Zelfbeklag

Na jaren van economische voorspoed, niet het minst door de miljarden aan Europese subsidies, ontdekt Portugal dat het lijdt aan een ernstige, lang verwaarloosde kwaal. Het opgelopen begrotings- tekort is maar een symptoom. Wat in wezen niet deugt, is zijn concurrentiepositie.

De schoenpoetshal tegenover het Rossio-station in het oude centrum van Lissabon. Mannen van bovenmiddelbare leeftijd in lange jassen komen zuchtend binnen, hijsen zich in de verhoogde houten stoelen en zetten hun schoenen op de steuntjes. Het is ongewoon koud op straat, klaagt de een. Weinig handel met die bezuinigingen van de regering, moppert de ander. De donkere pijpenla met zijn blauwe tegeltjes en lootjes hangend aan een wasknijper vult zich met het geluid van borstels op het leer: de jaren veertig van de vorige eeuw. Alleen de prijslijst verstoort dit beeld. Een opgeplakt kartonnetje meldt een poetstarief van 1,75 voor schoenen en 2,50 voor laarzen. Prijzen in euro's.

Het voorbije is in Portugal de realiteit van alledag, schreef Gerrit Komrij. Het geklaag dat daarbij hoort bereikte dezer dagen een hoogtepunt. De conservatieve regering-Duãro Barrosso kondigde een bezuinigingspakket aan dat de overheidsfinanciën weer op orde moet brengen. Het begrotingstekort moet terug binnen de drie-procentsnorm van het Stabiliteitspact. Portugal wil zo snel mogelijk af van het Europese `strafbankje', waartoe het door Brussel verooordeeld is.

Sinds zijn toetreding in 1986 was Portugal een van de economische succesverhalen van de Europese Unie. Tussen 1995 en 2000 groeide de economie met 3,5 procent, een procentpunt hoger dan het Europese gemiddelde. Dankzij die economische groei was het mogelijk het begrotingstekort jarenlang binnen de perken te houden. De werkloosheid daalde tot vier procent, een cijfer dat scherp afsteekt bij buurland Spanje. Een `opmerkelijke prestatie', oordeelde de OECD. Met een gemiddeld inkomen van zo'n 10.000 euro per hoofd was Portugal niet langer het armste land van de Unie. De internationale financiële pers prees Portugal als een geslaagd voorbeeld van `euroconvergentie'.

Die buitenlandse jubel is verstomd. In Portugal heerst pessimisme. De economische groei bedraagt nog maar 1,5 procent. Het consumentenvertrouwen is tot een historisch dieptepunt gezakt. Portugezen verwachten een forse stijging van de werkloosheid, hogere inflatie en een verslechtering van hun financiële situatie. In ondernemerskringen is de stemming niet veel beter.

In het vliegtuig van Madrid naar Lissabon sombert architect Álvaro Siza over de toekomst. Een stadhuis, een openbare bibliotheek: al zijn projecten in Portugal liggen stil. De overheid bezuinigt, behalve op het Europese kampioenschap voetbal in 2004, dat naar schatting 5 miljard euro zal kosten. Tien voetbalstadions worden er gebouwd. ,,Waanzin'', meent Siza, ,,een paar wedstrijden en je hebt er niets meer aan. En als we zelf nou nog een kans maakten...''

Budgettaire discipline was nooit de sterkste kant van de Portugese democratie, zegt econoom en gezaghebbend columniste Teodora Cardoso. In 1973, vlak voor de Anjerrevolutie, kwam zij bij de centrale bank te werken. De Salazar-dictatuur hield stevig de hand op de knip, een begrotingstekort bestond niet. Een makkelijker baantje was nauwelijks denkbaar. De escudo was sterk, de rente laag. Maar de revolutie en de oliecrisis in 1974 maakten aan deze rust een radicaal eind. De deviezenvoorraad smolt weg, het tekort op de handelsbalans explodeerde, de escudo devalueerde en leningen werden afgesloten bij het IMF. De rentetarieven stegen net zo hard als de inflatie. En de publieke sector dijde snel uit. Van budgetdiscipline was opeens geen sprake meer. ,,Dat was iets uit de tijd van Salazar'', zegt Cardoso, ,,dus stond dat niet in hoog aanzien.''

De aansluiting bij de Europese Gemeenschap in de jaren tachtig bracht uitkomst. Een belangrijk deel van de traditionele landbouw en visserij werd weggesaneerd. Miljarden aan Europese subsidies woelden het land om in een reusachtige bouwput voor infrastructurele werken. Aansluiting bij de monetaire unie en de eurozone deden vervolgens de hoge rentepercentages van 15 tot 20 procent terugvallen tot 3 à 4 procent. Portugezen leenden zich suf aan hypotheken en consumptief krediet. ,,Eens moest er natuurlijk een einde komen aan de spectaculaire groei'', zegt bankadviseur en voormalig minister van financiën van de sociaal-democratische partij Miguel Beleza.

Dat de publieke sector in Portugal gesaneerd moet worden, daarover zijn de meeste economen het roerend eens. Maar volgens Teodora Cardoso is het staatsapparaat dermate chaotisch, dat het overzicht ontbreekt van wat de ministeries precies uitgeven. Daarbij staan talloze pressiegroepen en lobby's klaar om hun verworven rechten met hand en tand te verdedigen. De algemene middelen worden beschouwd als een grote, zichzelf altijd weer aanvullende koek, waaruit iedereen het volste recht heeft zoveel mogelijk happen te nemen.

,,De artsen en verpleegsters hebben strikte werkuren weten te bedingen en laten zich vervolgens duur uitbetalen voor overwerk of `beschikbaarheid' waarbij ze niet eens in het ziekenhuis hoeven te zijn'', zegt Cardoso. In het onderwijs bestaat een overschot van duizenden leraren, die automatisch een baantje op het ministerie krijgen. Niemand durft hen aan te pakken, uit angst voor de vakbonden, de docenten en de ouders, die zo snel mogelijk een diploma voor hun kinderen willen hebben. En dan zijn er de lokale autoriteiten met hun vriendjespolitiek, waarop helemaal geen greep bestaat.

Ten slotte speelt er nog een probleem, dankzij de groei van de welvaart misschien wel het meest klemmende. De lage lonen, die Europese ondernemingen aanmoedigden om hun arbeidsintensieve industrie naar Portugal over te hevelen, zijn in vergelijking met die in Oost-Europa steeds minder laag. Langzaamaan begint in Portugal de vrees te ontstaan dat de situatie bij de publieke financiën maar een symptoom is van een veel wezenlijker probleem: de concurrentiepositie.

In een poging om in de pas te blijven met de rest van Europa besloot de regering de arbeidswetgeving te versoepelen: flexibeler regels, minder ontslagkosten. Begin december riep de communistische vakcentrale CGTP een algemene staking uit tegen de regeringsplannen. Het openbaar vervoer lag plat. Volgens de regering was de staking een flop, volgens de vakcentrale een succes. In het hoofdkantoor van de vakcentrale heeft secretaris-generaal Manuel Cavalho da Silva het druk met spoedvergaderingen over de hervormingen van de arbeidswetten. Zeker, Portugal verkeert in een economische crisis, erkent de vakbondsman tussen twee vergaderingen door. Maar de bezuinigingen en arbeidswetten pakken de structurele oorzaken niet aan. ,,Waar het om gaat zijn de belástingen'', zegt Cavalho da Silva.

Vorige week maakte de regering bekend dat bij een fiscale amnestie 1,1 miljard euro werd opgehaald, vijf keer zo veel als aanvankelijk werd verwacht. Een schijntje, meent de vakbondsleider. ,,De belastingontduiking in dit land bedraagt tien keer zo veel. In totaal wordt jaarlijks aan belastingen zo'n zeven tot acht procent van ons nationale inkomen niet opgegeven. Samen met de sociale premies kom je al snel op twaalf procent van het nationale inkomen. De strategie zou zich dáárop moeten richten in plaats van meer offers te vragen van de werknemers, die in de publieke sector soms erg lage salarissen hebben.'' Dat Portugal zijn concurrentiepositie dreigt te verliezen door zijn rigide arbeidswetgeving gelooft hij niet. ,,Wij willen zo met uw arbeidswetten ruilen, of welke wetten in Europa dan ook.''

Op een industrieterrein in de deltavlakte van de Taag krijgt de vakbondsman onverwachte steun. Financieel directeur Leen Blinkhof van plaatwalserij Lusosider meent dat de arbeidsvoorwaarden niet direct het grootste knelpunt voor zijn bedrijf vormen. Lusosider, dat in 1996 van de staat werd overgenomen door het toenmalige Hoogovens en het Franse Sollac, heeft andere problemen. De markt zit tegen. En de nieuwe eigenaren hebben zich bovendien danig verkeken op het Portugese management dat ze in huis haalden. ,,De snelheid waarmee het mogelijk was te moderniseren hebben we zwaar overschat'', vertelt Blinkhof. Cursussen modern managementtechniek en communicatiestrategie vielen als water op de rotsen. ,,Iedereen is bezig zijn verantwoordelijkheid af te schuiven.'' Afspraken worden niet nagekomen. ,,Eerst dacht ik dat het onwil was'', zegt Blinkhof.,,Pas later kreeg ik in de gaten dat ze gewoon niet wisten waar ik het over had, maar uit beleefdheid deden alsof.''

De ervaring van Lusosider staat niet op zichzelf. Vorig jaar bracht de in Portugal werkzame Britse organisatieadviseur Clive Bennett een enquêterapport uit onder de titel `Kan het Portugese management concurreren?' Nee, oordeelden buitenlandse ondernemers eensgezind. Hun kritiek was moordend. Portugese managers blijken volstrekt niet in staat tot enige strategische planning of efficiëntie, zijn autocratisch, geobsedeerd door titels. De bedrijfsorganisatie in Portugal wordt beschreven als byzantijns: veel kruiwagens, veel vriendjespolitiek. Alles gebeurt bij voorkeur op het laatste moment, klantgerichtheid moet nog worden uitgevonden. Zelfs het probleemoplossend vermogen van de Portugees berustte op een misverstand. ,,Portugese managers zijn erg goed in het oplossen van problemen die ze zelf hebben veroorzaakt'', aldus een organisatieadviseur.

Wekenlang sprak Portugal over bijna niets anders. Clive Bennett nam het initiatief tot het onderzoek, omdat hij na vijftien jaar frustrerend zakendoen wilde weten wat de ervaringen van anderen waren. Ofschoon `expats' van nature de neiging hebben te klagen over hun land van bestemming, had Bennett niet verwacht dat de reacties zó negatief zouden uitpakken. Met uitzondering van enkele bedrijven, zoals Portugals conglomeraat Sonae van de Portugese zakenman Belmiro de Azevedo, waren er weinig gunstige voorbeelden te vinden van goed management en kwalitatief goed opgeleid personeel. En dat is fundamenteel voor de toekomst, meent Bennett. ,,Als straks na 2006 de Europese subsidies opdrogen, zal Portugal een economie moeten worden van geschoolde arbeid, in plaats van gebaseerd op lage lonen'', waarschuwt hij.

Onderwijs is de zwakste schakel. Bennett somt de feiten op. Buurman Spanje huisvest drie van de tien beste Europese managementopleidingen. Portugal zit niet eens bij de eerste honderd. Volgens internationale vergelijkingen kent Portugal de best betaalde onderwijskrachten en de hoogste onderwijsuitgaven, maar scoort het land het laagst in onderwijsresultaten. ,,Vooral in het lager en middelbaar onderwijs, en dat is bepalend voor een land'', meent econoom Teodora Cardoso. Bij zowel leraren als leerlingen is het alleen het diploma dat telt, niet het onderwjs zelf.

Twijfel overheerst bij menigeen of de regering wel in staat zal zijn de sterke lobby's van leraren en ambtenaren te weerstaan. Portugal zal het misschien nog lange tijd kunnen uitzingen, daarbij terend op zijn omvangrijke `zwarte' economie. Al klaagt niet iedereen. ,,Wij zien de toekomst te veel door een donkere bril'', zegt de sociaal-democraat Miguel Beleza. ,,We zijn nu eenmaal een volk dat erg gevoelig is voor collectieve depressies.''