De nieuwe coalitie en de zorg

De politieke meningsverschillen tussen wat we sinds afgelopen woensdag weer `de grote drie' kunnen noemen zijn helemaal niet zo vreselijk groot. Door alle gehamer op `de machtsvraag' tijdens de campagne en door de voortdurend beleden fanatieke voorkeur van Balkenende voor de VVD zijn we dat gaan denken, maar wie eens wat feiten op een rij zet ziet dat het allemaal best meevalt.

Neem bijvoorbeeld de gezondheidszorg, onverwacht een belangrijk thema in de campagne, vanwege de dramatische stijging van de nominale ziekenfondspremies. Waar het gaat om de gezondheidszorg zijn de grote drie het er helemaal over eens dat mensen die ziek zijn adequaat geholpen moeten worden, ook al kunnen zij de kosten van de zorg zelf op geen stukken na betalen.

Rechts wil daartoe blijkens het strategisch akkoord van het vorige kabinet een verplichte zorgverzekering invoeren voor iedereen, te financieren door middel van inkomensonafhankelijke (nominale) premies. Verzekerden die de premie niet op kunnen brengen moeten via de belastingen worden gecompenseerd. De verzekering moet worden aangeboden en uitgevoerd door particuliere verzekeraars, die, zo hoopt rechts, allerlei kostenbesparingen zullen realiseren door met elkaar te concurreren. Om ervoor te zorgen dat particuliere verzekeraars ook verzekeringen aanbieden aan `brandende huizen' (ouderen, mensen met enge ziekten in de familie, hiv-geïnfecteerde patiënten) wil rechts een acceptatieplicht voor verzekeraars, en een soort vereveningssysteem dat verzekeraars compenseert als zij veel brandende huizen in hun cliëntenbestand hebben.

Wat rechts wil klinkt helemaal niet gek, maar het mag niet van de Europese Unie. Dat is keurig aangetoond door de landsadvocaat en door de Raad voor Volksgezondheid en Zorg. De Europese Unie heeft niet veel op met gemengde stelsels. Van de EU moet je kiezen: ofwel je brengt de gezondheidszorg onder in een publiekrechtelijk systeem van sociale zekerheid, met een goeddeels inkomensafhankelijke premie, ofwel je kiest voor een particulier stelsel, maar dan moet je daar geen sociale elementen als een acceptatieplicht en een vereveningsstelsel in verwerken. Dan moet je gaan voor een echte vrije markt, met vrije mededinging en open toetreding. Rechts heeft nog niet bij benadering bedacht hoe dit probleem moet worden opgelost. Toen er Kamervragen werden gesteld over de rapporten van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg en de landsadvocaat, verklaarde waarnemend VWS-minister De Geus dat een kabinet in demissionaire staat hier geen uitspraken over ging doen. Heel merkwaardig, omdat het kabinet-Balkenende verder nauwelijks scheen te worden gehinderd door zijn demissionaire staat.

Verdiepen we ons, met rechts, in de door de EU opgelegde keuze, dan kunnen we drie kanten uit.

1. We kunnen kiezen voor een volledig particulier systeem zonder acceptatieplicht en zonder vereveningsstelsel. Dat wil rechts niet, want zo rechts is rechts nu ook weer niet.

2. We laten de boel de boel en het stelsel het stelsel. De zorgverzekeraars zitten niet te springen om vernieuwing, de FNV heeft er geen zin meer in, Bos schijnt er ook geen haast mee te hebben. Dat kan, maar dan moet je accepteren dat je bij economische tegenwind waarschijnlijk weer zult gaan budgetteren, met alle narigheid vandien. Het voornaamste nadeel van het huidige stelsel is dat de overheid er niet mee kan kiezen. De overheid kan geen voorzieningen `uit het pakket gooien', want in het huidige stelsel gaat de overheid alleen over het ziekenfondspakket. In een egalitair land als dat van ons valt het bijzonder slecht om voorzieningen alleen voor het minst draagkrachtige deel van de bevolking tot overbodige luxe te verklaren. Ik zie Balkenende nog niet uitleggen dat incontinentiemateriaal of in-vitrofertilisatie uit het ziekenfondspakket moeten verdwijnen als particulier verzekerden daar wel aanspraak op kunnen maken. Ik herhaal: zo rechts is rechts nu ook weer niet.

3. We kunnen kiezen voor wat links al jaren wil: een gewone publiekrechtelijke basisverzekering voor iedereen met een inkomensafhankelijke premie, eventueel aangevuld met een verplicht eigen risico om lichtzinnige zorgconsumptie te beperken. Het is helemaal geen afgang om voor één keer ook eens een `gelijk van links' te erkennen.

Wouter Bos heeft op tal van andere punten erkend dat rechts gelijk had, het mag ook best eens omgekeerd. En rechts hoeft zijn dromen over de heilzame werking van concurrentie daar niet eens voor op te geven! Een beetje concurrentie kan ook binnen een publiekrechtelijk systeem, dat hebben we de afgelopen weken gezien, toen tal van ziekenfondsverzekerden overstapten naar een ziekenfonds met een lagere nominale premie. Op zijn beurt zou Bos dan kunnen toegeven dat je niet eerst alle plooien in het systeem glad moet gaan strijken, als je de gezondheidszorg wilt lastigvallen met een stelselwijziging. Wie alle kleine knelpunten met plak- en knipwerk oplost moet beseffen dat hij zijn draagvlak voor een ingrijpende stelselwijziging verspeelt.

Anders dan premier Balkenende wel eens suggereert hoeft het zorgstelsel helemaal geen struikelblok te zijn in een formatie over links. Sterker nog, een rechts kabinet zou precies dezelfde drie opties hebben, terwijl het veel meer moeite zou hebben om een keuze voor de derde optie voor zichzelf en de eigen achterban te rechtvaardigen.