De euforie is zoek in 's werelds herensociëteit

Het forum in Davos, jarenlang verslaafd aan succes, heeft het moeilijk met zichzelf. `We zitten aan de paniekzijde van een luchtbel-economie.'

Leve China en weg met Amerika.

Het World Economic Forum in Davos als thermometer van het politiek-economische sentiment kent al na één dag een duidelijke runner-up. Het Westen is uit en Azië is (weer) in. Het jaarlijkse vergaderfeest van bestuursvoorzitters, staatshoofden, academici en mediafiguren in het Zwitserse Davos is verslaafd aan succes. Maar de editie 2003 heeft het moeilijk met zichzelf. Japan stelt al twaalf jaar teleur, Duitsland doet het slecht, de Verenigde Staten zorgen voor problemen (Irak) en Zuid-Amerika ligt aan de beademing.

Er zijn ook geen nieuwe technologische revoluties gaande die verder aangeblazen kunnen worden. Internet en chiptechniek zijn in Davos jarenlang gevierd als bron van nieuwe welvaart en internationale verbondenheid – precies die combinatie van geld, modern leven en politiek waar `Davos' voor in het leven lijkt te zijn geroepen. Een platform voor de `global manager', waar de Vlamingen Lernout en Hauspie, pioniers in spraaktechnologie, triomfen vierden; waar World Online-oprichtster Nina Brink niet ontbrak, zo min als Bill Gates en Michael Dell. VN-secretaris generaal Kofi Annan kwam er als het ware thuis, net als de politieke internationals Bill en Hillary Clinton.

Davos was en is de herensociëteit van de multinationals, die voor de gelegenheid ook altijd hun dames en hun ski's meebrachten. In een te klein congrescentrum worden dan tientallen workshops en bijeenkomsten georganiseerd, variërend van monetair beleid tot `de rol van liefde in de literatuur'. Het wereldbeeld is dat van de grenzeloze gemeenschap, het intercontinentale bedrijf onder leiding van een wereldburger. De stemming doorgaans één van licht euforisch zelfvertrouwen.

Maar in 2002 stelde Internet verder teleur, zakte Telecom in, vertraagde de economie, groeide de politieke spanning en sloegen Amerikaanse bedrijfsschandalen een barst in het zelfbeeld. Het nieuwe `buzzword' is nu globaloney in plaats van globalisering. De ballon loopt langzaam leeg – Davos 2003 praat over politiek, over het herstellen van vertrouwen, over `afgedwongen realisme'. De wereld bestaat weer uit economische provincies en politieke spanningsgebieden, waar de internationale ondernemers niet meer vanzelfsprekend aan het roer staan. De ondernemers die het afgelopen jaar voor opwinding zorgden waren juist degenen die hun baan verloren, of hun bedrijf verspeelden. Enron gaf het Amerikaanse oer-ondernemerschap opeens een slechte naam. Politiek sloeg de stemming jegens de Verenigde Staten om van compassie na de terreuraanval op New York, naar groeiend onbegrip met het Irak-beleid van Bush.

Het is voor de `Davos-man' heel wat makkelijker om in te stemmen met de oorlog tegen terreur dan met de oorlog tegen Irak. Amerika wordt er dezer dagen vooral op een zorgelijke manier besproken. De grootste economie die z'n rol als locomotief van de wereldeconomie verzaakt: alle economische indicatoren in 2002 duiden volgens veel sprekers in het zwaarbewaakte congrescentrum van het World Economic Forum op een stationair draaiende economie. [Vervolg DAVOS: pagina 13]

DAVOS

'Wereldeconomie China' als nieuwe horizon voor forum

[Vervolg van pagina 9] De problemen zijn ernstig. Een overgewaardeerde dollar (,,we zitten aan de paniekzijde van een financiële luchtbel economie'', zei Gail Fosler, chief economist bij The Conference Board). Veel te hoge particuliere schulden en veel te weinig particulier spaargeld (,,letterlijk iedereen in de VS kocht vorig jaar een auto of een huis'', aldus Stephen Roach van Morgan Stanley). Een oorlog tegen Irak kan de Verenigde Staten in een recessie doen belanden, vooral als gevolg van de hoge olieprijzen die daarvan het gevolg zijn, zo dacht Fosler. En dan is de rest van de wereld ook het haasje. Het feit dat Bush recente belastingverlaging voor dit jaar genoeg is om de tegenvaller aan de pomp voor iedere burger individueel te compenseren, zou niet helpen.

De kennelijke Amerikaanse behoefte om in Irak oorlog te voeren zorgt bij de meeste Davos analysisten voor een onkarakteristieke nervositeit. Critici grepen nu hun kans: de VS als de boeman van Kyoto (én Johannesburg en Doha) die klaar staat om mensenrechten schendingen overal te bekritiseren, behalve in Israël. Hoe `multilateraal' wil deze Amerikaanse supermacht nu echt zijn, is de vraag waar velen mee worstelen. En met hoeveel `hypocrisie' zouden andere Islamitische landen in de wereld willen incasseren. Die zijn allemaal bang van elkaar en het nergens over eens, behalve in hun kritiek op de houding van de VS jegens Israël, zo zei de politicologe Dewi Anwar uit Indonesië. Over Saddam Hussein zal geen islamitisch land een traan laten, maar als Amerika de Palestijnen laat bungelen ,,dan stromen de straten bij ons vol''. Dat deze landen een `dubbelzinnige' verhouding met de VS onderhouden is een understatement – een sterk Amerika is ook een garantie tegen China en de Amerikaanse cultuur is ook voor Islamitsische jongeren onweerstaanbaar. Wij willen Amerika `on tap, not on top', aldus Anwar: niet onder de duim maar wel als snelle vuist vlakbij.

Aan de zonnige kant wordt opgemerkt dat de VS het voortouw nam in Bosnië en Kosovo, gewoon is blijven praten met Brussel, meedoen met de wereldhandelsorganisatie WTO en de aanvankelijk vijandige houding jegens de Verenigde Naties heeft ingeruild voor een pragmatische. Maar de pessimisten merken op dat de VS, c.q. de wereldgemeenschap er in 2002 in geslaagd zijn om álle belangrijke kansen te missen. Noch in het Midden Oosten, noch in Korea, noch in Irak is er gebruik gemaakt van het momentum van goodwill dat de wereld voor de VS had, na de 11 september aanslag. Nu dreigt er destabilisatie en recessie op wereldschaal, omdat de VS zich te veel op de rol van `harde politieman' concentreert en te weinig doet om de `harten en hoofden' van de wereld te winnen. Eén spreker beklaagde zich zelfs over het `onvermogen van de VS om überhaupt te geloven dat er andere landen bestaan'.

Maar gelukkig kon het congres zich optrekken aan het succesverhaal van China. Zestig procent van de wereldexportgroei kwam vorig jaar voor rekening van China. Voor het eerst in zijn geschiedenis voerde China meer uit naar landen als Japan, Thailand, Duitsland en Korea dan het uit die landen invoerde. Het land wordt steeds sterker in het tegen lage kosten produceren van technologische producten voor de wereldeconomie, zo zei Zhu Min, general manager van de Bank of China. Trots vermeldde hij dat inmiddels 70 procent van alle magnetronovens in de wereld in China is vervaardigd.

Met televisies en ijskasten gaat hetzelfde gebeuren, voorspelde Zhu Min. Het land gebruikt nu meer staal dan Japan en de VS samen. Econoom Fosler ziet China tussen 2010 en 2020 de Europese Unie passeren als economische macht. Van een Irak-oorlog of een oliecrisis zou het land volgens haar geen last hebben. Bankier Zhu Min vroeg zich bezorgd af of de buitenwereld de komende jaren wel fysiek in staat zou zijn om de Chinese groei te consumeren. En er waren natuurlijk nog wat kleine interne problemen: het succesvol (verder) verstedelijken van tenminste 400 miljoen Chinezen in het Oosten, was nog een hele klus. En het niet te ver achterop laten lopen van het immense Chinese achterland waar ook nog eens zoveel mensen leven.

De zaal hield de adem in – China is een wereldeconomie op zich. Zou dat misschien de nieuwe horizon zijn om volgend jaar in het Zwitserse skidorp verder van te dromen?