Verkiezingen 1

Na een korte en `inhoudelijke' verkiezingscampagne van alle politieke partijen, was het gisteren aan de kiezer zijn stem uit te brengen op een van de kandidaten die zich beschikbaar hadden gesteld als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Omdat ik door een capabele afgevaardigde in de Tweede Kamer vertegenwoordigd wil worden, ben ik tijdens mijn middagpauze tussen de regenbuien door naar het tweehonderd meter verderop gelegen schoolgebouw gerend om daar in het stemlokaal mijn keuze voor een persoon kenbaar te maken. Nadat ik mijn voorkeurstem had uitgebracht ben ik richting winkelstraat gelopen en heb daar mijn dagelijkse boodschappen gedaan. Door het combineren van deze handelingen heb ik het tijdverlies aan het stemgebeuren tot een vijftal minuten weten te beperken, en wel om de volgende reden.

Ik heb gedurende de laatste kabinetsperiode namelijk vaak en met afschuw naar het vragenuurtje van de Tweede Kamer op televisie gekeken, omdat daar, enkele uitzonderingen daargelaten, een schier eindeloze stoet aan blatende afgevaardigden te beluisteren was, bij wie het veelvuldig aan een duidelijke visie ontbrak. Op één zo'n uitzondering heb ik gestemd. Omdat waarschijnlijk na de verkiezingen een vergelijkbaar bonte verzameling afgevaardigden de taak heeft de belangen van het volk te vertegenwoordigen, lijkt het mij daarom onnodig meer dan vijf minuten aan mijn plicht als democratisch burger te spenderen.

    • D. Roodenburg