Almacht

Graag plaats ik enkele kanttekeningen bij de bespreking die Elsbeth Etty in de boekenbijlage van 17 januari wijdde aan mijn roman Almacht. Allereerst ben ik pijnlijk getroffen door de onzinnige suggestie dat mijn drie romans door mij of mijn uitgever met terugwerkende kracht tot trilogie zouden zijn gepromoveerd om de verkoop te bevorderen. Almacht was van meet af aan bedoeld als sluitstuk van het drietal portretten dat ik een jaar of drie geleden besloot te schrijven.

Nooit heb ik mij maar een seconde lang strategisch ingelaten met de kwestie revenuen. En wat Contact betreft: dat een hermetisch boek als Almacht op mijn voorwaarden is uitgegeven bewijst, lijkt mij, toch in de eerste plaats dat mij mijn vrijheid wordt gegund en dat mijn uitgever zich niet door deplorabele verkoopcijfers van de wijs heeft laten brengen.

In november 2001 heb ik Elsbeth Etty, naar aanleiding van eerdere recensies over Doorn en Hemelpoort, in een brief gewezen op wat ik maar de onbetrouwbaarheid van haar Vestdijk-detector heb genoemd. Etty heeft er een gewoonte van gemaakt om mij te koppelen aan Vestdijk, mijn veronderstelde `grote voorbeeld'. In die brief heb ik uitgelegd dat hij, hoewel ik toe moest geven dat een soepele verstaander aan een half woord genoeg heeft, dat voorbeeld om een aantal redenen niet was en niet kon zijn, omdat ik domweg veel te weinig van hem had gelezen, en de romans die Etty mij als inspiratiebronnen in de schoenen schoof al helemaal niet. Ik ben het prototype van een schrijver die geen lezer is.

Ditmaal gaat Etty een stap verder, en zijn de veronderstelde overeenkomsten tussen Almacht en Becketts Wachten op Godot al bijna aanleiding voor de beschuldiging van plagiaat. Tegen die insinuatie sta ik tot mijn onverholen irritatie machteloos, net zoals ik weinig kan uitrichten tegen de opmerking dat ik in thematisch opzicht (hoe dan?) `leentjebuur' (dat woord!) zou spelen bij een auteur waarvan ik in voornoemde brief met toen vertrouwelijk bedoelde nadruk afstand heb genomen, Peter Verhelst. Ik kan nu eenmaal niet bewijzen wat ik niet of niet genoeg gelezen heb. Kon ik dat wel, dan zou ik Etty nog het schaamrood op de kaken kunnen jagen. Dat Etty mijn oorspronkelijkheid niet waarneemt, soit. Dat mijn morele integriteit zo slinks ter discussie wordt gesteld neem ik haar kwalijk.

Naschrift Elsbeth Etty:

Bas van Putten schrijft liever dan hij leest. Dat is geen verontschuldiging om in mijn recensie te lezen wat ik niet heb geschreven. Het is geen moment bij me opgekomen Van Putten van plagiaat te betichten. Allusies op andere schrijvers zijn in mijn ogen volkomen legitiem. Een recensent van een roman zal allicht verbanden leggen die de auteur verrassen.

    • Bas van Putten