Verslaggeving oorlog wordt probleem

Gevreesd moet worden dat het voor journalisten bij een eventuele oorlog tegen Irak nog moeilijker wordt objectief te berichten dan bij de Golfoorlog van 1991, vindt Robert Wiener.

Nu een oorlog met Irak steeds waarschijnlijker wordt, moeten we ons afvragen wie hem dan gaat verslaan.

Voor de Golfoorlog van 1991 uitbrak, had veel kranten eigen verslaggevers in Bagdad, net als de drie grote omroepmaatschappijen en de tien jaar oude 24-uurs kabelzender CNN. Omdat redacties het onveilig vonden worden na aanzienlijke regeringsdruk hadden de meeste verslaggevers op 15 januari, de uiterste datum waarop Irak zich van de VN uit Koeweit diende terug te trekken, opdracht gekregen te vertrekken of waren ze zelf gevlucht. Na een oproep van president George H.W. Bush zou ook toenmalig CNN-directeur Tom Johnson zijn mensen terugtrekken, maar hij werd teruggefloten door de eigenzinnige eigenaar Ted Turner, die beklemtoonde dat CNN een internationale nieuwsdienst was en dat ,,iedereen die Bagdad wilde blijven dat ook mocht.''

Wij waren met zijn achten in Bagdad en op drie na besloten we de ochtend erna te vertrekken. Maar een paar uur na dat besluit, 's nachts om tien over half drie, begon de oorlog. Bijna een miljard kijkers over de hele wereld konden de verslagen beluisteren van Bernie Shaw, John Holliman en Peter Arnett.

Twee dagen later vertrok de CNN-ploeg, met uitzondering van Arnett, Nic Robertson en mij. De omroep werd overspoeld met dreigbrieven en bommeldingen uit de hoek van mensen die CNN een spreekbuis van Irak vonden.

CNN mocht om een aantal redenen in Bagdad blijven. Samen met buitenlandredacteur Eason Jordan in Atlanta had ik voor de oorlog maandenlang onafgebroken bij de Irakezen gelobbyd om te onderstrepen dat CNN een internationaal mandaat had en zo eerlijk en evenwichtig mogelijk uit Irak zou berichten. Gelukkig achtte Naji Hadithi, toen onderminister op het ministerie van Informatie en tegenwoordig onder de naam Naji Sabri de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, het in het belang van Irak om een opening naar het Westen te hebben - en had hij vertrouwen in CNN. Kortom: wij gebruikten hen en zij gebruikten ons.

Hoewel wij in Irak met beperkingen te maken hadden, was de toestand nog belabberder voor de Amerikaanse pers die in Saudi-Arabië gestationeerd was. De leden daarvan werd elk contact ontzegd, zoals dat in Grenada en Panama wel mogelijk was geweest. Daardoor werd hun versie van de oorlog teruggebracht tot een reeks briefings en rondgedeelde opnamen van bombardementen, die de vreselijke menselijke gevolgen van de strijd verdoezelden.

Ik ben bang dat het nog erger wordt. Nu de Amerikaanse regering expliciet uit is op een regimewisseling, zal Bagdad er vermoedelijk geen energie in steken om verslaggevers te helpen, en zeker geen Amerikanen of Engelsen. Bovendien zou het mij niet verbazen als er een aantal zou worden gegijzeld - of erger.

Na 11 september 2001 is bovendien de teneur van de berichtgeving zo drastisch veranderd dat ik het nieuws op de zender waar ik twintig jaar heb gewerkt, dikwijls niet meer herken. Sommige redacteuren en verslaggevers bij Amerikaanse media zien zichzelf als ,,patriottische politie'' en bezondigen zich aan ophitserij en zelfcensuur. In een groot deel van de wereld wordt de Amerikaanse pers als spreekbuis van de regering beschouwd, of soms ook van Israël.

De onverschrokken journalisten die in Irak blijven, krijgen misschien ook te maken met tegenwerking van het Amerikaanse leger, in de vorm van elektronische blokkering van hun mobiele telefoons of andere technieken om rechtstreekse verslaggeving te hinderen. Maar zij zullen nog goed af zijn vergeleken bij de stakkers die bij de Amerikaanse strijdkrachten worden geaccrediteerd. Verslaggevers zijn wel eerder geaccrediteerd, in een loods in Panama, in een briefingzaal in Dhahran en in hun hotels in Pakistan en Afghanistan. Er is hun een tijdige toegang tot locaties ontzegd totdat Washington het terrein had `gezuiverd'. Niets wijst erop dat het Pentagon zijn beleid zal veranderen of het soort vrije nieuwsgaring zal toestaan als in Vietnam.

In een nieuwe Golfoorlog zullen wellicht duizenden burgers om het leven komen, om maar te zwijgen van mensen in uniform (aan weerszijden). Daar horen verantwoordelijke verslaggevers bij te zijn. Ook het Amerikaanse publiek zou dit goed in zijn oren moeten knopen en zich nooit meer moeten laten bedotten door propaganda, insinuaties of regelrechte leugens van zijn gekozen bestuurders.

Robert Wiener was voor CNN in Bagdad toen de Golfoorlog uitbrak. Hij schreef Live from Bagdad: Making Journalism History Behind the Lines.