat erg vindt; de Volksbühne draagt met waardigheid de sporen van de geschiedenis.

Binnen vlijt op een maandagmorgen de 75-jarige acteur Jürgen Rothert zijn grijze hoofd tegen een pilaar. Het rode marmer van de pilaren geeft als enige wat kleur aan de sombere, schemerige hal van het theater, een voorwereldlijk geheel van grauw tapijt en donkerbruine lambrisering. ,,Dit marmer'', zegt Rothert, en hij drukt zijn oor nog wat dichter tegen het koude steen, ,,is regelrecht afkomstig uit Hitlers Rijkskanselarij, het hoofdkwartier van de nazi's. Als je goed luistert, schreeuwen Hitler en Göring je toe vanuit het verleden.''

Rothert is een van de acteurs uit Murx den Europäer! Murx ihn! Murx ihn! Murx ihn ab! van de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler, een voorstelling die in Berlijn in tien jaar tijd een cultstatus heeft bereikt en die voor Marthaler zijn internationale doorbraak betekende. Vorige week werd met de 169ste voorstelling het tienjarig jubileum gevierd. Murx (Berlijnse slang voor `weg met') is over de hele wereld te zien geweest en zorgt in Berlijn elke keer voor een uitverkochte zaal. Dat de voorstelling desondanks niet vaker dan één keer per maand gespeeld wordt, heeft te maken met het feit dat er behalve acteurs van de Volksbühne ook Zwitserse spelers meedoen van Schauspielhaus Zürich, Marthalers thuisbasis. Acteurs uit het stuk werken inmiddels in Parijs, één zelfs in Noorwegen. Maandelijks pakken ze het vliegtuig om in Berlijn een avond Murx te spelen.

En elke maand zijn ze in de Volksbühne te zien als elf sloebers die achter kleine tafeltjes bijna lijken te verdwijnen in een immense ruimte van onbestemde lelijkheid – iets tussen stationsrestauratie en bedrijfskantine in. Ontsnappen uit dit eeuwige wachtlokaal, een meesterstuk van Marthalers vaste ontwerpster Anna Viebrock, is niet mogelijk; de ene deur komt uit op een wasruimte, twee andere op een wc. Dus doen de dunne, lange mannen met hun slaaphaar en lelijke brillen en de vrouwen in hun armetierige vesten en truien niet anders dan zitten en wachten. Af en toe klinkt er een harde zoemer, dan gaan ze in de rij staan, hun handen wassen, formulieren invullen, zonder animo. Terug aan hun tafeltje geven ze zich over aan vaste pesterijen, vertellen voor de zoveelste keer dezelfde flauwe mop, potsierlijk traag, alsof ze slaapwandelen. Op de grote stationsklok aan de achterwand staan de wijzers uit het lood. `Damit die Zeit nicht stehen bleibt', staat er cynisch naast, als om de wrangkomische stilstand achter die tafeltjes nog eens extra te bespotten. Soms klinkt er feestelijke pianomuziek uit het plafond. Dan kijken de spelers reikhalzend naar boven, naar een beter leven. Vervolgens is het weer stil, minutenlang. Totdat de spelers zacht beginnen te zingen, bijna verbaasd door hun eigen energie.

`Magie im Wartesaal Welt', kopte het Duitse vakblad Theater Heute in 1993. Tien jaar na de première is de betovering van die gestolde tijd nog altijd de kracht van Murx, en niet alleen omdat alles wat met de DDR te maken heeft in jonge culturele kringen allang weer helemaal hip is. ,,Murx gaat over ons'', zegt de 64-jarige Heide Kipp, die ook al zo'n dertig jaar bij de Volksbühne werkt en in de voorstelling een oude dame met de tas vol medicijnen speelt. ,,Mijn generatie is opgegroeid op de puinhopen van het nazisme, en heeft toen de DDR overleefd. Na de Wende zijn wij vervolgens afgedankt, ondanks al ons werk, ondanks onze strijd. Hier in de Volksbühne alleen al: `Jullie zijn schroot,' werd na de Wende dreigend tegen ons gezegd, `we gaan jullie allemaal ontslaan'.''

Lieveling

De Zwitser Christoph Marthaler is van oorsprong theatercomponist. In de jaren tachtig werd hij in Zwitserland beroemd met zijn `patriottische liederenavonden', waarin roerloze figuren losbarstten in volksliederen die een boosaardige wijziging hadden ondergaan: ,,Wenn das Alpenhorn sich rötet, tötet freie Schweizer, tötet!'' Marthaler heeft die werkwijze nooit meer veranderd. Nog altijd maakt hij muziektheater vol liederen, en nog altijd weet hij daar de Zwitsers mee op de kast te jagen (afgelopen zomer voorkwam alleen publiek protest dat het Züricher stadsbestuur hem ontsloeg). Wel is hij inmiddels de lieveling van internationale festivaldirecteuren. Het internationale succes van zijn voorstellingen heeft hij zelf verklaard door te wijzen op de gevoelsmatige herkenbaarheid ervan: ,,Ik ben een musicus, gevoelig voor sfeer. De sfeer waarin ik werk komt bij mij altijd op de speelvloer terecht.''

Toch weerspiegelt Murx meer dan alleen de gevoelens van zich nog altijd tweederangs voelende Berlijnse Ossies. ,,Iedereen herkent zich erin'', zegt Heide Kipp. ,,De totale verlorenheid van de personages, de kleinigheden waarmee ze elkaar het leven zuur maken, dat is iets alledaags. En zelfs heel jonge mensen voelen in onze voorstelling de geschiedenis, het gewicht en de absurde zinloosheid ervan. Hoe Marthaler dat bereikt heeft, is voor mij nog steeds een raadsel. Misschien door de traagheid, de enorme stiltes die we moeten laten vallen. Dat laat ruimte voor associaties. En het zingen helpt natuurlijk ook.''

In hun schitterende, vierstemminge gezang opereren de elf eenzamen van Murx voor even als een groot lichaam. Ze zingen Danke, für meine Arbeitsstelle, een onuitstaanbaar vroom lied uit de tijd van de wederopbouw, terwijl de pianist ze bij elk couplet hoger laat inzetten, totdat het hele gezelschap piept als muizen. Ze laten het volkslied van de DDR weemoedig wiegen. Ze zingen fluisterend Deutschland über alles, zacht als fluweel Wach auf, du Deutsches Reich! en strak en krijgshaftig het nazi-lied Flamme Empor. Helemaal aan het eind schijnt er licht door de kieren in de enorme bruinkooloven die rechtsvoor in het duister staat. Uit die oven klinkt ook gezang – weemoedig, van heel ver.

Weemoed

Zo zorgen de sinistere liederen van Murx voor het kippenvel, omdat ze drager zijn van het hele scala aan associaties dat bij de Duitse geschiedenis hoort – tot gruwel leidende vaderlandsliefde, volksvernietiging, Ostalgie en Wende-Wunden, leven met een nationaal schuldcomplex. Het fraaie is, dat het hoogdravend patriottisme van de liedteksten wordt weersproken door de droeve vergeefsheid die weerklinkt in de zangstemmen. Dat levert een onontwarbaresensatie op van zowel benauwenis als lichtheid, van gevaar, weemoed en humor tegelijk. De uitwerking van die sensatie is overigens niet altijd hetzelfde.,,In Buenos Aires en Porto Alegre was het publiek waanzinnig enthousiast'', vertelt actrice Susanne Düllmann. ,,Maar in Berlijn lopen oudere mannen vaak weg, omdat ze het niet kunnen verkroppen dat er wordt gelachen om het liederenerfgoed van de DDR en wie weet, nazi-Duitsland. In Sint Petersburg had het publiek het ook moeilijk. De Russen waren naar het Duitse gezelschap gekomen om schoonheid te zien. Ze zagen hun eigen leven weerspiegeld en dachten dat Duitsland hen bespotte.''

Acteur Winfried Wagner vertelt over een joodse vriendin uit Londen, wier ouders voor de oorlog naar Engeland gevlucht waren. ,,Zij zag de voorstelling in Engeland en kon na afloop nauwelijks spreken. Ze had haar hele leven erin teruggezien.''

Murx als spiegel van Berlijn, en via Berlijn, dat laboratorium van de grote utopieën van de twintigste eeuw, als sediment van de Duitse geschiedenis en die van Europa. De acteurs kunnen zich daar in vinden, maar ze benadrukken vooral het universele in de voorstelling. ,,Uitgerangeerden, werklozen – afgedankte mensen heb je overal'', zegt Heide Kipp. ,,Ook in de eenentwintigste eeuw is deze voorstelling nog actueel.''

`Murx' is doorgaans elke maand te zien in de Volksbühne Berlijn. Inf.: ticket@volksbuehne-berlin.de of www.volksbuehne-berlin.de. In het Holland Festival van komende zomer is van Christoph Marthaler te zien: Schuberts liederencyclus `Die schöne Müllerin'.