Duidelijkheid als risico

Duidelijkheid in een verdeeld land heeft een prijs. Dat blijkt nu het CDA als grootste partij en de PvdA als grootste winnaar uit de stembus zijn gekomen en de VVD-winst niet groot genoeg is voor een meerderheid met het CDA. Balkenende blijft namens het CDA onverminderd ijzig spreken over een rekenkundig voor de hand liggende coalitie met de PvdA.

In een campagne die het driestromenland terugbracht elk met een eigen kandidaat-premier, van wie er één premier zal blijven, één (Zalm) oppositieleider kan worden en één burgemeester van Amsterdam moet blijven heeft hij voor grote duidelijkheid gezorgd. Namelijk door de VVD op inhoudelijke gronden de enige goede partner te noemen voor de ,,stabiele coalitie'' die Nederland onmiskenbaar nodig heeft.

Deze voorkeur is de CDA-kiezers natuurlijk niet ontgaan, hun stemgedrag zal er in veel gevallen zelfs door zijn bepaald. Die kiezers gaan beleven dat Balkenende nu met de PvdA moet spreken over een coalitie die hij eigenlijk niet wil, omdat hij haar qua beleid en humeur niet stabiel genoeg acht, maar waartoe de cijfers lijken te verplichten.

Balkenende wijst erop dat, eveneens rekenkundig, nog andere coalities denkbaar zijn. Zeg, wanneer verliezers als de LPF en/of D66 in een latere fase van de formatie te hulp zouden willen komen om CDA en VVD alsnog aan een meerderheid te helpen. Nu, zulke constructies zouden niet alleen de PvdA en haar kiezers schofferen, maar evenmin bijdragen aan de stabiliteit van het landsbestuur, daargelaten nog dat D66 die hulp weigert en hernieuwde samenwerking met de LPF onbegrijpelijk zou zijn voor de meeste kiezers na de breuk in het kabinet-Balkenende, oktober vorig jaar.

Het mag paradoxaal lijken, maar wie met stellige voorkeursuitspraken en zwaaiend met kandidaat-premiers de grenzen van het geldende kiesstelsel wil oprekken is weliswaar ,,duidelijk'', maar neemt ook risico's. Die risico's dreigen nu te worden afgewenteld op grote maar verdeelde kiezersgroepen, die hun duidelijke uitspraak en hun mooie opkomst nog één procent beter dan mei 2002 beloond zien met een coalitie die het predikaat `instabiel' al dreigt te krijgen bij haar aantreden. Het aanzien van het politieke bedrijf is, zacht gezegd, al in discussie. Voor verdere schade mag worden gevreesd, zeker nu de economische schaduwen langer worden, de LPF hoeft nog niet te wanhopen.

    • J.M. Bik